U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-07-2003.

Ministeriële regeling · BWBR0014468

Mijnbouwregeling

Wijzigingen Officiële bron
MijnbouwregelingMijnbouwregelingDe Staatssecretaris van Economische Zaken,

Handelende in overeenstemming met de Ministers van Verkeer en Waterstaat en van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Gelet op de op 13 september 1983 te Bonn tot stand gekomen Overeenkomst inzake samenwerking bij de bestrijding van verontreiniging van de Noordzee door olie en andere schadelijke stoffen (Trb. 1983, 159; laatstelijk Trb. 1990, 100), de artikelen 9, derde lid, 11, vierde en vijfde lid, 14, 32, 40, zesde lid, 63, vierde lid, 122, 123, tweede lid, van de Mijnbouwwet, en de artikelen 4, vierde lid, 7, eerste lid, 12, tweede lid, 17, eerste lid, 18, eerste lid, 19, eerste lid, 20, eerste lid, 23, tweede lid, 29, 44, eerste lid, 45, eerste lid, 51, vijfde en zesde lid, 52, zesde en achtste lid, 53, derde lid, 66, eerste lid, 73, 77, 80, tweede en vierde lid, 81, derde lid, 82, vierde lid, 83, eerste en derde lid, 93, derde lid, 114 en 144 van het Mijnbouwbesluit;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van bijlage 16, die ter inzage wordt gelegd, zoals bepaald in artikel 9.3.2, tweede lid.

's-Gravenhage. 16 december 2002.De Staatssecretaris van Economische Zaken, J.G. Wijn.

In deze regeling wordt verstaan onder:

Waar in deze regeling producten dienen te voldoen aan een bepaalde norm of eis, worden daaraan gelijkgesteld producten die voldoen aan normen of eisen die worden gesteld in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat die partij is bij de overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte, en die tenminste een gelijkwaardig niveau waarborgen.

Het gebied, waarvoor een opsporings- of winningsvergunning voor koolwaterstoffen wordt verleend, is, voor zover dat met een doelmatige en voortvarende opsporing en winning van koolwaterstoffen verenigbaar en op grond van de aantoning uit geologisch oogpunt gerechtvaardigd is, in overeenstemming met de ingediende aanvraag.

Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder aanvraag: een aanvraag om een mijnbouwmilieuvergunning als bedoeld in artikel 40 van de wet.

Een aanvraag wordt in zesvoud ingediend.

Indien het mijnbouwwerk waarvoor de mijnbouwmilieuvergunning wordt aangevraagd, naar zijn aard tijdelijk is, vermeldt de aanvrager dit in de aanvraag. Hij vermeldt daarbij tevens zo mogelijk het tijdstip waarop het mijnbouwwerk buiten werking zal worden gesteld.

Voor zover die gegevens nodig zijn voor de beslissing op de aanvraag, verstrekt de aanvrager op verzoek van de minister bij de aanvraag de resultaten van een onderzoek naar de kwaliteit van de bodem op de plaats waar het mijnbouwwerk zal zijn of is gelegen.

De minister stelt de volgende bestuursorganen in de gelegenheid binnen vier weken advies uit te brengen over het ontwerp van de beschikking op de aanvraag indien het mijnbouwwerk is gelegen op het land of de territoriale zee:

De minister stelt de volgende bestuursorganen in de gelegenheid binnen vier weken advies uit te brengen over het ontwerp van de beschikking op de aanvraag indien het mijnbouwwerk is gelegen op het continentaal plat:

Bij de aanvraag om een vergunning als bedoeld in de artikelen 18 en 19 van het besluit verstrekt de aanvrager gegevens omtrent:

Bij de aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 22 van het besluit verstrekt de aanvrager gegevens omtrent:

Bij de aanvraag om een ontheffing als bedoeld in de artikelen 44, tweede lid, en 45, tweede lid, van het besluit verstrekt de aanvrager gegevens omtrent:

Bij de aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 51, vijfde lid, van het besluit geeft de aanvrager aan waarom een helikopterdek niet noodzakelijk is.

