Ministeriële regeling · BWBR0013298

Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit SZW 2002

Wijzigingen Officiële bron
Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit SZW 2002Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit SZW 2002De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op artikel 2, eerste lid, van het Coördinatiebesluit inrichting organisatie en formatie rijksdienst;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage21 december 2001 De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, W.A.Vermeend

In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a.het ministerie:

het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

b.de minister:

de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

c.bewindspersoon:

de Minister of een Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

d.mandaat:

de bevoegdheid om in naam van een bewindspersoon besluiten te nemen;

e.volmacht:

de bevoegdheid om in naam van een bewindspersoon privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten;

f.machtiging:

de bevoegdheid om in naam van een bewindspersoon handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn;

g.vertegenwoordigingsbevoegdheid:

de bevoegdheid om namens een bewindspersoon, onder diens verantwoordelijkheid en met inachtneming van diens algemene en bijzondere aanwijzingen, besluiten te nemen, privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten dan wel handelingen te verrichten die noch een besluit noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn;

h.

Vervallen.

i.de inspecteur-generaal Werk en Inkomen:

het hoofd van de Inspectie Werk en Inkomen, genoemd in artikel 36, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;

j.bedrijfsvoering:

de sturing en beheersing van bedrijfsprocessen om de gestelde beleidsdoelstellingen te kunnen realiseren.

Het ministerie bestaat uit de volgende organisatieonderdelen:

De directeur-generaal Arbeidsverhoudingen en Internationale Betrekkingen is belast met de beleids- en bedrijfsvoering betreffende de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 2, onder c. Het werkterrein van de directeur-generaal Arbeidsverhoudingen en Internationale Betrekkingen omvat in brede zin:

De directeur-generaal Arbeidsomstandigheden en Sociale Verzekeringen is belast met de beleids- en bedrijfsvoering betreffende de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 2, onder d. Het werkterrein van de directeur-generaal Arbeidsomstandigheden en Sociale Verzekeringen omvat in brede zin:

De directeur-generaal Arbeidsmarktbeleid en Bijstand is belast met de beleids- en bedrijfsvoering betreffende de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 2, onder e. Het werkterrein van de directeurgeneraal Arbeidsmarktbeleid en Bijstand omvat in brede zin:

De directeur-generaal Uitvoeringsbeleid Werk en Inkomen is belast met de beleids- en bedrijfsvoering betreffende de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 2, onder f. Het werkterrein van de directeurgeneraal Uitvoeringsbeleid Werk en Inkomen omvat in brede zin:

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Bij afwezigheid of verhindering van een vertegenwoordigingsbevoegde worden, voor de duur van de afwezigheid of verhindering, diens taken en bevoegdheden waargenomen door een daartoe aan te wijzen plaatsvervanger, behoudens de bevoegdheid tot het verlenen, wijzigen of intrekken van mandaten, volmachten en machtigingen.

Tenzij in deze regeling anders is bepaald, is de leidinggevende van een vertegenwoordigingsbevoegde te allen tijde bevoegd de aan deze verleende bevoegdheden zelf uit te oefenen.

De vertegenwoordigingsbevoegde maakt geen gebruik van een aan hem verleende bevoegdheid in de gevallen waarin hij weet of redelijkerwijze moet vermoeden dat diens leidinggevende een besluit dient te nemen of een stuk dient vast te stellen en te ondertekenen.

Een vertegenwoordigingsbevoegde is niet bevoegd tot het nemen van besluiten over en het vaststellen en ondertekenen van stukken op het gebied van personeelsaangelegenheden die betrekking hebben op hemzelf.

Beleidsregels als bedoeld in artikel 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht worden vastgesteld en ondertekend door een directeur-generaal, door de plaatsvervangend secretaris-generaal, door de secretaris-generaal of door een bewindspersoon; mandaat tot het vaststellen en ondertekenen van beleidsregels kan niet aan een functionaris onder het niveau van directeur-generaal worden verleend.

Vergunningen op grond van artikel 15, onderdelen b en c, van de Kernenergiewet worden vastgesteld en ondertekend door de plaatsvervangend secretaris-generaal, door de secretaris-generaal of door een bewindspersoon; mandaat tot het vaststellen en ondertekenen van deze vergunningen kan niet aan een functionaris onder het niveau van directeur-generaal worden verleend.

De vertegenwoordigingsbevoegde brengt de door hem vastgestelde organisatie-, mandaat- en volmachtbesluiten onmiddellijk en in elk geval voor de bekendmaking ter kennis aan de mandaat- respectievelijk volmachtgever en - indien deze niet tevens de directe leidinggevende is - aan de directe leidinggevende, alsmede aan de secretaris-generaal.

In de Regeling openbaarheid van bestuur Sociale Zaken en Werkgelegenheid wordt `directie Voorlichting, Bibliotheek en Documentatie' steeds vervangen door: directie Communicatie.

Het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit SZW 1999 wordt ingetrokken.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2002.

Deze regeling wordt aangehaald als: Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit SZW 2002.