Ministeriële regeling · BWBR0013566

Kaderregeling exploitatiesubsidies onderzoek en wetenschap

Wijzigingen Officiële bron
Kaderregeling exploitatiesubsidies onderzoek en wetenschapKaderregeling exploitatiesubsidies onderzoek en wetenschapDe Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,

Gelet op artikel 4 van de Wet overige OCenW-subsidies;

Besluit:

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, L.M.L.H.A.Hermans

In deze regeling wordt verstaan onder:

1.minister:

de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen;

2.subsidie:

exploitatiesubsidie die voor één of meer boekjaren wordt verstrekt.

De minister kan exploitatiesubsidies verlenen voor de financiering van instellingen op het gebied van onderzoek en wetenschap anders dan bedoeld in artikel 4:21, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Bij de subsidieverlening maakt de minister het maximaal beschikbare subsidiebedrag bekend.

In het geval van het niet vervullen van de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, worden de op grond van artikel 2 verleende subsidiebedragen verlaagd tot het bedrag van de subsidie dat na de vaststelling of goedkeuring van de begroting ter beschikking staat, een en ander voor zover van toepassing naar rato van het aantal subsidieontvangers en van de hoogte van de verleende subsidiebedragen.

De subsidie wordt op aanvraag verleend.

Het activiteitenplan omvat een overzicht van de aard en de omvang van de voorgenomen activiteiten alsmede een omschrijving waaruit blijkt dat de subsidiedoeleinden op doelmatige en rechtmatige wijze worden bereikt.

De subsidieaanvraag wordt in ieder geval 13 weken voor aanvang van het boekjaar ingediend.

Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 9 van de Wet overige OCenW-subsidies kan de subsidie in ieder geval worden geweigerd in de volgende gevallen:

De minister kan ten behoeve van het besluit tot subsidieverlening het advies inwinnen van een of meer externe deskundigen.

De subsidie wordt verleend voor één of meer boekjaren.

Voor de beschikbaarstelling van goederen aan derden of het verrichten van diensten voor derden brengt de subsidieontvanger een vergoeding in rekening waarbij de economische tegenprestatie in verhouding moet staan tot de overheidsgelden die zijn doorbetaald of ter beschikking gesteld.

De subsidieontvanger vormt een egalisatiereserve als bedoeld in artikel 4:72 van de Algemene wet bestuursrecht.

De minister kan voorwaarden stellen voor het aangaan van overeenkomsten en het verwerven van eigendommen indien dit geschiedt met door hem verleende subsidiegelden.

Na afloop van ieder boekjaar dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in. In het geval aan de subsidie ontvanger de bevoegdheid tot het nemen van besluiten met betrekking tot de subsidiëring is gedelegeerd, dan wordt het programma, bedoeld als in artikel 18, eerste lid, eerst geacht af te zijn gerond nadat de subsidieontvanger alle subsidies heeft vastgesteld.

Bij de subsidieverlening stelt de minister een termijn vast waarbinnen de aanvraag tot subsidievaststelling wordt ingediend. Hierbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij het voor de subsidie ontvanger geldende verantwoordingsregime.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling wordt aangehaald als: Kaderregeling exploitatiesubsidies onderzoek en wetenschap.