Regeling · BWBR0013735
Wijzigingsbesluit Besluit aanwijzing inrichtingen Wet ziekenhuisvoorzieningen
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 27 februari 2002, kenmerk DGB/ZVG-2260281;
Gelet op artikel 1, eerste lid, onder c, van de Wet ziekenhuisvoorzieningen en op artikel 8, tweede lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;
De Raad van State gehoord (advies van 2 mei 2002, nummer W 13.02.0101/111);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 27 mei 2001, kenmerk DGB/ZVG-2282385;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage3 juni 2002BeatrixDe Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,A. M. Vliegenthartvijfentwintigste juni 2002De Minister van Justitie,A. H. KorthalsWijzigt het Besluit aanwijzing inrichtingen Wet ziekenhuisvoorzieningen.
Een kleinschalige woonvoorziening voor gehandicapten als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder D of E, van het Besluit aanwijzing inrichtingen Wet ziekenhuisvoorzieningen, die in het bezit is van een verklaring als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de Wet ziekenhuisvoorzieningen, wordt aangemerkt als toegelaten in de zin van artikel 8 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.
Een aanvraag om een verklaring als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de Wet ziekenhuisvoorzieningen, ten behoeve van een kleinschalige woonvoorziening voor gehandicapten als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder D of E, van het Besluit aanwijzing inrichtingen Wet ziekenhuisvoorzieningen, waarop op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit nog niet is beslist, wordt gelijkgesteld met een aanvraag om een toelating als bedoeld in artikel 8 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.