U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2014.

Regeling · BWBR0013796

Uitvoeringswet Internationaal Strafhof

Wijzigingen Officiële bron
Rijkswet van 20 juni 2002 tot uitvoering van het Statuut van het Internationaal Strafhof met betrekking tot de samenwerking met en bijstand aan het Internationaal Strafhof en de tenuitvoerlegging van zijn vonnissen (Uitvoeringswet Internationaal Strafhof)Uitvoeringswet Internationaal StrafhofWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het nodig is om ter uitvoering van het Statuut van het Internationaal Strafhof voorzieningen te treffen met betrekking tot de samenwerking met en bijstand aan het Internationaal Strafhof en de tenuitvoerlegging van zijn vonnissen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State van het Koninkrijk gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, de bepalingen van het Statuut voor het Koninkrijk in acht genomen zijnde, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad, in het Publicatieblad van de Nederlandse Antillen en in het Afkondigingsblad van Aruba zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage20 juni 2002BeatrixDe Minister van Justitie,A. H. Korthalsde zevenentwintigste juni 2002De Minister van Justitie,A. H. Korthals

Tot de behandeling, voor zover aan de rechter opgedragen, van verzoeken van het Strafhof om samenwerking of tenuitvoerlegging, alsmede van enig beroep, beklag of verzet in verband daarmee, is de rechtbank te 's-Gravenhage bij uitsluiting bevoegd.

Politiegegevens kunnen ook zonder daartoe strekkend verzoek worden verstrekt aan het Strafhof indien dit voor de goede uitvoering van zijn taak noodzakelijk is. De verstrekking vindt plaats door tussenkomst van een of meerdere landelijke eenheden van de politie.

Op betekeningen, kennisgevingen en oproepingen, gedaan krachtens deze wet, zijn de artikelen 585 tot en met 590 van het Wetboek van Strafvordering van overeenkomstige toepassing.

Voor zover in deze wet niet anders is bepaald, is zij mede van toepassing op een verzoek van het Strafhof om samenwerking of om tenuitvoerlegging terzake van een misdrijf, gericht tegen de rechtspleging van het Strafhof, als bedoeld in artikel 70, eerste lid, van het Statuut.

Van elke beslissing, genomen krachtens een van de artikelen 13 tot en met 16, geeft de officier van justitie onverwijld kennis aan Onze Minister.

Wanneer de opgeëiste persoon, op de dag waarop de officier van justitie het verzoek tot overlevering ontvangt, reeds krachtens artikel 14 in verzekering is gesteld, kan de vrijheidsbeneming, in afwijking van artikel 15, eerste lid, op bevel van de officier van justitie worden voortgezet tot het tijdstip waarop de rechtbank over de gevangenhouding beslist.

Indien het Strafhof en een of meer staten de overlevering onderscheidenlijk uitlevering van dezelfde persoon hebben gevraagd, beslist Onze Minister met inachtneming van artikel 90 van het Statuut.

Van zijn beslissing op het verzoek tot overlevering geeft Onze Minister onverwijld kennis aan de officier van justitie en het Strafhof.

In geval van overlevering krachtens deze paragraaf is artikel 12, eerste lid, niet van toepassing.

Ten aanzien van de bevelen tot vrijheidsbeneming, gegeven krachtens dit hoofdstuk, zijn de artikelen 52 tot en met 55 en 57 van de Uitleveringswet van overeenkomstige toepassing.

Het betekenen en uitreiken van stukken aan derden, ter voldoening aan een verzoek om samenwerking, geschiedt met overeenkomstige toepassing van de wettelijke voorschriften betreffende het betekenen en uitreiken van Nederlandse stukken van vergelijkbare strekking.

De officier van justitie die het verzoek om samenwerking heeft ontvangen, beslist onverwijld omtrent het daaraan te geven gevolg. De officier van justitie roept voor de uitvoering ervan zo nodig de tussenkomst in van het openbaar ministerie in andere arrondissementen of van de procureur-generaal voor Curaçao, voor Sint Maarten en voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba. In het belang van een spoedige en doelmatige afdoening kan hij het verzoek overdragen aan zijn ambtgenoot in een ander arrondissement.

Op verzoek van het Strafhof en met inachtneming van de bepalingen van dit hoofdstuk kunnen door het Strafhof bij onherroepelijke uitspraak opgelegde straffen in Nederland ten uitvoer worden gelegd.

Ten aanzien van de bevelen tot voorlopige vrijheidsbeneming, gegeven krachtens dit hoofdstuk, zijn de artikelen 61 tot en met 64a en 66 van de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen van overeenkomstige toepassing.

De officier van justitie die een verzoek van het Strafhof als bedoeld in artikel 60, eerste lid, 61, eerste lid, 62, eerste lid, of 63, eerste lid, heeft ontvangen, beslist onverwijld omtrent het daaraan te geven gevolg. Artikel 49, tweede en derde volzin, is van overeenkomstige toepassing.

Deze paragraaf is van toepassing op een verzoek van het Strafhof tot tenuitvoerlegging van een door het Strafhof opgelegde gevangenisstraf:

Deze paragraaf is van toepassing op een verzoek van het Strafhof tot tenuitvoerlegging van een of meer van de volgende straffen en bevelen, door het Strafhof opgelegd onderscheidenlijk uitgevaardigd:

De officier van justitie vordert binnen twee weken na de dag waarop hij het verzoek met de daarbij behorende stukken heeft ontvangen, dat de rechtbank verlof verleent tot tenuitvoerlegging. Bij zijn vordering legt de officier van justitie de stukken aan de rechtbank over. Een afschrift van de vordering wordt aan de veroordeelde betekend.

De griffier van de rechtbank doet onverwijld aan de officier van justitie en aan de veroordeelde mededeling van het tijdstip dat voor de behandeling van de vordering is bepaald. Daarbij wordt de veroordeelde, indien niet blijkt dat hij reeds een raadsman heeft, opmerkzaam gemaakt op zijn bevoegdheid een of meer raadslieden te kiezen en op de mogelijkheden tot toevoeging van een raadsman, alsmede op zijn recht op kennisneming van de processtukken.

Op de tenuitvoerlegging van een op grond van artikel 79 opgelegde straf of maatregel is artikel 69, eerste lid, van overeenkomstige toepassing.

Al hetgeen wordt verkregen uit straffen en bevelen als bedoeld in artikel 72 komt ten bate van het Strafhof, onverminderd artikel 83, achtste lid.

De Nederlandse wet is niet van toepassing op vrijheidsontneming ondergaan op last van het Strafhof binnen in Nederland aan het Strafhof ter beschikking gestelde ruimten.

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Deze wet wordt aangehaald als: Uitvoeringswet Internationaal Strafhof.