U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 08-10-2019.

Ministeriële regeling · BWBR0014468

Mijnbouwregeling

Wijzigingen Officiële bron
MijnbouwregelingMijnbouwregelingDe Staatssecretaris van Economische Zaken,

Handelende in overeenstemming met de Ministers van Verkeer en Waterstaat en van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Gelet op de op 13 september 1983 te Bonn tot stand gekomen Overeenkomst inzake samenwerking bij de bestrijding van verontreiniging van de Noordzee door olie en andere schadelijke stoffen (Trb. 1983, 159; laatstelijk Trb. 1990, 100), de artikelen 9, derde lid, 11, vierde en vijfde lid, 14, 32, 40, zesde lid, 63, vierde lid, 122, 123, tweede lid, van de Mijnbouwwet, en de artikelen 4, vierde lid, 7, eerste lid, 12, tweede lid, 17, eerste lid, 18, eerste lid, 19, eerste lid, 20, eerste lid, 23, tweede lid, 29, 44, eerste lid, 45, eerste lid, 51, vijfde en zesde lid, 52, zesde en achtste lid, 53, derde lid, 66, eerste lid, 73, 77, 80, tweede en vierde lid, 81, derde lid, 82, vierde lid, 83, eerste en derde lid, 93, derde lid, 114 en 144 van het Mijnbouwbesluit;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van bijlage 16, die ter inzage wordt gelegd, zoals bepaald in artikel 9.3.2, tweede lid.

's-Gravenhage. 16 december 2002.De Staatssecretaris van Economische Zaken, J.G. Wijn.

In deze regeling wordt verstaan onder:

Waar in deze regeling producten dienen te voldoen aan een bepaalde norm of eis, worden daaraan gelijkgesteld producten die voldoen aan normen of eisen die worden gesteld in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat die partij is bij de overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte, en die tenminste een gelijkwaardig niveau waarborgen.

Bij de aanvraag voor een opsporings- of winningsvergunning voor koolwaterstoffen overlegt de aanvrager ten behoeve van de beoordeling van de technische en financiële mogelijkheden de beschikbare informatie betreffende de veiligheids- en milieuprestaties van de aanvrager, onder meer met betrekking tot zware ongevallen, voor zover van toepassing op de activiteiten waarvoor de vergunning wordt aangevraagd.

Bij een aanvraag om een vergunning voor het permanent opslaan van CO2 in te trekken, verstrekt de vergunninghouder de minister:

Het gebied als bedoeld in artikel 11, derde lid, van de wet waarvoor een opsporings- of winningsvergunning voor koolwaterstoffen wordt verleend, is, voor zover dat met een doelmatige en voortvarende opsporing en winning van koolwaterstoffen verenigbaar en op grond van de aantoning uit geologisch oogpunt gerechtvaardigd is, in overeenstemming met de ingediende aanvraag.

Voor de vaststelling van het veiligheidsbelang en het maatschappelijk belang dat is verbonden aan het niet kunnen voorzien van eindafnemers, bedoeld in artikel 52d, tweede lid, van de wet, wordt een onderverdeling gemaakt in de volgende categorieën:

De rapportage, bedoeld in artikel 52h, eerste lid, van de wet bevat tevens:

Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder aanvraag: een aanvraag om een mijnbouwmilieuvergunning als bedoeld in artikel 40 van de wet.

Een aanvraag wordt in zesvoud ingediend.

Indien het mijnbouwwerk waarvoor de mijnbouwmilieuvergunning wordt aangevraagd, naar zijn aard tijdelijk is, vermeldt de aanvrager dit in de aanvraag. Hij vermeldt daarbij tevens zo mogelijk het tijdstip waarop het mijnbouwwerk buiten werking zal worden gesteld.

Voor zover die gegevens nodig zijn voor de beslissing op de aanvraag, verstrekt de aanvrager op verzoek van de minister bij de aanvraag de resultaten van een onderzoek naar de kwaliteit van de bodem op de plaats waar het mijnbouwwerk zal zijn of is gelegen.

