U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 26-05-2002.

Ministeriële regeling · BWBR0013697

Regeling financiële bepalingen bodemsanering 2002

Wijzigingen Officiële bron
Regeling financiële bepalingen bodemsanering 2002Regeling financiële bepalingen bodemsanering 2002De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Gelet op de artikelen 76, tweede, zesde en zevende lid, 77, derde en vierde lid, 82, vijfde lid, 84, tweede lid, en 86, eerste lid, van de Wet bodembescherming;

Besluit:

Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen; een volledig exemplaar van de regeling, inclusief de bijlagen zal aan alle budgethouders en bevoegde overheden worden gezonden. Daarnaast zal de regeling inclusief de bijlagen ter inzage worden gelegd bij het Ministerie van VROM.

's-Gravenhage 17 mei 2002 De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, J.P.Pronk

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.Minister:

de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

b.wet:

Wet bodembescherming;

c.budgethouder:

provincie onderscheidenlijk in artikel 88, eerste lid, van de wet genoemde gemeente onderscheidenlijk de gemeenten genoemd in het Besluit aanwijzing bevoegdgezaggemeenten;

d.een geval:

een geval van ernstige verontreiniging als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de wet;

e.deelprojectfase:

door de budgethouder als eenheid, in organisatorische en financiële zin, aangemerkte gedeelte van onderzoek onderscheidenlijk sanering van een geval;

f.regionale waterbodems:

bodems onder oppervlaktewater waarvoor provinciale staten op grond van artikel 6, eerste lid, van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren het waterkwaliteitsbeheer hebben opgedragen aan een waterschap;

g.meerjarenprogramma:

een programma als bedoeld in artikel 76, eerste lid, van de wet, ingediend door de budgethouder ter verkrijging van budget;

h.prestatieverantwoording:

een verslag waarin de in het meerjarenprogramma opgenomen doelstellingen en de aan de bijdrage verbonden verplichtingen worden vergeleken met de bereikte resultaten en de verschillen worden toegelicht;

i.bestedingsverantwoording:

een verslag waarmee inzicht wordt gegeven in de mate waarin en de wijze waarop de beschikbaar gestelde rijksmiddelen zijn besteed;

j.apparaatskosten:

de kosten van personeel, informatievoorziening, organisatie, financieel beheer en automatisering verbonden aan de uitvoering van de taken van de wet;

k.budgetperiode:

de periode als bedoeld in artikel 76, eerste lid, slot, waarvoor de budgethouder een bijdrage kan verkrijgen;

l.bijzonder inventariserend onderzoek:

activiteiten die van bijzonder belang zijn voor de uitvoering van de bodemsanering waarvoor in de door de minister te bepalen gevallen een bijdrage mogelijk is;

Een aanvraag om een bijdrage als bedoeld in artikel 76, eerste lid en artikel 77 eerste lid van de wet voor de budgetperiode dient:

De minister kan verplichtingen met betrekking tot de kwaliteit van de uitvoering van bodemsanering verbinden aan de verlening van de bijdrage.

Zolang de bijdrage niet is vastgesteld, kan Onze minister de budgethouder verzoeken een geactualiseerd en nader geconcretiseerd overzicht van de doelstellingen van het meerjarenprogramma alsmede de gevolgen daarvan voor de financiële paragraaf van het meerjarenprogramma in te dienen.

Naast het verslag, als bedoeld in artikel 8, eerste lid, wordt uiterlijk op 1 juli volgende op de afloop van de budgetperiode een verslag ingediend over de besteding van de bijdrage op grond van artikel 76 onderscheidenlijk 77 van de wet. Dit verslag bevat een bestedingsverantwoording die overeenkomstig het model in bijlage 4 bij deze regeling wordt opgesteld.

De doeltreffendheid van de besteding van de verstrekte bijdrage zoals bedoeld in artikel 12, derde lid, wordt jaarlijks getoetst aan de hand van de gegevens zoals genoemd in artikel 14, tweede lid.

De Regeling van de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, nr. MJZ/96071923, Staatscourant 249, en de Circulaire Bijdrageverlening bodemsanering, laatstelijk gewijzigd per 31 augustus 1999, worden ingetrokken.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling financiële bepalingen bodemsanering 2002.