Ministeriële regeling · BWBR0014022
Vrijstellingsregeling gebruik meststoffen
Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
Gelet op artikel 64 van de Wet bodembescherming;
Gezien het advies van de Technische commissie bodembescherming;
Besluit:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, B.J.OdinkIn deze regeling wordt verstaan onder grasland, bouwland en braakland hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, van de Meststoffenwet, en wordt verstaan onder niet-beteelde grond hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, van het Besluit gebruik meststoffen.
Van het verbod, gesteld in artikel 4, eerste lid, van het Besluit gebruik meststoffen, wordt vrijstelling verleend voor het gebruik van dierlijke mest op bouwland, op braakland en op niet-beteelde grond, gelegen in de gebieden die zijn aangegeven op de kaarten in bijlage I bij het Besluit gebruik meststoffen en die tevens op de kaarten bij het Besluit zand- en lössgronden zijn aangegeven als klei- of veengrond als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel ab, van de Meststoffenwet.
Van het verbod, gesteld in artikel 4a, eerste lid, van het Besluit gebruik meststoffen, wordt vrijstelling verleend voor:
- a.
het gebruik van stikstofkunstmest op bouwland, op braakland en op niet-beteelde grond, gelegen in de gebieden die zijn aangegeven op de kaarten in bijlage I bij het Besluit gebruik meststoffen en die tevens op de kaarten bij het Besluit zand- en lössgronden zijn aangegeven als klei- of veengrond als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel ab, van de Meststoffenwet;
- b.
het gebruik van stikstofkunstmest op grond, gelegen in de gebieden die zijn aangegeven op de kaarten in bijlage I van het Besluit gebruik meststoffen, en die gelijkmatig is beteeld met vollegrondsgroenten;
- c.
het gebruik van ureum in de periode van 16 november tot en met 31 januari op grond gelegen in de gebieden die zijn aangegeven op de kaarten in bijlage I van het Besluit gebruik meststoffen, en waarop uitsluitend fruitteelt wordt uitgeoefend, en
- d.
het gebruik van stikstofkunstmest in de periode van 16 tot en met 31 januari op grond gelegen in de gebieden die zijn aangegeven op de kaarten in bijlage I van het Besluit gebruik meststoffen, en die gelijkmatig is beteeld met hyacinten.
Van het verbod, gesteld in artikel 4b van het Besluit gebruik meststoffen, wordt vrijstelling verleend:
- a.
indien het omploegen van grasland plaatsvindt als onderdeel van kavelinrichtingswerken overeenkomstig:
- 1°.
een landinrichtingsplan als bedoeld in artikel 73 of een aanpassingsplan als bedoeld in artikel 101 van de Landinrichtingswet,
- 2°.
een herinrichtingsplan als bedoeld in artikel 1 van de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkolonieën,
- 3°.
een plan van voorzieningen als bedoeld in artikel 39 van de Reconstructiewet Midden-Delfland,
waarvan het plan van toedeling is vastgesteld door de arrondissementsrechtbank;
- 1°.
- b.
in de periode van 16 september tot en met 31 oktober indien na het omploegen in een direct daaropvolgende werkgang op het desbetreffende perceel bloembollen worden geplant, of
- c.
in de periode van 1 november tot en met 31 december indien na het omploegen op het desbetreffende perceel een ander gewas wordt geplant of ingezaaid dan gras.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Deze regeling wordt aangehaald als: Vrijstellingsregeling gebruik meststoffen.