De minister stelt de volgende bestuursorganen in de daarbij aangegeven gevallen in de gelegenheid binnen vier weken advies uit te brengen over het ontwerp van de beschikking op de aanvraag indien het mijnbouwwerk is gelegen op het land of de territoriale zee:

De minister stelt de volgende bestuursorganen in de daarbij aangegeven gevallen in de gelegenheid binnen vier weken advies uit te brengen over het ontwerp van de beschikking op de aanvraag indien het mijnbouwwerk is gelegen op het continentaal plat:

Bij de aanvraag om een vergunning als bedoeld in de artikelen 18 en 19 van het besluit verstrekt de aanvrager gegevens omtrent:

Bij de aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 22 van het besluit verstrekt de aanvrager gegevens omtrent:

Bij de aanvraag om een ontheffing als bedoeld in de artikelen 44, tweede lid, en 45, tweede lid, van het besluit verstrekt de aanvrager gegevens omtrent:

Bij de aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 51, vijfde lid, van het besluit geeft de aanvrager aan waarom een helikopterdek niet noodzakelijk is.

Bij de aanvraag tot splitsing om een vergunning als bedoeld in artikel 135 van het besluit, verstrekt de aanvrager de volgende gegevens:

Bij de aanvraag om samenvoeging van twee of meer vergunningen als bedoeld in artikel 137 van het besluit, verstrekt de aanvrager de volgende gegevens:

Bij de aanvraag tot afsplitsing van een vergunning als bedoeld in artikel 143, achtste lid, van de wet, verstrekt de aanvrager de volgende gegevens:

Bij de aanvraag om een vergunning tot winning van kalksteen als bedoeld in artikel 146 van het besluit verstrekt de aanvrager de volgende gegevens:

Bij de aanvraag om een vergunning tot gebruik van een groeve voor een ander doeleinde als bedoeld in artikel 151 van het besluit verstrekt de aanvrager de volgende gegevens:

De delen van de territoriale zee en het continentaal plat, bedoeld in artikel 16 van het besluit, bestaan uit de delen van territoriale zee en het continentaal plat die gelegen zijn ten zuiden van de lijn die gevormd wordt door de punten 171, 172, 173, 174, 189, 215, 216, 224 en 225, aangeduid in bijlage 4 bij deze regeling en die niet liggen in:

De delen van de territoriale zee en het continentaal plat, bedoeld in artikel 17 van het besluit, bestaan uit de overige gebieden, aangeduid in bijlage 4.

De delen van de territoriale zee en het continentaal plat, bedoeld in artikel 18 van het besluit, bestaan uit de ankergebieden, aangeduid in bijlage 4.

De rede van Hoek van Holland, bedoeld in artikel 20 van het besluit, komt overeen met het aanloopgebied Hoek van Holland, aangeduid in bijlage 4.

De gebieden, bedoeld in artikel 45, eerste lid, van het besluit zijn de in bijlage 4 aangeduide:

De gebieden, bedoeld in artikel 45, eerste lid, van het besluit zijn de gebieden, aangeduid in bijlage 4.

De delen van oppervlaktewater, bedoeld in artikel 19 van het besluit, en de gebieden, bedoeld in artikel 44 van het besluit, zijn de gebieden, aangeduid in bijlage 5 bij deze regeling.

Een werkplan als bedoeld in artikel 4 van het besluit bevat voor een vergunningsgebied:

Het verbod, bedoeld in artikel 43, tweede lid, van de wet geldt niet voor een schip dat de veiligheidszone binnenvaart of daar blijft:

De aanvrager van een ontheffing als bedoeld in artikel 43, vierde lid van de wet, verstrekt aan de Minister:

Indien verkenningsonderzoek plaatsvindt in oppervlaktewater met gebruik van kunstmatig opgewekte trillingen, wordt met een laag geluidsvolume begonnen en verloopt de versterking van dat volume geleidelijk.

De paragrafen 2.2. tot en met 2.8. zijn van toepassing op verkenningsonderzoek met gebruik van ontplofbare stoffen.

De uitvoering van werkzaamheden met ontplofbare stoffen geschiedt overeenkomstig een schriftelijke instructie. Deze instructie en de wijzigingen ervan worden voor de aanvang van de werkzaamheden op verzoek van de inspecteur-generaal der mijnen aan hem ter beschikking gesteld.

