U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 12-02-2003.

Ministeriële regeling · BWBR0013810

Vrijstellingsregeling Wtk 1992

Wijzigingen Officiële bron
Vrijstellingsregeling Wtk 1992Vrijstellingsregeling Wtk 1992De Minister van Financiën,

Gelet op de artikelen 6, tweede lid, 31, vierde lid, 32, tweede lid, 38, derde lid, artikel 82, derde lid, en 83, derde lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Financiën, G.Zalm

In deze regeling wordt, voor zover niet anders blijkt, verstaan onder:

a.de wet:

de Wet toezicht kredietwezen 1992;

b.de Bank:

De Nederlandsche Bank N.V.;

c.dochtermaatschappij:

een rechtspersoon of vennootschap als bedoeld in artikel 24a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;

d.concern:

de gezamenlijkheid van een rechtspersoon en haar dochtermaatschappijen als bedoeld in artikel 24a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;

e.professionele marktpartij:

Vrijstelling van de in de artikelen 6, eerste lid, 31, eerste lid, 32, eerste lid, 38, eerste lid, van de wet, genoemde verboden wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 4, verleend aan ondernemingen of instellingen die hun bedrijf maken van het ter beschikking verkrijgen van, al dan niet op termijn, opvorderbare gelden van professionele marktpartijen of binnen besloten kring, en van het voor eigen rekening verrichten van kredietuitzettingen of beleggingen.

Artikel 4 is niet van toepassing op:

Vrijstelling van het in artikel 82, eerste lid, van de wet genoemde verbod opvorderbare gelden aan te trekken, ter beschikking te verkrijgen of ter beschikking te hebben, wordt verleend, voor zover deze gelden worden aangehouden op een rekening als bedoeld in artikel 25 van de Wet op het notarisambt of artikel 19 van de Gerechtsdeurwaarderswet.

Vrijstelling van het in artikel 82, eerste lid, van de wet genoemde verbod opvorderbare gelden aan te trekken, ter beschikking te verkrijgen of ter beschikking te hebben, wordt verleend, voor zover het betreft het aantrekken, ter beschikking verkrijgen of ter beschikking hebben van opvorderbare gelden door geregistreerde geldtransactiekantoren ten behoeve van het uitvoeren van een geldtransactie als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, onder 3(, van de Wet inzake de geldtransactiekantoren.

Vrijstelling van het bepaalde in artikel 83, eerste lid, van de wet wordt verleend aan:

Vrijstelling van het bepaalde in artikel 83, eerste lid, van de wet wordt verleend aan beleggingsinstellingen die zijn opgericht door een kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, van de wet die ingevolge artikel 52, tweede lid, onderdelen a, b, c of d van de wet is ingeschreven of door een kredietinstelling als bedoeld in artikel 83, tweede lid, onderdeel c, van de wet, dan wel een dochtermaatschappij van een kredietinstelling als bedoeld in artikel 83, tweede lid, onderdeel c, van de wet, indien:

Vrijstelling van het bepaalde in artikel 83, eerste lid, van de wet wordt verleend aan ondernemingen of instellingen, die dochtermaatschappijen zijn van een kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de wet die ingevolge artikel 52, tweede lid, onderdelen a, b, c of d van de wet is ingeschreven of een kredietinstelling als bedoeld in artikel 83, tweede lid, onderdeel c, van de wet, mits de verplichtingen van de ondernemingen of instellingen ten volle worden gegarandeerd door die deelnemende kredietinstelling.

Vrijstelling van het bepaalde in artikel 83, eerste lid, van de wet wordt verleend aan ondernemingen of instellingen, waarin of waaraan de Staat der Nederlanden als zodanig tezamen met andere staten deelneemt.

Vrijstelling van het bepaalde in artikel 83, eerste lid, van de wet wordt verleend aan ondernemingen of instellingen die bemiddelen ten behoeve van een kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de wet die ingevolge artikel 52, tweede lid, onderdelen a, b, c of d van de wet is ingeschreven uitsluitend voor zover het betreft het bij de uitoefening van de bemiddelingsactiviteiten gebruiken van de naam van de kredietinstelling waarvoor wordt bemiddeld.

Ingeval voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling beroep is ingesteld tegen een besluit, genomen ingevolge de Regeling van de Minister van Financiën van 4 februari 1993 tot uitvoering van artikel 1, derde lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992, Stcrt. 29, de Regeling van de Minister van Financiën van 23 december 1992 tot uitvoering van artikel 82, derde en vierde lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992, Stcrt. 253 of de Regeling van de Minister van Financiën van 23 december 1992 tot uitvoering van artikel 83, derde en vierde lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992, Stcrt. 253, wordt de zaak geheel afgedaan met toepassing van de voorschriften die voor dat tijdstip golden.

De Regeling van de Minister van Financiën van 4 februari 1993 tot uitvoering van artikel 1, derde lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992, Stcrt. 29, de Regeling van de Minister van Financiën van 23 december 1992 tot uitvoering van artikel 82, derde en vierde lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992, Stcrt. 253 en de Regeling van de Minister van Financiën van 23 december 1992 tot uitvoering van artikel 83, derde en vierde lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992, Stcrt. 253 worden ingetrokken.

Deze regeling wordt aangehaald als: Vrijstellingsregeling Wtk 1992.