Regeling · BWBR0013808
Besluit Faunafonds
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van 11 januari 2002, nr. TRCJZ/2002/135, Directie Juridische Zaken;
Gelet op de artikelen 83, eerste lid, onderdeel a, 95 en 96, tweede lid, van de Flora- en faunawet;
De Raad van State gehoord (advies van 18 maart 2002, nr. W11.02.0023/V);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van 21 juni 2002, no. TRCJZ/2002/4290, Directie Juridische Zaken;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage25 juni 2002BeatrixDe Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,G. H. Faberde achtentwintigste juni 2002De Minister van Justitie,A. H. KorthalsIn dit besluit wordt verstaan onder:
wet: Flora- en faunawet.
Als soorten, bedoeld in artikel 83, eerste lid, onderdeel a, van de wet, worden aangewezen de beschermde inheemse diersoorten genoemd in artikel 4, eerste lid, onderdelen a en b, van de wet.
De ingevolge artikel 94, eerste lid, van de wet te heffen bijdrage voor de afgifte van een jachtakte ten behoeve van het Faunafonds wordt door tussenkomst van de korpschef van het regionale politiekorps in de regio, waarin de woonplaats van de aanvrager is gelegen, of, indien deze niet woonachtig is in Nederland, door tussenkomst van de korpschef van het politiekorps in de regio Haaglanden aan Onze Minister voldaan.
De bijdragen, bedoeld in artikel 3, worden met inachtneming van door of vanwege Onze Minister te geven aanwijzingen maandelijks verantwoord door storting of overschrijving op de concernrekening van de directie Financieel-Economische Zaken van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.
De bijdragen, bedoeld in artikel 3, alsmede de bijdragen die Onze Minister ten behoeve van het Faunafonds ontvangt voor de afgifte van een valkeniersakte of kooikersakte, worden maandelijks ter beschikking gesteld aan het Faunafonds.
De door gedeputeerde staten van de provincies jaarlijks aan het Faunafonds te verlenen bijdrage is gelijk aan de totale uitgaven van het Faunafonds met betrekking tot tegemoetkomingen in schade veroorzaakt door dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, verminderd met de bijdrage bedoeld in het derde lid.
De bijdrage, bedoeld in het eerste lid, wordt over de verschillende gedeputeerde staten van de provincies verdeeld naar rato van de tegemoetkoming in de schade veroorzaakt door dieren, behorende tot een beschermde diersoort, die in de provincies is uitgekeerd.
Onze Minister stelt jaarlijks een bijdrage aan het Faunafonds ter beschikking.
De in het derde lid bedoelde bijdrage bedraagt voor elke periode van 12 maanden, de eerste periode aanvangende op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit, € 3 200 000,–, verminderd met de bijdragen als bedoeld in artikel 5 van dit besluit in die periode.
Voor de tweede en de daarop volgende perioden van 12 maanden wordt de bijdrage, bedoeld in het vierde lid, zoals die met toepassing van dit lid gold in de voorafgaande periode van 12 maanden, telkenmale gecorrigeerd voor inflatie op basis van het gemiddelde consumentenprijsindexcijfer van alle huishoudens zoals in de voorafgaande 12 maanden gepubliceerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek.
Het bedrag van de bijdrage, bedoeld in het vierde lid, wordt voor inflatiecorrectie als bedoeld in het vijfde lid verminderd met het bedrag aan besparingen in de uit te keren tegemoetkomingen in de schade in de betreffende periode van 12 maanden als gevolg van het verlenen door Onze Minister van vergoedingen met betrekking tot het beheer van percelen voor ganzen of andere diersoorten.
Voor de berekening van de hoogte van het bedrag aan besparingen, bedoeld in het zesde lid, wordt uitgegaan van het gemiddelde bedrag dat het Faunafonds of het Jachtfonds, bedoeld in de Jachtwet, in de drie jaren voorafgaand aan de betreffende periode van 12 maanden heeft verleend aan tegemoetkomingen in schade veroorzaakt door ganzen en andere diersoorten op percelen waarvoor in de betreffende periode van 12 maanden een beheersvergoeding wordt verleend.
Drie jaren na de inwerkingtreding van dit besluit wordt bezien of het bedrag van de tegemoetkoming, bedoeld in het vierde lid, gelet op de totale uitgaven van het Faunafonds met betrekking tot tegemoetkomingen in de schade veroorzaakt door dieren behorende tot een beschermde inheemse diersoort, moet worden herzien.
Onverminderd artikel 6 kan Onze Minister in geval van calamiteiten een extra tegemoetkoming aan het Faunafonds ter beschikking stellen.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 2002.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit Faunafonds.