Bij de aanvraag tot splitsing om een vergunning als bedoeld in artikel 135 van het besluit, verstrekt de aanvrager de volgende gegevens:

Bij de aanvraag om een vergunning tot winning van kalksteen als bedoeld in artikel 146 van het besluit verstrekt de aanvrager de volgende gegevens:

Bij de aanvraag om een vergunning tot gebruik van een groeve voor een ander doeleinde als bedoeld in artikel 151 van het besluit verstrekt de aanvrager de volgende gegevens:

De delen van de territoriale zee en het continentaal plat, bedoeld in artikel 16 van het besluit, bestaan uit de delen van territoriale zee en het continentaal plat die gelegen zijn ten zuiden van de lijn die gevormd wordt door de punten A, 2, 3, 4, 5, 6, 7 en I, aangeduid in bijlage 4 bij deze regeling en die niet liggen in:

De delen van de territoriale zee en het continentaal plat, bedoeld in artikel 17 van het besluit, bestaan uit de overige gebieden, aangeduid in bijlage 4.

De delen van de territoriale zee en het continentaal plat, bedoeld in artikel 18 van het besluit, bestaan uit de ankergebieden, aangeduid in bijlage 4.

De rede van Hoek van Holland, bedoeld in artikel 20 van het besluit, komt overeen met het aanloopgebied Hoek van Holland, aangeduid in bijlage 4.

De gebieden, bedoeld in artikel 45, eerste lid, van het besluit zijn de in bijlage 4 aangeduide:

De gebieden, bedoeld in artikel 45, eerste lid, van het besluit zijn de gebieden, aangeduid in bijlage 4.

De delen van oppervlaktewater, bedoeld in artikel 19 van het besluit, en de gebieden, bedoeld in artikel 44 van het besluit, zijn de gebieden, aangeduid in bijlage 5 bij deze regeling.

Een werkplan als bedoeld in artikel 4 van het besluit bevat voor een vergunningsgebied:

Indien verkenningsonderzoek plaatsvindt in oppervlaktewater met gebruik van kunstmatig opgewekte trillingen, wordt met een laag geluidsvolume begonnen en verloopt de versterking van dat volume geleidelijk.

De paragrafen 2.2. tot en met 2.8. zijn van toepassing op verkenningsonderzoek met gebruik van ontplofbare stoffen.

De uitvoering van werkzaamheden met ontplofbare stoffen geschiedt overeenkomstig een schriftelijke instructie. Deze instructie en de wijzigingen ervan worden voor de aanvang van de werkzaamheden op verzoek van de inspecteur-generaal der mijnen aan hem ter beschikking gesteld.

Ontplofbare stoffen en ontstekers worden bewaard in hiertoe geschikte en bestemde vonkvrije kisten.

Indien ontstekers zich buiten een ontstekerkist bevinden, is het zendgedeelte van een aanwezige zendinstallatie uitgeschakeld, tenzij het zendvermogen van die installatie niet groter is dan één Watt of de in gebruik zijnde ontstekers vanwege hun constructie ongevoelig zijn voor elektromagnetische straling.

De voor een schietgat benodigde ontplofbare stoffen en ontstekers worden tijdens het boren van de schietgaten op een afstand van ten minste 10 m daarvan en onder toezicht bewaard.

Bij activiteiten met ontplofbare stoffen zijn alleen die personen aanwezig, die daarmee zijn belast.

Tijdens werkzaamheden met ontplofbare stoffen wordt niet meer dan één lading tegelijk gereed gemaakt.

Zolang een lading nog niet op zijn plaats in het schietgat is aangebracht, wordt geen volgende lading gereedgemaakt.

Ontplofbare stoffen worden slechts in de vorm en de verpakking, waarin zij door de fabrikant zijn geleverd, gebruikt.

Een ontstekingscircuit van een lading wordt met een daarvoor geschikt meetinstrument getest.

Indien bij het trekken van de pijp waarmee een schietgat wordt geboord, de pijp blijft vastzitten of de lading meekomt, wordt de pijp niet verder getrokken en wordt de lading afgevuurd.

Ladingen worden beveiligd tegen het verwijderen door onbevoegden.

Schietgaten worden over de gehele lengte opgevuld met daarvoor geschikt materiaal.

De schietmeester houdt een schietregister bij, waarin van dag tot dag zijn vermeld:

Voor de opgave van hoeveelheden stoffen, bedoeld in de artikelen 24, 25, 26 en 27 van het besluit, worden de volgende eenheden gebruikt:

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

De landingsplaats is vrij van obstakels.

In de onmiddellijke nabijheid van de landingsplaats zijn aanwezig:

Op een mijnbouwinstallatie is een persoon aanwezig die is aangewezen als radio-operator en belast met het via de luchtvaartradio aan de gezagvoerder van een naderende of vertrekkende helikopter verstrekken van alle gegevens, die van belang zijn voor de luchtvaart naar en van mijnbouwinstallaties alsmede het luchtverkeer in de nabijheid van deze installaties.

In de onmiddellijke nabijheid van een helikopterdek zijn de volgende reddingmiddelen voorhanden:

De uitvoerder overlegt bij zijn verzoek tot verkrijging van instemming tot gebruik van het helikopterdek, bedoeld in artikel 51, vierde lid, van het besluit voorts de gegevens met betrekking tot de in dit hoofdstuk voorgeschreven apparatuur, als opgenomen in bijlage 10.

Tenminste een van de herkenningstekens, bedoeld in artikel 52, vierde lid, onderdelen a en b, van het besluit is, ongeacht vanuit welke richting de installatie wordt genaderd, bij dag en nacht zichtbaar.

Dit hoofdstuk is van toepassing op mijnbouwinstallaties die boven het wateroppervlak uitsteken.

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

De bepalingen die van toepassing zijn op mijnbouwinstallaties in het zeegebied A1 gelden ook voor mijnbouwinstallaties die geplaatst zijn in binnenwateren.

Het geluidssignaal dat door de VHF-DSC-wachtontvanger, de MF-DSC-wachtontvanger of een ander gelijkwaardig telecommunicatiemiddel als bedoeld in artikel 6.2.4 wordt afgegeven, kan te allen tijde worden gehoord door de dienstdoende radiotelefonist.

Dit hoofdstuk heeft betrekking op mijnbouwinstallaties die voor de winning zijn bestemd.

De uitvoerder doet tenminste acht weken voor de verwijdering van een geheel onder oppervlaktewater gelegen mijnbouwinstallatie als bedoeld in artikel 63 van het besluit mededeling aan de inspecteur-generaal der mijnen omtrent:

Het eindrapport over de aanleg van een boorgat bevat de gegevens, aangegeven in bijlage 12, en is in overeenstemming met die bijlage ingericht.

Deze paragraaf is van overeenkomstige toepassing op boorgaten.

Deze paragraaf is van overeenkomstige toepassing op boorgaten.

Deze afdeling is niet van toepassing op boorgaten waarmee wordt beoogd de aanwezigheid van zout aan te tonen dan wel te winnen, mits de uitvoerder in het document, bedoeld in artikel 37, tweede lid, van het besluit, heeft aangetoond dat er geen gevaar bestaat voor schadelijke uitstroming van ondergrondse gassen of vloeistoffen.

De annulaire ruimte tussen de laatst geplaatste drukhoudende serie der verbuizing en het zich hierin bevindende boorgereedschap is voorzien van tenminste twee zijuitlaten, elk met twee afsluiters die afzonderlijk kunnen functioneren met een zodanige doorlaat van tenminste 50 mm nominaal, dat de te verwachten hoeveelheid vloeistof of gas goed kan worden afgevoerd.

Bij een persproef tot de maximale druk die zich naar berekening in de serie der verbuizing kan voordoen, treedt, na het stilzetten van de perspompen en na de stabilisatie van de druk, geen lekkage op gedurende een periode van ten minste:

Het spuitkruis en de spuitstukken tot en met de eerste afsluiter, gelegen na de reduceerklep (smoorstuk) van een put, zijn berekend op een werkdruk die ten minste gelijk is aan de maximaal aan de putmond mogelijk optredende druk.

Een onder oppervlaktewater gelegen putafwerking heeft een zodanige constructie dat de putafwerking niet wordt beschadigd door visserijmateriaal en het visserijmateriaal niet door de putafwerking.

Putten waaruit aardolie wordt geproduceerd met gebruikmaking van een pompinstallatie zijn zo ingericht dat vrijkomend gas in de annulaire ruimte tussen de opvoerserie en de laatste serie der verbuizing zonder gevaar kan worden afgevoerd.

Deze afdeling is mede van toepassing op boorgaten.

Indien een put buiten gebruik wordt gesteld waarin zich een gecementeerde afgehangen verbuizing bevindt, wordt ter hoogte van de bovenzijde van deze verbuizing een afsluiting aangebracht bestaande uit:

Indien een buiten gebruik te stellen put door een reservoir gaat, waarvan de inhoud mogelijk naar het oppervlak kan stromen, wordt ter hoogte van de annulaire afsluiting, bedoeld in artikel 8.5.2.5, eerste lid, die zich het dichtst boven het reservoir bevindt, in zowel de put als alle annulaire ruimten op hetzelfde niveau een cementplug van ten minste honderd meter aangebracht.

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

In de paragrafen 9.2 en 9.3 wordt verstaan onder:

Deze paragraaf is van toepassing op het gebruik en de lozing van chemicaliën op mijnbouwinstallaties op zee.

Indien het verzoek tot instemming, bedoeld in artikel 9.2.5, eerste lid, betrekking heeft op chemicaliën genoemd in de Plonor-lijst, verleent de minister instemming tot gebruik en lozing, tenzij het risico op schade aan het mariene milieu dat niet toelaat.

Een HOCNF-formulier is een gegeven als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel c, van de Wet openbaarheid van bestuur.

Treedt op een later tijdstip in werking.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

De eigenschappen, de aanleg en de ligging van alsmede het onderhoud aan een stalen pijpleiding voldoen in elk geval aan de in artikel 93, eerste en tweede lid, van het besluit bedoelde eisen, indien kan worden aangetoond dat wordt voldaan aan NEN 3650, 1ste druk, van september 1992, zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij NEN 3650/C1 van april 1996.

De eigenschappen, de aanleg en de ligging van alsmede het onderhoud aan een flexibele pijpleiding voldoen in elk geval aan de in artikel 93, eerste en tweede lid, van het besluit bedoelde eisen, indien kan worden aangetoond dat wordt voldaan aan:

De resultaten van geofysisch onderzoek als bedoeld in artikel 108, onderdeel a, van het besluit bevatten de resultaten van de eerste finale bewerking van signaal-, navigatie- en snelheidsgegevens en de bijbehorende rapporten van verkrijging en bewerking en de veldgegevens.

De resultaten van de metingen als bedoeld in artikel 109, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit bevatten de meetgegevens en de wijze waarop en de omstandigheden waaronder de meetgegevens verkregen zijn.

De resultaten van verrichte productie- of injectietesten als bedoeld in artikel 109, eerste lid, onderdeel d, van het besluit bevatten:

De uitvoerder verstrekt van gesteentemonsters als bedoeld in artikel 110, eerste lid, van het besluit:

De uitvoerder doet de minister opgaaf van de verkregen vloeistof- en gasmonsters, bedoeld in artikel 110, tweede lid, binnen vier weken na de verkrijging ervan. Daarbij worden gegevens met betrekking tot de bron, de kwaliteit en het gebruikte meetprogramma vermeld.

De gegevens die op grond van de artikelen 11.1.1 tot en met 11.1.6 aan de minister worden verstrekt zijn voorzien van:

Voor de opgave van hoeveelheden stoffen als bedoeld in dit hoofdstuk worden de volgende eenheden gebruikt:

Als instelling als bedoeld in artikel 123, tweede lid, van de wet wordt aangewezen het Nederlands Instituut voor Toegepaste Geowetenschappen TNO te Utrecht.

De adviesaanvraag als bedoeld in artikel 114, tweede lid, onderdeel d, van de wet bevat de volgende gegevens:

Op mijnbouwinstallaties die geplaatst zijn voor 1 januari 1988 zijn de in artikel 9.1.5, eerste lid, onderdeel a, genoemde normen van toepassing met ingang van 1 oktober 2003, mits tot dat tijdstip op deze installaties de best beschikbare technieken, bedoeld in aanhangsel 1 bij het Osparverdrag, worden toegepast om het alifatische oliegehalte niet meer dan 100 milligram olie per liter en het maandelijks gemiddelde alifatische oliegehalte niet meer dan 40 milligram olie per liter te laten bedragen.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2003, met dien verstande dat:

Deze regeling wordt aangehaald als: Mijnbouwregeling.

1

Indien de aanvraag wordt gedaan door een natuurlijk persoon:

2

Indien de aanvraag wordt gedaan door een rechtspersoon:

B

1

Indien de aanvraag wordt gedaan door een natuurlijk persoon:

2

Indien de aanvraag wordt gedaan door een rechtspersoon:

Het aantal en de eventuele namen van de mijnbouwwerken, geschikt voor de met de aanvraag beoogde werkzaamheden:

1

De ervaringen met betrekking tot de opsporing van koolwaterstoffen en de winning daarvan door middel van boringen, op te geven per land of gebied, voor zover de technische leiding daarvan berustte bij de aanvrager of bij de rechtspersonen, die naar het oordeel van de aanvrager kunnen worden aangemerkt als diens moedermaatschappijen of als behorende tot de groep, waartoe de aanvrager behoort, onder vermelding van:

2

Het verkennings- en opsporingsonderzoek naar aardolie of aardgas, verricht voor rekening van de aanvrager of van de rechtspersonen, die naar het oordeel van de aanvrager kunnen worden aangemerkt als diens moedermaatschappijen of als behorende tot de groep, waartoe de aanvrager behoort,

3

a. De hoeveelheid aardolie, putgasbenzine daaronder begrepen, gedurende het afgelopen kalenderjaar door de aanvrager gewonnen, uitgedrukt in 1000 m3, zowel in totaal als gesplitst per land.

b. De gegevens, bedoeld onder 3, onderdeel a, met betrekking tot de aanvrager en de rechtspersonen, die naar het oordeel van de aanvrager kunnen worden aangemerkt als diens moedermaatschappijen of als behorende tot de groep, waartoe de aanvrager behoort, gezamenlijk.

Bij de beschrijving van de gebieden wordt gebruik gemaakt van punten die zijn aangegeven met cijfers en letters. Deze cijfers en letters zijn in de tabellen 1, 2 en 3 gedefinieerd.

Ankergebied STZ Aanloopgebied IJmuiden. Dit ankergebied wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 224, 225, 226 en 227 "Deep-draught anchorage" (gelieerd aan de diep water toegangsroute tot de haven van IJmuiden) gelegen ten zuidwesten van het toegangsgebied. Dit ankergebied wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 140, 141, 142 en 143. Ankergebied vijf zeemijlen uit de kust van Scheveningen. Dit ankergebied wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 217, 218, 219, 220.

Ankergebied bij havenmonding Scheveningen nabij de "Scheveningen vaarweg boei". Dit ankergebied wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 159, 214, 215 en 216. "Maas Noord" gelegen ten westen van het VSS Maas Noord, dit ankergebied is bestemd voor het binnenkomende verkeer vanuit de noord en noordwest. Dit ankergebied wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 207, 208, 116 en 115.

"Maas West" gelegen in de ITZ ten zuiden van de Rede Hoek van Holland, direct grenzend aan de vanuit het westen binnenkomende route. Dit ankergebied wordt begrensd door een lijn die de volgende geografische posities verbindt: 178, 203, 204, 205 en 206.

"Outer" gelegen ten oosten van TSS Maas West Outer en ten noorden van de Eurogeul. Dit ankergebied wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 166, 170, 171 en 172. "Short-term deep-draught anchorage" gelegen in de North Hinder Junction, direct ten zuidwesten van de aanloop naar de Eurogeul. Dit ankergebied wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 173, 195, 196, 197 en 198.

"Long-term deep-draught anchorage" gelegen ten noordwesten van de North Hinder Junction. Dit ankergebied wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 183, 184, T, Y en 192.

Het aanloopgebied Hoek van Holland. Dit gebied wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: XII, 206, 178, 179, 168, 163, 116, 117, 126, 127, XI en via gemeentelijke grens naar XII.

De Overige gebieden zijn onder te verdelen in Aanloopgebieden.

Het aanloopgebied Eemsmonding wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: V, 241, 242, 235, W via de landsgrens en de grens continentaal plat naar V. Het aanloopgebied Brandaris betreft het Zeegat van Terschelling en wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: II, 237, 238, 239, I en van I naar II via de gemeentelijke grens. Het STZ aanloopgebied Den Helder. Dit gebied wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: IV, 229, 230, 231, 232, 233, III en van III naar IV via de gemeentelijke grens. Een "two-way" route naar en van het Schulpengat. Dit gebied sluit aan op het STZ aanloopgebied Den Helder en wordt begrensd door een lijn die loopt van de positie VII in een zeewaarts gerichte boog met een straal van 5 zeemijlen gerekend vanuit punt 229 naar positie VIII en vervolgens via de gemeentelijke grens naar VII.

Het aanloopgebied Scheveningen wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: X, 209, 213, IX en vervolgens via gemeentelijke grens naar X. Het STZ aanloopgebied IJmuiden. Dit gebied wordt gevormd door een lijn die loopt van de positie: V in een zeewaarts gerichte boog met een straal van 12 zeemijlen gerekend vanuit punt 221 (het referentiepunt) naar positie VI en vervolgens via de gemeentelijke grens naar V. De Scheepvaartroutes vermeld bij 28 tot en met 34 sluiten aan op dit aanloop gebied.

Scheepvaartroute "Noord" wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: A, 2, 109, 17, 18, 5, 6, 7, I, van I naar K via de grens continentaal plat, K, 20, 21, 22, 23, 24, 52, 45, 25, 26, D en vervolgens via de grens continentaal plat naar A, met uitzondering van de separatiegebieden "East Friesland" en "Off Botney Ground". Deze twee gebieden worden begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: C, 29, 30, 31, 32, B en vervolgens via de grens continentaal plat naar C respectievelijk J, 10, 11, 12, 13, 14, 15 en 16. Scheepvaartroute "Midden" wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 24, 34, 35, 36, 37, L, van L naar M via de grens continentaal plat, M, 40, 41, 42, 43, 44, 25, 45 en 52 met uitzondering van de separatiegebieden "West Friesland" en "Off Brown Ridge". Deze twee gebieden worden begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 45, 46, 47, 48, 49, 50, 51 en 52 respectievelijk 53, 54, 55 en 56. Scheepvaartroute "Zuid" richting zuid (van "Terschelling German Bight" tot "Deep Water route leading to Europoort") wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: E, 58, 59, 108, 109, 93, 94, 89, 90, 91, 92, 71, 72, 73, 74, 75, 76, 77, 78, 79, 80, 81, 82, 83, 84, 85, 86, 87, 88, 60, 61, F en vervolgens via de grens continentaal plat naar E. Scheepvaartroute "Zuid" richting noord (van "Deep Water route leading to Europoort" tot "Terschelling German Bight") wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: G, 64, 65, 66, 60, 88, 95, 96, 97, 98, 99, 100, 101, 102, 103, 104, 105, 106, 107, 67, 68, 69, H en vervolgens via de grens continentaal plat naar G. "North Hinder" wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: U, 177, 182, 165, 169, 102, 101, 81, 80, 183, 184, T vervolgens via grens continentaal plat in zuidelijke richting terug naar U.

Scheepvaartroute Maas 1 wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 177, 112, 123, 178, 179, 180, 181 en 182. Scheepvaartroute Maas 2 (deep water route) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 175, 176, 173 en 174. Scheepvaartroute Maas 3 wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 163, 124, 161, 169, 165, 166, 167 en 168. Scheepvaartroute Maas 4 wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 163, Q via de grens continentaal plat naar P en 116. Scheepvaartroute Maas 5 wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 116, 115, 110, 83, 119, 118, 117. Scheepvaartroute Maas 6 wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 126, 125, 98, 104, 128 en 127. Scheepvaartroute Maas 7 wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 115, 152, 153 en 118. Scheepvaartroute Maas 8 wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 125, 154, 155 en 128. Scheepvaartroute IJmuiden 1 wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 148, 149, 150 en 151. Scheepvaartroute IJmuiden 2 wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 144, 146, 145 en 147. Scheepvaartroute IJmuiden 3 wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: O, 132, 133, 134, 135, 136, 137, 138 en N. Scheepvaartroute IJmuiden 4 wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 120, 121, 119 en 78. Scheepvaartroute IJmuiden 5 wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 129, 130, 104 en 98. Scheepvaartroute Scheveningen wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 159, 160, 161, 156, 157 en 158. Scheepvaartroute vanuit noorden naar de Schelde wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 190, 191, R via grens continentaal plat naar S. Verbinding scheepvaartroute zuid en Europoort wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 110, 111, 112, 113, 114 en 83. Verbinding scheepvaartroute zuid en Europoort wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 98, 114, 122, 123, 124 en 104.

Het "Voordelta inshore traffic zone" gebied wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 123, 178, 206, XII en via de gemeentelijke grens naar XIII. Inshore Traffic zone Eems-Brandaris-Eierland wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: XIV, 107, 185, 186, 193, 200, 69, H via grens continentaal plat naar X en vervolgens via de gemeentelijke grens naar punt XIV.

Restrictiegebied "Off Friesland" wordt begrensd door de punten: 2, 3, 4, 5, 18, 17, 109.

In deze bijlage staan de gebieden beschreven, genoemd in artikel 1.10.7 van de regeling. In de beschrijving wordt gebruik gemaakt van cijfers en letters die in de tabellen 1 en 2 zijn gedefinieerd.

Gebieden:

De in artikel 4.8.2 bedoelde gegevens zijn:

Treedt op een later tijdstip in werking.

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Economische Zaken.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden