Regeling · BWBR0014380
Vergoedingenregeling raad voor rechtsbijstand
Op voordracht van Onze Minister van Justitie, van 25 november 2002, nr. 5196780/802;
Gelet op artikel 3 van het Vacatiegeldenbesluit 1988 (Stb. 1988, 205);
Hebben goedgevonden en verstaan:
Onze Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit dat in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage4 december 2002BeatrixDe Minister van Justitie,J. P. H. Donnerde negende januari 2003De Minister van Justitie,J. P. H. DonnerIn dit besluit wordt verstaan onder:
bestuur: het bestuur bedoeld in artikel 3 van de Wet op de rechtsbijstand;
raad van advies: de raad van advies bedoeld in artikel 6 van de Wet op de raad voor rechtsbijstand.
De voorzitter van de raad van advies ontvangt voor zijn werkzaamheden en onkosten een vaste maandelijkse vergoeding van € 674,75.
De overige leden van de raad van advies ontvangen per vergadering van de raad van advies een vergoeding van € 185. Met een vergadering van de raad van advies wordt gelijkgesteld een bijeenkomst waaraan een lid van de raad van advies uit hoofde van dit lidmaatschap deelneemt.
Het bestuur kan op grond van artikel 8 van de Wet op de rechtsbijstand voor de voorbereiding of uitvoering van bepaalde werkzaamheden commissies instellen. De leden van deze onder het bestuur ressorterende commissies ontvangen per dagdeel dat wordt deelgenomen aan een vergadering een vergoeding van € 140.
De voorzitter en de leden van de raad van advies en de onder het bestuur ressorterende commissies hebben overeenkomstig het Reisbesluit binnenland en het Reisbesluit buitenland recht op vergoeding wegens reis- en verblijfkosten.
De vacatiegeldenregeling Raden voor Rechtsbijstand van 27 januari 1994, kenmerk 423317/894, wordt ingetrokken.
Dit besluit treedt in werking op de datum van plaatsing in het Staatsblad en werkt terug tot 1 januari 2002.
Deze regeling wordt aangehaald als: Vergoedingenregeling raad voor rechtsbijstand.