U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2003.

Ministeriële regeling · BWBR0014319

Regeling Bouwbesluit 2003

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 22 november 2002, nr. MJZ2002 085861 tot vaststelling van nadere voorschriften voor bouwwerkenRegeling Bouwbesluit 2003De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Gelet op de artikelen 1.3, 1.4, 1.10, 2.49, 2.55, 2.71, 2.74, 2.104, 2.105, 2.106, 2.111, 2.112, 2.146, 2.151, 2.173, 3.107, 3.111, 3.122, 3.126, 3.130, 3.132, 4.88 en 4.96 van het Bouwbesluit 2003, op richtlijn nr. 83/477/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 19 september 1983 betreffende de bescherming van werknemers tegen de risico's van blootstelling aan asbest op het werk (PbEG L 263, tweede bijzondere richtlijn in de zin van artikel 8 van richtlijn nr. 80/1107/EEG), op richtlijn nr. 91/382/EEG van de Raad van 25 juni 1991 (PbEG L 206) tot wijziging van richtlijn nr. 83/477/EEG en artikel 1 van het Besluit indieningsvereisten aanvraag bouwvergunning;

Besluit

's-Gravenhage 22 november 2002 De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, H.G.J.Kamp

In deze regeling wordt verstaan onder:

asbest:

stoffen of producten, die een of meer van de volgende vezelachtige silicaten bevatten:

besluit:

Bouwbesluit 2003;

CE-markering:

CE-markering als bedoeld in artikel 4 van de richtlijn bouwproducten;

conformiteitscertificaat:

verklaring als bedoeld in artikel 13 in verbinding met artikel 14, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, van de richtlijn bouwproducten;

conformiteitsverklaring:

verklaring als bedoeld in artikel 13 in verbinding met artikel 14, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, van de richtlijn bouwproducten;

Europese technische goedkeuring:

Europese technische goedkeuring als bedoeld in hoofdstuk III van de richtlijn bouwproducten;

geharmoniseerde norm:

Europese norm of geharmoniseerd document als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de richtlijn bouwproducten, hetwelk door CEN of CENELEC in opdracht van de Commissie van de Europese gemeenschappen is aangenomen overeenkomstig de richtlijn nr. 98/34/EG van de Raad van de Europese gemeenschappen van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (PbEG L 204), zoals gewijzigd bij richtlijn nr. 98/48/EG van 20 juni 1998 (PbEG L 217);

giftige stoffen:

stoffen of preparaten waarvan reeds een geringe hoeveelheid bij inademing of opneming via de mond of via de huid acute of chronische aandoeningen of de dood kan veroorzaken;

hoge spanning:

hoge spanning als bedoeld in NEN 1041 en V 1041;

lage spanning:

lage spanning als bedoeld in NEN 1010;

minister:

Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

nationale technische specificatie:

technische specificatie als bedoeld in artikel 4, derde lid, van de richtlijn bouwproducten en vastgesteld overeenkomstig de in dat lid en in artikel 5, tweede lid, van die richtlijn beschreven procedure;

V:

door de Hoofdcommissie voor de Normalisatie (een voorloper van de Stichting Nederlands Normalisatie-Instituut) uitgegeven leidraad;

ve:

vezelequivalent is een maat voor de carcinogene potentie van de soorten asbest en de vezellengte, waarbij geldt:

zeer giftige stoffen:

stoffen of preparaten waarvan reeds een zeer geringe hoeveelheid bij inademing of opneming via de mond of via de huid acute of chronische aandoeningen of de dood kan veroorzaken.

Een voorziening voor drinkwater of warmwater als bedoeld in de artikelen 3.122 en 3.130 van het besluit voldoet aan NEN 1006.

Een voorziening voor drinkwater of warmwater als bedoeld in de artikelen 3.126 en 3.132 van het besluit voldoet, in afwijking van artikel 1.2, eerste lid, aan NEN 1006, uitgave 1981, inclusief correctieblad, juni 1990.

De minister kan ten aanzien van bouwproducten als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de richtlijn bouwproducten, die niet vallen onder artikel 4, tweede lid, van die richtlijn, toestemming verlenen voor het in de handel brengen daarvan.

