Ministeriële regeling · BWBR0014028

Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar IVW-DV

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van de Minister van Justitie d.d. 17 september 2002, kenmerk 5187074/502/AJT, strekkende tot aanwijzing van buitengewoon opsporingsambtenaren bij de Inspectie Verkeer en Waterstaat, Divisie Vervoer Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar IVW-DVDe Minister van Justitie,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Verkeer en Waterstaat;

Gelet op artikel 17, eerste lid, aanhef en onder ten tweede, van de Wet op de economische delicten juncto artikel 142, eerste lid, onder c, van het Wetboek van Strafvordering, artikel 142, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar en op artikel 8, zevende lid, en artikel 9, van de Politiewet 1993;

Besluit:

Dit besluit wordt met de toelichting in de Staatscourant en het Algemeen Politieblad geplaatst.

Binnen zes weken na publicatie van dit besluit kan een belanghebbende daartegen een bezwaarschrift indienen bij de Minister van Justitie, Postbus 20301, 2500 EH Den Haag. Het bezwaarschrift dient te zijn gemotiveerd.

Den Haag17 september 2002 De Minister van Justitie, C.W.M. Dessens

In dit besluit wordt verstaan onder:

a.buitengewoon opsporingsambtenaar:

de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 2;

b.de IVW-DV:

de Inspectie Verkeer en Waterstaat, Divisie Vervoer.

Maximaal 210 ambtenaren werkzaam bij de IVW-DV en belast met de opsporing van strafbare feiten zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.

De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd bij de opsporing van de strafbare feiten waarvoor aan hem opsporingsbevoegdheid is toegekend, gebruik te maken van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 8, eerste en derde lid, van de Politiewet 1993. Hij gedraagt zich daarbij overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 7 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar.

De directeur-hoofdinspecteur van de IVW-DV brengt jaarlijks, vóór 1 april over het jaar daaraan voorafgaand aan de Minister van Justitie verslag uit over:

De buitengewoon opsporingsambtenaar beschikt over een ontheffing van het bepaalde in artikel 16, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar, onder de navolgende voorwaarden:

Het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar RVI 2001 wordt ingetrokken.

De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging, de legitimatiebewijzen buitengewoon opsporingsambtenaar en de overige benoemingsbescheiden, afgegeven mede op basis van het in artikel 8 genoemde besluit, worden voor de duur van hun geldigheid of tot daarover nader zal zijn beslist, geacht akten en legitimatiebewijzen of overige benoemingsbescheiden afgegeven mede op basis van het onderhavige besluit te zijn.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na publicatie van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 juli 2002. Dit besluit vervalt op 1 juli 2007.

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar IVW-DV 2002.