Ontplofbare stoffen en ontstekers worden bewaard in hiertoe geschikte en bestemde vonkvrije kisten.

Indien ontstekers zich buiten een ontstekerkist bevinden, is het zendgedeelte van een aanwezige zendinstallatie uitgeschakeld, tenzij het zendvermogen van die installatie niet groter is dan één Watt of de in gebruik zijnde ontstekers vanwege hun constructie ongevoelig zijn voor elektromagnetische straling.

De voor een schietgat benodigde ontplofbare stoffen en ontstekers worden tijdens het boren van de schietgaten op een afstand van ten minste 10 m daarvan en onder toezicht bewaard.

Bij activiteiten met ontplofbare stoffen zijn alleen die personen aanwezig, die daarmee zijn belast.

Tijdens werkzaamheden met ontplofbare stoffen wordt niet meer dan één lading tegelijk gereed gemaakt.

Zolang een lading nog niet op zijn plaats in het schietgat is aangebracht, wordt geen volgende lading gereedgemaakt.

Ontplofbare stoffen worden slechts in de vorm en de verpakking, waarin zij door de fabrikant zijn geleverd, gebruikt.

Een ontstekingscircuit van een lading wordt met een daarvoor geschikt meetinstrument getest.

Indien bij het trekken van de pijp waarmee een schietgat wordt geboord, de pijp blijft vastzitten of de lading meekomt, wordt de pijp niet verder getrokken en wordt de lading afgevuurd.

Ladingen worden beveiligd tegen het verwijderen door onbevoegden.

Schietgaten worden over de gehele lengte opgevuld met daarvoor geschikt materiaal.

De schietmeester houdt een schietregister bij, waarin van dag tot dag zijn vermeld:

Voor de opgave van hoeveelheden stoffen, bedoeld in de artikelen 24, 25, 26 en 27 van het besluit, worden de volgende eenheden gebruikt:

De termijn, bedoeld in artikel 49, tweede lid, van het besluit, bedraagt acht weken.

Tenminste een van de herkenningstekens, bedoeld in artikel 52, vierde lid, onderdelen a en b, van het besluit is, ongeacht vanuit welke richting de installatie wordt genaderd, bij dag en nacht zichtbaar.

Dit hoofdstuk is van toepassing op mijnbouwinstallaties die boven het wateroppervlak uitsteken.

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

De bepalingen die van toepassing zijn op mijnbouwinstallaties in het zeegebied A1 gelden ook voor mijnbouwinstallaties die geplaatst zijn in binnenwateren.

Het geluidssignaal dat door de VHF-DSC-wachtontvanger, de MF-DSC-wachtontvanger of een ander gelijkwaardig telecommunicatiemiddel als bedoeld in artikel 6.2.4 wordt afgegeven, kan te allen tijde worden gehoord door de dienstdoende radiotelefonist.

Dit hoofdstuk heeft betrekking op mijnbouwinstallaties die voor de winning of de opslag zijn bestemd.

De uitvoerder doet tenminste acht weken voor de verwijdering van een geheel onder oppervlaktewater gelegen mijnbouwinstallatie als bedoeld in artikel 63 van het besluit mededeling aan de inspecteur-generaal der mijnen omtrent:

Het eindrapport over de aanleg, uitbreiding, wijziging of reparatie van een boorgat, het stimuleren van een voorkomen via een put, alsmede het buiten gebruik stellen van een put bevat de gegevens, aangegeven in de bijlagen 12 en 12a, is in overeenstemming met die bijlagen ingericht en wordt binnen vier weken na de activiteit overgelegd.

Deze paragraaf is van overeenkomstige toepassing op boorgaten.

Deze paragraaf is van overeenkomstige toepassing op boorgaten.

Deze paragraaf is van overeenkomstige toepassing op boorgaten.

Deze afdeling is niet van toepassing op boorgaten waarmee wordt beoogd de aanwezigheid van zout aan te tonen dan wel te winnen, mits de uitvoerder in het document, bedoeld in artikel 37, tweede lid, van het besluit, heeft aangetoond dat er geen gevaar bestaat voor schadelijke uitstroming van ondergrondse gassen of vloeistoffen.

De annulaire ruimte tussen de laatst geplaatste drukhoudende serie der verbuizing en het zich hierin bevindende boorgereedschap is voorzien van tenminste twee zijuitlaten, elk met twee afsluiters die afzonderlijk kunnen functioneren met een zodanige doorlaat van tenminste 50 mm nominaal, dat de te verwachten hoeveelheid vloeistof of gas goed kan worden afgevoerd.

Bij een persproef tot de maximale druk die zich naar berekening in de serie der verbuizing kan voordoen, treedt, na het stilzetten van de perspompen en na de stabilisatie van de druk, geen lekkage op gedurende een periode van ten minste:

Het spuitkruis en de spuitstukken tot en met de eerste afsluiter, gelegen na de reduceerklep (smoorstuk) van een put, zijn berekend op een werkdruk die ten minste gelijk is aan de maximaal aan de putmond mogelijk optredende druk.

Een onder oppervlaktewater gelegen putafwerking heeft een zodanige constructie dat de putafwerking niet wordt beschadigd door visserijmateriaal en het visserijmateriaal niet door de putafwerking.

Putten waaruit aardolie wordt geproduceerd met gebruikmaking van een pompinstallatie zijn zo ingericht dat vrijkomend gas in de annulaire ruimte tussen de opvoerserie en de laatste serie der verbuizing zonder gevaar kan worden afgevoerd.

Deze afdeling is:

Voordat een uitvoerder een put buiten gebruik stelt, identificeert hij alle zones met stromingspotentieel en onderzoekt hij met welke maatregelen de stroming van gassen en vloeistoffen naar of van gesteentelagen buiten de zone of de oppervlakte kan worden voorkomen.

Bij het buiten gebruik stellen van een put brengt de uitvoerder een effectieve en duurzame afsluiting aan die voorkomt dat ondergrondse gassen en vloeistoffen door de sluitlaag naar andere gesteentelagen of naar het oppervlak kunnen stromen.

De uitvoerder stelt een put buiten gebruik door:

De uitvoerder kiest een afsluiting van een sluitlaag zodanig dat de afsluiting zich op gelijke hoogte bevindt met een sluitlaag, die:

Een afsluiting in de ondergrond strekt zich uit over de volledige doorsnede van de put en alle annulaire ruimten.

De topafsluiting strekt zich uit over alle annulaire ruimten.

De gassen en vloeistoffen die achterblijven in de put, veroorzaken niet meer dan minimale schade, waaronder schade door corrosie, aan de afsluitingen, de sluitlaag en de verbuizing en hebben een hogere gewichtsgradiënt dan de formatiedrukgradiënten in de zones met stromingspotentieel.

In een afsluiting bevinden zich geen kabels of leidingen.

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

In de paragrafen 9.2 en 9.3 wordt verstaan onder:

Deze paragraaf is van toepassing op het gebruik en de lozing van chemicaliën op mijnbouwinstallaties met in begrip van pijpleidingen als bedoeld in artikel 92, onder a, van het besluit op zee.

De uitvoerder draagt er zorg voor dat het gebruik of de lozing van chemicaliën als bedoeld in paragraaf 9.2 beperkt blijft tot hetgeen strikt noodzakelijk is bij mijnbouwactiviteiten op zee.

De Minister neemt een aanvraag om ontheffing en een melding als bedoeld in deze paragraaf slechts in behandeling wanneer de chemicaliën waarvoor de ontheffing wordt gevraagd respectievelijk waarvan melding wordt gemaakt zijn geregistreerd overeenkomstig paragraaf 9.3 en voldoen aan:

Een aanvraag om ontheffing om te lozen als bedoeld in artikel 9.2.5, tweede lid, voor chemicaliën als bedoeld in artikel 9.2.6, tweede lid, onderdelen b, c en d, wordt geweigerd, tenzij de uitvoerder bij de aanvraag aantoont dat vanwege technische aspecten of veiligheidsaspecten geen minder schadelijke vervangende middelen beschikbaar zijn. In dat geval kan de ontheffing voor ten hoogste drie jaar worden verleend.

Een HOCNF-formulier is een gegeven als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel c, van de Wet openbaarheid van bestuur.

