U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2007.

Regeling · BWBR0013310

Stageverordening 1988

Wijzigingen Officiële bron
Stageverordening 1998 Stageverordening 2005Het College van Afgevaardigden van de Nederlandse Orde van Advocaten,

Overwegende, dat het gewenst is regelen te stellen ten aanzien van de uitoefening van de praktijk door en de opleiding van advocaten en procureurs die nog niet over voldoende kennis en ervaring beschikken;

Gelet op de artikelen 9b t/m 9i van de Advocatenwet;

Gezien het ontwerp van de Algemene Raad met de bijbehorende toelichting;

Gelet op de adviezen van de Raden van Toezicht;

Stelt de navolgende verordening vast:

In deze verordening wordt verstaan onder:

Iedere advocaat is verplicht naar vermogen mede te werken aan de opleiding van stagiaires en de begeleiding van hun praktijkuitoefening tijdens de stage, zoals die in deze verordening zijn geregeld.

De stage begint op de dag waarop de stagiaire de uitoefening van de praktijk onder toezicht van een in hetzelfde arrondissement gevestigde patroon heeft aangevangen. De patroon brengt dit tijdstip onverwijld schriftelijk ter kennis van de Raad.

De Raad gaat niet over tot verlening van een vrijstelling van de verplichting bij een patroon kantoor te houden als bedoeld in artikel 9b derde lid van de wet, dan nadat de stagiaire in voldoende mate heeft getracht een patroon te vinden bij wie hij kantoor kan houden en daarin niet of niet op voor de Raad aanvaardbare voorwaarden is geslaagd.

In het kader van de opleiding van stagiaires komt aan de Algemene Raad en de Raad de bevoegdheid toe opleidingsmaatregelen verplicht te stellen, het afleggen van examens en toetsen daaronder begrepen. De Algemene Raad respectievelijk de Raad kan van de door hem verplicht gestelde opleidingsmaatregelen vrijstelling verlenen, onverminderd het bepaalde in artikel 15. De Raad houdt bij het verplicht stellen van opleidingsmaatregelen rekening met de door de Algemene Raad verplicht gestelde maatregelen. De Raad stelt de Algemene Raad in kennis van de door hem verplicht gestelde opleidingsmaatregelen, alsook van de wijzigingen daarin.

De Algemene Raad is bevoegd een opleidingsmaatregel van een Raad geheel of ten dele buiten werking te stellen, indien en voorzover deze strijdig is met opleidingsmaatregelen door de Algemene Raad genomen.

De Algemene Raad bepaalt de inrichting van de Beroepsopleiding, de cursusonderdelen welke deze zal omvatten, de inhoud van elk cursusonderdeel, de plaatsen waar de opleiding zal worden gegeven en het aantal dagen dat met de daartoe noodzakelijke voorbereiding en het volgen van de opleiding is gemoeid.

De bepalingen genoemd in de artikelen 12 t/m 16 zijn van overeenkomstige toepassing op de advocaten die ingevolge de overgangsbepalingen van de wet (art. II) verplicht zijn de beroepsopleiding te volgen.

De Algemene Raad bepaalt het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening.