Ministeriële regeling · BWBR0013332
Regeling vaststelling perioden EG-premies ooien 2002
Gelet op artikel 6, achtste lid, van Verordening (EEG) nr. 3508/92 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 27 november 1992 tot instelling van een geïntegreerd beheers- en controlesysteem voor bepaalde communautaire steunregelingen (PbEG L 355);
Gelet op artikel 2, tweede lid, van Verordening (EG) nr. 2550/2001 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 21 december 2001 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 2529/2001 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector schapen- en geitenvlees en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2419/2001 (PBEG L 341);
Gelet op de artikelen 2.4, 3.4 en 3.8, van de Regeling dierlijke EG-premies;
Besluit:
Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,overeenkomstig het door de minister genomen besluit,De secretaris-generaal,C.J.KaldenDe periode voor het indienen van een aanvraag voor een premie, bedoeld in artikel 2.4 van de Regeling dierlijke EG-premies, voor ooien voor het jaar 2002 is het tijdvak van 7 januari 2002 tot en met 7 februari 2002.
De periode voor het aanvragen van specifieke premierechten voor ooien, bedoeld in artikel 3.4 van de Regeling dierlijke EG-premies, voor het jaar 2002 is het tijdvak van 7 januari 2002 tot en met 4 maart 2002.
De periode voor het melden van overgedragen premierechten voor ooien, bedoeld in artikel 3.8 van de Regeling dierlijke EG-premies, voor het jaar 2002 is het tijdvak van 5 augustus 2002 tot en met 30 augustus 2002.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vaststelling perioden EG-premies ooien 2002.