U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2018.
Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 14 maart 2002, houdende regels met betrekking tot het vervoer van gevaarlijke stoffen door de lucht (Besluit vervoer gevaarlijke stoffen door de lucht)Besluit vervoer gevaarlijke stoffen door de luchtWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 6 juni 2001, nr. DGRLD/DLB/01.421019, Directoraat-Generaal Rijksluchtvaartdienst, gedaan mede namens Onze Minister van Defensie;

Gelet op de artikelen 6.51, 6.52, 6.53, 6.55, tweede en derde lid, van de Wet luchtvaart en op artikel 28, vijfde lid, van de Wet Raad voor de Transportveiligheid;

De Raad van State gehoord (advies van 16 juli 2001, nr. W09.01.0264/V);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 7 maart 2002, nr. DGL/02.421024, Directoraat-Generaal Luchtvaart, uitgebracht mede namens Onze Minister van Defensie;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage14 maart 2002BeatrixDe Minister van Verkeer en Waterstaat,T. NetelenbosDe Minister van Defensie,F. H. G. de Gravede elfde april 2002De Minister van Justitie,A. H. Korthals

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Als gevaarlijke stoffen, bedoeld in artikel 6.51, eerste lid, van de wet worden aangewezen:

Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu respectievelijk van Onze Minister van Defensie kunnen regels worden gesteld ten aanzien van de constructie, inrichting en uitrusting van luchtvaartuigen waarmee gevaarlijke stoffen worden vervoerd.

Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu respectievelijk van Onze Minister van Defensie kunnen in verband met de veiligheid of het milieu regels worden gesteld met betrekking tot de constructie, inrichting en uitrusting van inrichtingen, voertuigen of werktuigen met behulp waarvan gevaarlijke stoffen op een luchthaven worden geladen of gelost.

Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu respectievelijk van Onze Minister van Defensie kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de keuring van de inrichtingen, voertuigen en werktuigen bedoeld in artikel 5.

Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu respectievelijk van Onze Minister van Defensie kunnen in het belang van de veiligheid of het milieu regels worden gesteld over het opstellen van een risico-inventarisatie met betrekking tot het vervoeren, laden of lossen van daartoe aangewezen gevaarlijke stoffen.

Onze Minister van Infrastructuur en Milieu respectievelijk Onze Minister van Defensie kan in het belang van de veiligheid of het milieu luchtroutes aanwijzen waarlangs daartoe aangewezen gevaarlijke stoffen vervoerd dienen te worden.

Wijzigt het Besluit Raad voor de Transportveiligheid.

Wijzigt de Regeling toezicht luchtvaart.

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I van de Wet houdende wijziging van de Wet luchtvaart (vervoer van gevaarlijke stoffen en van dieren) (Stb. 2000, 468) in werking treedt.

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit vervoer gevaarlijke stoffen door de lucht.