Ministeriële regeling · BWBR0013485
Regeling aanwijzing dier- en plantensoorten Flora- en faunawet
Gelet op het Verdrag inzake het behoud van wilde dieren en planten en hun natuurlijk leefmilieu in Europa (Trb. 1979, 175);
Gelet op richtlijn nr. 83/129/EEG van de Raad van 28 maart 1983 betreffende de invoer in de Lid-Staten van huiden van bepaalde zeehondenjongen en daarvan vervaardigde producten (PbEG L 91);
Gelet op verordening (EEG) nr. 3254/91 van de Raad van 4 november 1991 houdende een verbod op het gebruik van de wildklem in de Gemeenschap en op het binnenbrengen in de Gemeenschap van pelzen en producten die vervaardigd zijn van bepaalde in het wild levende diersoorten uit landen waar gebruik wordt gemaakt van de wildklem of andere vangmethoden die niet stroken met de internationale normen voor humane vangst met behulp van vallen (PbEG L 308);
Gelet op richtlijn nr. 92/43/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PbEG L 206);
Gelet op verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad van de Europese Unie van 9 december 1996 inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer (PbEG 1997, L 61);
Gelet op de artikelen 3, tweede lid, 4, derde lid, en 5, tweede lid, van de Flora- en faunawet;
Besluit:
Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.
's-Gravenhage5 maart 2002De Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, G.H.FaberIn deze regeling wordt verstaan onder:
a.wet:b. basisverordening:verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad van de Europese Unie van 9 december 1996 inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer (PbEG 1997, L 61);
c.richtlijn 92/43/EEG:richtlijn nr. 92/43/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PbEG L 206).
Als beschermde inheemse plantensoort als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de wet zijn aangewezen de in bijlage 1 bij deze regeling genoemde plantensoorten, met inbegrip van de bij deze bijlage behorende voetnoot.
Als beschermde inheemse diersoort als bedoeld in artikel 4, derde lid, van de wet zijn aangewezen de in bijlage 2 bij deze regeling genoemde diersoorten.
Als beschermde uitheemse dier- en plantensoort als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de wet zijn, voorzover het soorten als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a, van de wet betreft, en met uitzondering van de daarin voorkomende beschermde inheemse dier- en plantensoorten, aangewezen:
- a.
de soorten genoemd in bijlage A bij de basisverordening, met inachtneming van de tot die bijlage behorende opmerkingen over de interpretatie daarvan;
- b.
de soorten genoemd in bijlage IV bij richtlijn 92/43/EEG, voorzover deze soorten niet vallen onder de basisverordening;
- c.
de soorten genoemd in bijlage 3 bij deze regeling.
Als beschermde uitheemse dier- en plantensoort als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de wet zijn, voorzover het soorten als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel b, van de wet betreft en voorzover deze soorten niet reeds onder artikel 4, eerste lid, van deze regeling vallen, aangewezen:
- a.
de soorten genoemd in de bijlagen B, C en D bij de basisverordening, met inachtneming van de tot die bijlage behorende opmerkingen over de interpretatie daarvan, en met uitzondering van de daarin voorkomende beschermde inheemse dier- en plantensoorten;
- b.
Castor canadensis (Canadese bever), Canis latrans (Coyote), Martes zibellina (sabelmarter), Procycon lotor (wasbeer), Ondatra zibethicus (muskusrat), Martes pennanti (Canadese marter), Taxidea taxus (Canadese das) en Martes americana (Amerikaanse marter);
- c.
Phoca groenlandica (zadelrob) en Cystophora cristata (klapmuts).
Een wijziging van bijlage IV bij richtlijn 92/43/EEG geldt voor de toepassing van deze regeling met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven.
Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop de artikelen 3, tweede lid, 4, derde lid, en 5, tweede lid, van de Flora- en faunawet in werking treden.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanwijzing dier- en plantensoorten Flora- en faunawet.
Nederlandse naam | wetenschappelijke naam | motief voor opname |
Aangebrande orchis | Orchis ustulata | d |
Aapjesorchis | Orchis simia | a |
Bergnachtorchis | Platanthera chlorantha | d |
Bijenorchis | Ophrys apifera | a |
Bleek bosvogeltje | Cephalantera damasonium | a |
Bokkenorchis | Himantoglossum hircinum | a |
Brede orchis | Dactylorhiza majalis majalis | a |
Brede wespenorchis | Epipactis helleborine | d |
Bruinrode wespenorchis | Epipactis atrorubens | a |
Dennenorchis | Goodyera repens | a |
Drijvende waterweegbree | Luronium natans | a |
Geelgroene wespenorchis | Epipactis muelleri | a |
Gevlekte orchis 1 | Dactylorhiza maculata | a |
Groene nachtorchis | Coeloglossum viride | a |
Groenknolorchis | Liparis loeselii | a |
Groot zeegras | Zostera marina | a |
Grote keverorchis | Listera ovata | d |
Grote muggenorchis | Gymnadenia conopsea | a |
Harlekijn | Orchis morio | a |
Herfstschroeforchis | Spiranthes spiralis | a |
Hondskruid | Anacamptis pyramidalis | a |
Honingorchis | Herminium monorchis | a |
Koraalwortel | Corallorhiza trifida | a |
Kleine keverorchis | Listera cordata | a |
Kruipend moerasscherm | Apium repens | a |
Mannetjesorchis | Orchis mascula | a |
Moeraswespenorchis | Epipactis palustris | a |
Poppenorchis | Aceras anthropophorum | a |
Purperorchis | Orchis purpurea | a |
Rietorchis | Dactylorhiza majalis praetermissa | a |
Rood bosvogeltje | Cephalanthera rubra | a |
Soldaatje | Orchis militaris | a |
Valkruid | Arnica montana | a |
Veenmosorchis | Hammarbya paludosa | a |
Vleeskleurige orchis | Dactylorhiza incarnata | a |
Vliegenorchis | Ophrys insectifera | a |
Vogelnestje | Neottia nidus-avis | a |
Voorjaarsadonis | Adonis vernalis | b |
Wantsenorchis | Orchis coriophora | d |
Waterdrieblad | Menyanthes trifoliata | b |
Welriekende nachtorchis | Platanthera bifolia | a |
Wit bosvogeltje | Cephalanthera longifolia | a |
Witte muggenorchis | Pseudorchis albida | d |
Zomerschroeforchis | Spiranthes aestivalis | a |
De letters a tot en met d in de derde kolom corresponderen met de onderdelen a tot en met d van artikel 3, eerste lid, van de wet en refereren naar de motieven voor opname in deze lijst van beschermde inheemse plantensoorten die van nature in Nederland voorkomen en die:
- a.
in hun voortbestaan worden bedreigd of het gevaar lopen in hun voortbestaan te worden bedreigd;
- b.
niet noodzakelijkerwijs in hun voortbestaan worden bedreigd of dat gevaar lopen, doch ter bescherming waarvan maatregelen noodzakelijk zijn ter voorkoming van overmatige benutting;
- c.
uit Nederland zijn verdwenen doch ten aanzien waarvan gerede kans op terugkeer bestaat of
- d.
zodanige gelijkenis vertonen met soorten die zijn aangewezen op grond van het bepaalde in de onderdelen a, b of c, dat aanwijzing ervan noodzakelijk is ter bescherming van die soorten.
Nederlandse naam | Wetenschappelijke naam | Motief voor opname |
VISSEN | PISCES S.L. | |
Aal | Anguilla anguilla | a |
Nederlandse naam | wetenschappelijke naam | motief voor opname |
KEVERS | COLEOPTERA | |
Brede geelrandwaterroofkever | Dytiscus latissimus | a |
Gestreepte waterroofkever | Graphoderus bilineatus | a |
Heldenbok | Cerambyx cerdo | a |
Juchtleerkever | Osmoderma eremita | a |
Nederlandse naam | wetenschappelijke naam | motief voor opname |
LIBELLEN | ODONATA | |
Bronslibel | Oxygastra curtisii | c |
Gaffellibel | Ophiogomphus cecilia | a |
Gevlekte witsnuitlibel | Leucorrhinia pectoralis | a |
Groene glazenmaker | Aeshna viridis | a |
Noordse winterjuffer | Sympecma paedisca 2 | c |
Oostelijke witsnuitlibel | Leucorrhinia albifrons | c |
Rivierrombout | Stylurus flavipes | a |
Sierlijke witsnuitlibel | Leucorrhinia caudalis | a |
Nederlandse naam | wetenschappelijke naam | motief voor opname |
DAGVLINDERS | LEPIDOPTERA | |
Donker pimpernelblauwtje | Maculinea nausithous | a |
Grote vuurvlinder | Lycaena dispar | a |
Moerasparelmoervlinder | Euphydryas aurinia | c |
Pimpernelblauwtje | Maculinea teleius | a |
Tijmblauwtje | Maculinea arion | c |
Zilverstreephooibeestje | Coenonympha hero | c |
Nederlandse naam | wetenschappelijke naam | motief voor opname |
TWEEKLEPPIGEN | BIVALVIA | |
Bataafse stroommossel | Unio crassus | a |
De letters a tot en met d in de derde kolom corresponderen met de onderdelen a tot en met d van artikel 4, tweede lid, van de wet en refereren naar de motieven voor opname in deze lijst van beschermde inheemse diersoorten die van nature in Nederland voorkomen en die:
- a.
in hun voortbestaan worden bedreigd of het gevaar lopen in hun voortbestaan te worden bedreigd;
- b.
niet noodzakelijkerwijs in hun voortbestaan worden bedreigd of dat gevaar lopen, doch ter bescherming waarvan maatregelen noodzakelijk zijn ter voorkoming van overmatige benutting;
- c.
uit Nederland zijn verdwenen doch ten aanzien waarvan gerede kans op terugkeer bestaat of
- d.
zodanige gelijkenis vertonen met soorten die zijn aangewezen op grond van het bepaalde in de onderdelen a, b of c, dat aanwijzing ervan noodzakelijk is ter bescherming van die soorten.
Nederlandse naam | wetenschappelijke naam |
Opperdieren | Primates |
Alle soorten primaten (apen en halfapen) | ordo Primates |
Nederlandse naam | wetenschappelijke naam |
Roofdieren | Carnivora |
Felidae | |
Bengaalse Kat | Prionailurus bengalensis |
Canadese Lynx | Lynx canadensis |
Caracal | Caracal caracal |
Poema | Puma concolor |
Roestkat | Prionailurus rubiginosus |
Rode Lynx | Lynx rufus |
Jagoearoendi of Otterkat | Herpailurus yaguarondi |
Leeuw | Panthera leo |
Viveridae | |
Fretkat | Cryptoprocta ferox |