U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 13-03-2009.
Wijzigingen Officiële bron
Regeling aanwijzing dier- en plantensoorten Flora- en faunawet Regeling aanwijzing dier- en plantensoorten Flora- en faunawetDe Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

Gelet op het Verdrag inzake het behoud van wilde dieren en planten en hun natuurlijk leefmilieu in Europa (Trb. 1979, 175);

Gelet op richtlijn nr. 83/129/EEG van de Raad van 28 maart 1983 betreffende de invoer in de Lid-Staten van huiden van bepaalde zeehondenjongen en daarvan vervaardigde producten (PbEG L 91);

Gelet op verordening (EEG) nr. 3254/91 van de Raad van 4 november 1991 houdende een verbod op het gebruik van de wildklem in de Gemeenschap en op het binnenbrengen in de Gemeenschap van pelzen en producten die vervaardigd zijn van bepaalde in het wild levende diersoorten uit landen waar gebruik wordt gemaakt van de wildklem of andere vangmethoden die niet stroken met de internationale normen voor humane vangst met behulp van vallen (PbEG L 308);

Gelet op richtlijn nr. 92/43/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PbEG L 206);

Gelet op verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad van de Europese Unie van 9 december 1996 inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer (PbEG 1997, L 61);

Gelet op de artikelen 3, tweede lid, 4, derde lid, en 5, tweede lid, van de Flora- en faunawet;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage5 maart 2002De Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, G.H.Faber

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.wet:

Flora- en faunawet;

b. basisverordening:

verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad van de Europese Unie van 9 december 1996 inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer (PbEG 1997, L 61);

c.richtlijn 92/43/EEG:

richtlijn nr. 92/43/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PbEG L 206).

Als beschermde inheemse plantensoort als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de wet zijn aangewezen de in bijlage 1 bij deze regeling genoemde plantensoorten, met inbegrip van de bij deze bijlage behorende voetnoot.

Als beschermde inheemse diersoort als bedoeld in artikel 4, derde lid, van de wet zijn aangewezen de in bijlage 2 bij deze regeling genoemde diersoorten.

Een wijziging van bijlage IV bij richtlijn 92/43/EEG geldt voor de toepassing van deze regeling met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven.

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop de artikelen 3, tweede lid, 4, derde lid, en 5, tweede lid, van de Flora- en faunawet in werking treden.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanwijzing dier- en plantensoorten Flora- en faunawet.

De letters a tot en met d in de derde kolom corresponderen met de onderdelen a tot en met d van artikel 3, eerste lid, van de wet en refereren naar de motieven voor opname in deze lijst van beschermde inheemse plantensoorten die van nature in Nederland voorkomen en die:

De letters a tot en met d in de derde kolom corresponderen met de onderdelen a tot en met d van artikel 4, tweede lid, van de wet en refereren naar de motieven voor opname in deze lijst van beschermde inheemse diersoorten die van nature in Nederland voorkomen en die: