Wet · BWBR0014316
Wijzigingswet Uitkeringswet gewezen militairen
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is te komen tot een modernisering van het diensteindestelsel voor militairen, zoals dat is vastgelegd in de Uitkeringswet gewezen militairen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage21 november 2002BeatrixDe Staatssecretaris van Defensie,C. van der Knaap de negende januari 2003De Minister van Justitie,J. P. H. DonnerWijzigt de Uitkeringswet gewezen militairen.
De artikelen 1, eerste lid, onderdeel d, en 3 van de Uitkeringswet gewezen militairen, zoals deze op de dag vóór de inwerkingtreding van deze wet luidden, blijven op de gewezen militair die op die dag aanspraak had op een uitkering ingevolge die wet van toepassing, totdat de eerste 60 maanden nadat de uitkering is ingegaan zijn verstreken.
Deze wet treedt in werking met ingang van een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip en werkt terug tot en met 1 januari 2001.