Wijzigingen Officiële bron
Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling, domein belastingen op arbeid en vermogenBelastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling, domein belastingen op arbeid en vermogenDe Directeur-Generaal Belastingdienst heeft namens de taatssecretaris van Financiën het volgende besloten.

Bij uitzending van werknemers in concernverband naar het buitenland komt het voor dat de deelname aan de Nederlandse pensioenregeling voor het in het buitenland verdiende salaris wordt voortgezet. Hetzelfde kan zich voordoen bij de aanvaarding van een (deeltijd)dienstbetrekking bij een buitenlandse concernmaatschappij onder handhaving van de dienstbetrekking bij de Nederlandse inhoudingsplichtige (de zgn. salarysplit). Ik heb hierover de volgende vraag ontvangen.

Wordt de Nederlandse pensioenregeling voor de betrokken werknemer onzuiver als in de pensioenregeling de binnen concernverband doorgebrachte buitenlandse diensttijd als pensioengevende diensttijd wordt aangemerkt?

In het besluit van 16 april 2001, nr. RTB2001/1325, is aangegeven dat een Nederlandse inhoudingsplichtige tijdens het bestaan van een dienstbetrekking met een met de inhoudingsplichtige in concernverband verbonden buitenlands lichaam geen vrijgestelde pensioenaanspraken kan toezeggen over de diensttijd bij dat lichaam. Door toepassing van artikel 10a, eerste lid, onderdeel b, van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 is inkoop over de buitenlandse, binnen concernverband doorgebrachte diensttijd alleen achteraf mogelijk.

De Nederlandse pensioenregeling wordt evenwel niet onzuiver indien het buitenlandse lichaam zelf een pensioentoezegging aan de (uitgezonden) werknemer doet die overeenkomt met de pensioenregeling van de Nederlandse inhoudingsplichtige. Deze pensioenaanspraak kan ook verzekerd worden bij de verzekeraar van de Nederlandse pensioenregeling. Bij die Nederlandse pensioenverzekeraar zijn dan zowel de aanspraken ondergebracht die zijn toegezegd door de Nederlandse inhoudingsplichtige als de aanspraken die zijn toegezegd door het met de Nederlandse inhoudingsplichtige verbonden buitenlandse lichaam. Uit de feiten moet blijken dat de aanspraken over de buitenlandse diensttijd daadwerkelijk zijn toegekend door het buitenlandse lichaam. De kosten van de pensioenaanspraak over het buitenlandse salaris moeten ten laste te komen van het buitenlandse lichaam. Indien deze kosten in eerste aanleg worden voldaan door de Nederlandse (voormalige) inhoudingsplichtige, dienen ze aan het buitenlandse lichaam te worden doorbelast. Deze kosten moeten de integrale kosten omvatten die de pensioenverzekeraar op basis van de financieringsovereenkomst van de Nederlandse pensioenregeling voor financiering van het pensioen over het buitenlandse salaris in rekening brengt (incl. de kosten van de backservice bij salarisverhogingen).

In het geval de werknemer zelf een deel van de kosten voor zijn rekening neemt via inhouding op zijn salaris dient de eigen bijdrage bij een salarysplit naar evenredigheid te worden toegerekend aan het binnenlandse en het buitenlandse salaris. Bij de loonheffing mag slechts de eigen bijdrage die is toe te rekenen aan het salaris uit de Nederlandse dienstbetrekking in mindering worden gebracht op het Nederlandse loon.

Voor de heffing van inkomstenbelasting geldt het volgende.