Wijzigingen Officiële bron
Meerjarige opdrachtregeling literaire non-fictie (biografieën)Meerjarige opdrachtregeling literaire non-fictie (biografieën)

De opdrachtenregeling voor biografieën wordt door het Nederlandse Fonds voor de Letteren (FvdL) en Vlaamse Fonds voor de Letteren (VFL) gezamenlijk uitgevoerd. De doelstelling is biografen financiële ondersteuning te kunnen bieden bij het schrijven van een biografie (kosten voor research, reis- en verblijfkosten) dan wel biografen de mogelijkheid te bieden zich voor een bepaalde tijd (gedeeltelijk) vrij te maken uit een dienstverband om zich aan het project te kunnen wijden.

De regeling is bestemd voor hen die een biografie schrijven met als onderwerp een Nederlandstalig schrijver of letterkundige die toonaangevend dan wel van groot belang is (geweest) voor de letterkunde in Nederland en/of Vlaanderen. De biografie dient toegankelijk te zijn voor een breed geïnteresseerd publiek en geschreven in de Nederlandse taal.

Alleen biografieprojecten die gericht zijn op publicatie in boekvorm worden in behandeling genomen. Een uitgeverscontract (voor Nederland het Modelcontract GAU/VvL en voor Vlaanderen een vergelijkbaar contract) of een schriftelijke toezegging dient aan het dossier te kunnen worden bijgevoegd. Toezeggingen van een uitgever die tot stand komen doordat de auteur zelf bijdraagt in de productiekosten voldoen niet. De biografie dient verkrijgbaar te zijn in de reguliere boekhandel in Nederland en Vlaanderen en in een redelijke oplage van minimaal 1000 exemplaren te verschijnen.

Werk in de vorm van redactie en samenstelling valt niet binnen het kader van deze regeling. Ook biografische schetsen die niet als zelfstandige publicatie verschijnen, maar bij voorbeeld samen met een keuze uit het werk van de gebiografeerde, komen niet voor subsidie in aanmerking.

De regeling is in het algemeen niet bedoeld voor biografieën die tot stand komen binnen een universitair of wetenschappelijk werkverband.

Voorstellen moeten door de biograaf zelf worden ingediend met het aanvraagformulier. Alle aanvragen worden door een Vlaams/Nederlandse adviescommissie vergelijkenderwijs besproken en beoordeeld in één subsidieronde in het najaar. De aanvragen van Vlaamse biografen dienen ingediend te worden bij het Vlaams Fonds voor de Letteren en aanvragen van Nederlandse biografen bij het Nederlands Fonds voor de Letteren. Alle dossiers moeten ingediend worden voor 1 september (cf. poststempel).

Om een aanvraag goed te kunnen beoordelen, is het belangrijk dat ze in ieder geval de volgende informatie bevat:

De aanvrager is verantwoordelijk voor een juiste en volledige informatieverstrekking op grond waarvan de commissie redelijkerwijs tot een advies kan komen.

Nadat is vastgesteld dat de aanvraag aan alle voorwaarden voor behandeling voldoet, wordt de beoordeling van de aanvragen voorbereid door de voor een periode van twee jaar te benoemen Adviescommissie Literaire Non-Fictie. Deze commissie is voor een periode van twee jaar benoemd en bestaat uit twee leden van de Adviesraad van het Fonds voor de Letteren en twee leden benoemd door de Raad van Deskundigen van het Vlaams Fonds voor de Letteren. De commissie kan gebruik maken van adviezen van voor het onderwerp deskundige adviseurs Alle aanvragen worden door de Vlaams/Nederlandse adviescommissie vergelijkenderwijs beoordeeld in één subsidieronde in het najaar.

Bij de beoordeling van de aanvragen wordt rekening gehouden met de volgende (combinatie van) factoren:

Na een beoordeling van de aanvragen door de Adviescommissie Literaire Non-Fictie zullen de besluiten van het bestuur (voor Nederland) en de Raad van Deskundigen (voor Vlaanderen) zo spoedig mogelijk, maar in ieder geval voor het einde van het jaar bekend worden gemaakt. Een inhoudelijke motivering van het besluit wordt niet samen met de mededeling verstrekt. De aanvrager kan daartoe een verzoek doen.

De honorering van een aanvraag voor een biografieproject is aan de volgende verplichtingen verbonden:

Bij honorering van de aanvraag wordt het toegekende bedrag in drie termijnen uitbetaald. Meteen na het besluit kan de biograaf schriftelijk verzoeken tot betaling van maximaal 50% van het toegekende bedrag als voorschot. Om uitbetaling van een tweede termijn van 25% kan worden verzocht na een voortgangsrapportage. Het restant van het toegekende bedrag wordt uitgekeerd na publicatie van de biografie in boekvorm. Voor deze regeling geldt geen inkomensgrens.

Indien de schrijver overlijdt na toekenning van een biografie-subsidie, maar voordat de biografie is afgerond, worden reeds betaalde voorschotten niet teruggevorderd. Op niet-uitbetaalde restanten van de subsidie kan geen aanspraak meer worden gemaakt.

De bezwaarprocedures tegen de besluiten verschillen in Vlaanderen en Nederland. Deze worden bij het besluit kenbaar gemaakt.

Deze regeling is een deelreglement als bedoeld in artikel 5 lid 2 van het Algemeen Reglement van het Nederlands Fonds voor de Letteren. In dit Algemeen Reglement zijn algemene bepalingen over de subsidieverdeling opgenomen, zoals de aanvraagprocedure, de criteria, de voorwaarden en de bezwaarprocedure. Eveneens van toepassing is het Huishoudelijk Reglement waarin de interne organisatie van het Fonds voor de Letteren is geregeld. De interne werking van het Vlaams Fonds voor de Letteren wordt geregeld door het decreet van 30 maart 1999 (Belgisch Staatsblad 27 augustus 1999), het Huishoudelijk Reglement van 6 juli 2001 en de specifieke reglementeringen per subsidievorm.

De reglementen zijn op verzoek verkrijgbaar op het secretariaat van het betreffende Fonds.