Een instelling die overeenkomstig artikel 16 van de richtlijn bouwproducten door de lidstaat van oorsprong is erkend met het oog op het afgeven van kwaliteitsverklaringen voor andere lidstaten, wordt gelijkgesteld met een door de minister aangewezen onafhankelijk deskundig instituut als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel j, van de Woningwet.

Als merkteken voor een door de minister erkende kwaliteitsverklaring bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel j, van de Woningwet en artikel 1.6 van het besluit, worden aangewezen:

De minister draagt eenmaal per kalenderjaar zorg voor opstelling en bekendmaking van een overzicht, alsmede van wijziging van dat overzicht, van bouwmaterialen en bouwdelen waarvoor een door de minister erkende kwaliteitsverklaring als bedoeld in artikel 1.6 van het besluit is afgegeven.

De getalswaarde van de stijging van de concentratie van formaldehyde in de binnenlucht van een verblijfsgebied ten opzichte van de concentratie van formaldehyde in de buitenlucht, uitgedrukt in μg/m³, mag, voorzover deze concentratie afkomstig is uit een of meer constructie-onderdelen die dat verblijfsgebied begrenzen, dan wel uit een of meer in dat verblijfsgebied gelegen constructie-onderdelen, niet groter zijn dan:

2 + 3,17 • 10-6 • t4 • R + 0,86 • 10-3 • A • t • R + 1,5 • 10-3 • R²

waarin:

t is de getalswaarde van de luchttemperatuur in het te meten gebied onderscheidenlijk de te meten woonwagen, uitgedrukt in °C;

R is de getalswaarde van de relatieve luchtvochtigheid in het te meten gebied onderscheidenlijk de te meten woonwagen, uitgedrukt in %; en

A is de getalswaarde, uitgedrukt in m², van de verticale doorsnede van:

De getalswaarde van het verschil tussen de concentratie van asbestvezels in de binnenlucht van een voor mensen toegankelijke ruimte van een gebouw en de concentratie van asbestvezels in de buitenlucht, uitgedrukt in ve/m³, mag, voorzover deze concentratie afkomstig is uit een of meer constructie-onderdelen die de ruimte begrenzen dan wel uit een of meer in die ruimte aanwezige constructie-onderdelen, niet groter zijn dan 1.000.

Een ruimte waardoor een rookvrije vluchtroute voert heeft afhankelijk van de oppervlakte van de daarop aangewezen ruimten en van de bezettingsgraadklasse van die ruimten een zodanige opvang- en doorstroomcapaciteit dat in geval van brand snel en veilig kan worden gevlucht. Daarbij kan rekening worden gehouden met gefaseerde ontruiming.

Waar in artikel 3.81, eerste en tweede lid, van het besluit wordt verwezen naar NEN 1087 is bedoeld onderdeel 5.1 en onderdeel 5.3 van die norm.

Waar in artikel 2.193, eerste lid, van het besluit wordt verwezen naar NEN 1594 is bedoeld onderdeel 4.2 van die norm.

Bij de toepassing van NEN 2057 geldt het volgende:

Onderdeel 6.1 wordt gelezen als:

Projecteer de delen van de daglichtopening loodrecht op het projectievlak.

Bij de toepassing van NEN 2916 geldt het volgende:

Bij de bepaling van de geluidwering ten gevolge van nachtelijk vliegverkeer wordt onderscheid gemaakt in de geluidwering voor startend en landend vliegverkeer. Hierbij wordt uitgegaan van de herleidingswaarden Ci volgens het spectrum voor startend en landend vliegverkeer, zoals opgenomen in tabel 4.1.

Tabel 4.1 - Herleidingswaarden(Ci) voor specifiek soorten buitengeluid

Bij toepassing van de norm geldt, dat de in onderdeel 5.2.1 van die norm bedoelde waarde voor de correctie ten opzichte van de vorige norm, cEPC, 1,17 is.

Waar in artikel 1.1, tweede lid, van het besluit wordt verwezen naar NEN 6090, is bedoeld:

Waar in artikel 3.69, vierde lid, van het besluit is verwezen naar NEN-EN 81-1, is bedoeld onderdeel 5.2.3 van die norm.

Waar in artikel 3.69, vierde lid, van het besluit is verwezen naar NEN-EN 81-2, is bedoeld onderdeel 5.2.3 van die norm.

Bij de toepassing van NEN 2057 geldt het volgende:

Onderdeel 6.1 wordt gelezen als:

Projecteer de delen van de daglichtopening loodrecht op het projectievlak.

Bij de verwijzing in onderdeel 4.3.3 van NEN 2608 naar NEN 6700, NEN 6710, NEN 6760 en NEN 6770, zijn de artikelen 4.24, 4,27, 4,29 respectievelijk 4.30 van toepassing.

Bij toepassing van NEN 2757, geldt het volgende:

Bij de toepassing van NEN 3859 geldt het volgende:

Bij de toepassing van NEN 6068 geldt het volgende:

in de onderdelen 5.3, 5.4, 6.1.1, 6.2.0 en 6.2.1 blijven de verwijzingen naar de normen NEN 6071, NEN 6072 en NEN 6073, buiten toepassing.

Bij toepassing van NEN 6069 zijn bij de verwijzing in de onderdelen A.1.1, A.1.2 en A.2.1 van deze norm naar NEN 6700, NEN 6710, NEN 6720, NEN 6760, NEN 6770 en NEN 6790 de artikelen 4.24, 4.27, 4.28, 4.29, 4.30 respectievelijk 4.31 van deze regeling van toepassing.

Waar in artikel 1.1, tweede lid, van het besluit is verwezen naar NEN 6090, is bedoeld:

Bij de toepassing van NEN 6700 geldt het volgende:

Bij de toepassing van NEN 6702 geldt het volgende:

Bij de toepassing van NEN 6707 geldt het volgende:

Bij de toepassing van NEN 6710 geldt het volgende:

Bij de toepassing van NEN 6720 geldt het volgende:

Bij de toepassing van NEN 6760 geldt het volgende:

Bij de toepassing van NEN 6770 geldt het volgende:

Bij de toepassing van NEN 6790 geldt het volgende:

Waar in artikel 3.89 van het besluit is verwezen naar NEN 8087, is bedoeld onderdeel 4.1 of 4.3 van die norm.

Waar in artikel 3.76, derde lid, van het besluit is verwezen naar NEN-EN 81-1, is bedoeld onderdeel 5.2.3 van die norm.

Waar in artikel 3.76, derde lid, van het besluit is verwezen naar NEN-EN 81-2, is bedoeld onderdeel 5.2.3 van die norm.

De Regeling Bouwbesluit nieuwbouw 1998, de Regeling Bouwbesluit bestaande bouw 1998, de Regeling Bouwbesluit materialen 1998, de Regeling Bouwbesluit aansluitvoorwaarden en de Regeling Bouwbesluit CE-markeringen en erkende kwaliteitsverklaringen worden ingetrokken.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2003.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Bouwbesluit 2003

Toetsingscriteria voor certificatie- en inspectie-instellingen en testlaboratoria in het kader van de richtlijn bouwproducten.

De basis voor de toetsing van te notificeren instellingen is de EN 45000 serie, of NEN-EN-ISO/IEC 17025:2000 (onderdeel 3.3 van het Guidance Paper A, Construct 00/402 Rev 1, `The designation of notified bodies in the field of the construction products directive', d.d. 1 augustus 2002.

Niet alle onderdelen van bovengenoemde normen zijn van toepassing voor de toetsing. Hieronder is een nadere specificatie van de relevante onderdelen gegeven.

Aan artikel 1.13, eerste lid, onder c, wordt voldaan indien voor:

Aan artikel 1.13, eerste lid, onder d, wordt voldaan indien voor:

Aan artikel 1.13, eerste lid, onder e, wordt voldaan indien voor:

Aan artikel 1.13, eerste lid, onder f, wordt voldaan indien voor:

Aan artikel 1.13, eerste lid, onder g, wordt voldaan indien voor:

Voorwaarden met betrekking tot het uitbesteden van werkzaamheden in het kader van artikel 16 of 18 van de richtlijn bouwproducten.