Wijzigingen Officiële bron
Reglement op de Tuchtrechtspraak van de Stichting Controlebureau voor Pluimvee, Eieren en EiproductenReglement op de Tuchtrechtspraak van de Stichting Controlebureau voor Pluimvee, Eieren en EiproductenHet bestuur van de Stichting Controlebureau voor Pluimvee, Eieren en Eiproducten,

Gelet op artikel 13, derde lid, van de Landbouwkwaliteitwet (Stb 1971, 371) alsmede op de artikelen 19 en 20 van de statuten van de Stichting Controlebureau voor Pluimvee, Eieren en Eiproducten;

Heeft in zijn vergadering van 8 november 2002 vastgesteld het navolgende reglement:

W.Chr.DijkshoornvoorzitterP.Smakmansecretaris

In dit reglement wordt overgenomen de terminologie van het Landbouwkwaliteitsbesluit eieren en van de statuten van de Stichting Controlebureau voor Pluimvee, Eieren en Eiproducten en wordt voorts verstaan onder:

stichting: de Stichting Controlebureau Pluimvee, Eieren en Eiproducten;

statuten: de statuten van de Stichting Controlebureau voor Pluimvee, Eieren en Eiproducten;

voorzitter: de voorzitter van het tuchtgerecht dan wel, bij diens ontstentenis of verhindering, de vice-voorzitter;

bestuur: bestuur van de stichting.

Het tuchtgerecht is bevoegd te oordelen over de overtredingen, door aangeslotenen begaan, van de voorschriften, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de statuten van de stichting.

Tegen de aangeslotene, die hoewel behoorlijk opgeroepen niet is verschenen of, ingeval zijn persoonlijke verschijning niet is gelast, zich niet heeft laten vertegenwoordigen, wordt verstek verleend. De behandeling wordt daarna voortgezet.

Degene, die als getuige of deskundige is opgeroepen en verschenen, niet zijnde functionaris van de stichting, ontvangt een vergoeding overeenkomstig het tarief in strafzaken.

Bij kennisgeving van de tuchtbeschikking als bedoeld in artikel 21, tweede lid, wordt aan de aangeslotene tevens medegedeeld dat tegen die beschikking beroep als bedoeld in titel IV van de Wet Tuchtrechtspraak Bedrijfsorganisatie open staat op het College van Beroep voor het Bedrijfsleven, uitsluitend terzake van de gronden, omschreven in artikel 17 van die wet, en dat dit beroep behoort te worden ingesteld binnen veertien dagen na verzending van voormelde kennisgeving door een schriftlelijke verklaring van of namens de betrokken aangeslotene aan de griffier van het College van Beroep voor het Bedrijfsleven.

De tenuitvoerlegging van beschikkingen van het tuchtgerecht en van uitspraken van het College van Beroep voor het Bedrijfsleven geschiedt op last van het bestuur. Het bestuur kan niet van tenuitvoerlegging afzien, tenzij met goedkeuring van de voorzitter van het College van Beroep voor het Bedrijfsleven.

Een tuchtbeschikking wordt niet ten uitvoer gelegd zolang daartegen beroep openstaat of op een ingesteld beroep nog niet is beslist.