De toxiciteitstest waarvan het resultaat wordt opgenomen in het HOCNF-formulier wordt op stofbasis verricht met inachtneming van de Ospar-akkoorden 2005-11 en 2005-12.

De eigenschappen, de aanleg en de ligging van alsmede het onderhoud aan een pijpleiding voldoen in elk geval aan de in artikel 93, eerste en tweede lid, van het besluit bedoelde eisen, indien kan worden aangetoond dat wordt voldaan aan NEN 3650-1:2012, NEN 3650-2:2012, NEN 3650-3:2012, NEN 3651:2012, NEN 3654:2014, NEN 3656:2015 dan wel, in het geval van een gietijzeren leiding met binnenbekleding, wordt aangetoond dat de pijpleiding aan artikel 93, eerste en tweede lid, van het besluit voldoet, rekening houdend met NEN 3650-4:2012 en NEN 3650-5:2012.

De eigenschappen, de aanleg en de ligging van alsmede het onderhoud aan een flexibele pijpleiding voldoen in elk geval aan de in artikel 93, eerste en tweede lid, van het besluit bedoelde eisen, indien kan worden aangetoond dat wordt voldaan aan:

De resultaten van de metingen als bedoeld in artikel 109, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit bevatten de meetgegevens en de wijze waarop en de omstandigheden waaronder de meetgegevens verkregen zijn.

De resultaten van verrichte productie- of injectietesten als bedoeld in artikel 109, eerste lid, onderdeel d, van het besluit bevatten:

De uitvoerder verstrekt van gesteentemonsters als bedoeld in artikel 110, eerste lid, van het besluit:

De uitvoerder doet de minister opgaaf van de verkregen vloeistof- en gasmonsters, bedoeld in artikel 110, tweede lid, binnen vier weken na de verkrijging ervan. Daarbij worden gegevens met betrekking tot de bron, de kwaliteit en het gebruikte meetprogramma vermeld.

De gegevens die op grond van de artikelen 11.1.1 tot en met 11.1.6 aan de minister worden verstrekt zijn voorzien van:

Voor de opgave van hoeveelheden stoffen als bedoeld in dit hoofdstuk worden de volgende eenheden gebruikt:

Als instelling als bedoeld in artikel 123, tweede lid, van de wet wordt aangewezen de organisatie, bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de TNO-wet, bekend als TNO.

Het jaarplan bedoeld in artikel 128, vierde lid, van de wet wordt jaarlijks voor 1 november ingediend.

Dit hoofdstuk is van toepassing op de opsporing en winning van koolwaterstoffen.

Een rapport inzake grote gevaren voor een productie-installatie bevat ten minste de informatie, genoemd in bijlage I, onderdeel 2, bij richtlijn 2013/30/EU, met uitzondering van punt 14 en met dien verstande dat onder de informatie bij punt 15 wordt verstaan: de informatie over de voorkoming van zware ongevallen die aanzienlijke of ernstige milieuschade tot gevolg hebben, die wordt verkregen uit een milieueffectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en die van belang is voor de activiteiten die vanuit de installaties worden geleid.

Een rapport inzake grote gevaren voor een niet-productie-installatie bevat ten minste de informatie, genoemd in bijlage I, onderdeel 3, bij richtlijn 2013/30/EU, met dien verstande dat onder de informatie bij punt 15 wordt verstaan: de informatie over de voorkoming van zware ongevallen die aanzienlijke of ernstige milieuschade tot gevolg hebben, die wordt verkregen uit een milieueffectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en die van belang is voor de activiteiten die vanuit de installaties worden geleid.

Een gewijzigd rapport inzake grote gevaren bevat ten minste de informatie, genoemd in bijlage I, onderdeel 6, bij richtlijn 2013/30/EU.

Een intern rampenplan bevat ten minste de informatie, genoemd in bijlage I, onderdeel 10, bij richtlijn 2013/30/EU, met dien verstande dat onder ‘extern rampenplan’, bedoeld in punten 2 en 9, wordt verstaan: het Incidentbestrijdingsplan Noordzee, bedoeld in artikel 23 van de Wet bestrijding maritieme ongevallen, het crisisplan, bedoeld in artikel 16 van de Wet veiligheidsregio’s, of het rampbestrijdingsplan, bedoeld in artikel 17 van de Wet veiligheidsregio’s.

Het bedrijfsbeleid inzake het voorkomen van zware ongevallen bevat ten minste de informatie, genoemd in bijlagen I, onderdeel 8, en IV, bij richtlijn 2013/30/EU en de voorzieningen, bedoeld in bijlage IV, onderdeel 1, bij die richtlijn.

Het veiligheids- en milieubeheersingssysteem bevat ten minste de informatie, genoemd in bijlage I, onderdeel 9, en IV, bij richtlijn 2013/30/EU en wordt ontwikkeld overeenkomstig deze onderdelen van richtlijn 2013/30/EU.

De beschrijving van de regeling voor onafhankelijke verificatie, bedoeld in artikelen 45c, eerste lid, onderdeel c, en 45g, eerste lid, onderdeel c, van de wet, bevat de informatie, genoemd in bijlage I, onderdeel 5, bij richtlijn 2013/30/EU.

Een exploitant van een productie-installatie of een eigenaar van een niet-productie-installatie hanteert de volgende termijnen:

De vergoeding, bedoeld in artikel 133, eerste lid, van de wet bedraagt de vergoeding, bedoeld in bijlage 15.

De adviesaanvraag als bedoeld in artikel 114, tweede lid, onderdeel d, van de wet bevat de volgende gegevens:

Vervallen

Op mijnbouwinstallaties die geplaatst zijn voor 1 januari 1988 zijn de in artikel 9.1.5, eerste lid, onderdeel a, genoemde normen van toepassing met ingang van 1 oktober 2003, mits tot dat tijdstip op deze installaties de best beschikbare technieken, bedoeld in aanhangsel 1 bij het Osparverdrag, worden toegepast om het alifatische oliegehalte niet meer dan 100 milligram olie per liter en het maandelijks gemiddelde alifatische oliegehalte niet meer dan 40 milligram olie per liter te laten bedragen.

In afwijking van de artikelen 8.2.1.1, eerste lid, onderdeel b, onder 3°, 8.2.3.1, eerste lid, onderdeel b, onder 3°, 8.2.4.1, eerste lid, onderdeel b, onder 3°, 8.2.3a.1, eerste lid, onderdeel b, onder 3°, worden geografische coördinaten in een werkprogramma uitgedrukt in het coördinatenstelsel van de Rijksdriehoekmeting tot het tijdstip van invoering van het ETRS89 systeem bij de Dienst van het Kadaster en openbare registers, bedoeld in artikel 2 van de Organisatiewet Kadaster.

Een werkprogramma met een plaatsbepaling uitgedrukt in geografische coördinaten, berekend volgens het ETRS89 systeem dat wordt ingediend voor het tijdstip, bedoeld in artikel 14.4.1 in verband met werkzaamheden nadat tijdstip wordt in behandeling genomen.

Een werkprogramma met een plaatsbepaling uitgedrukt in het coördinatenstelsel van de Rijksdriehoekmeting, dat wordt ingediend voor het tijdstip, bedoeld in artikel 14.4.1 in verband met werkzaamheden nadat tijdstip wordt slechts in behandeling genomen, nadat de indiener de geografische coördinaten opnieuw heeft berekend en ingediend volgens het ETRS89 systeem.

In afwijking van artikel 11.1.1, tweede lid, onderdeel c, wordt een herbewerking die voor de inwerkingtreding van dat artikel is uitgevoerd, desgevraagd overgelegd.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2003, met dien verstande dat:

Deze regeling wordt aangehaald als: Mijnbouwregeling.

1

Indien de aanvraag wordt gedaan door een natuurlijk persoon:

2

Indien de aanvraag wordt gedaan door een rechtspersoon:

B

1

Indien de aanvraag wordt gedaan door een natuurlijk persoon:

2

Indien de aanvraag wordt gedaan door een rechtspersoon:

Het aantal en de eventuele namen van de mijnbouwwerken, geschikt voor de met de aanvraag beoogde werkzaamheden:

1

De ervaringen met betrekking tot de opsporing van koolwaterstoffen en de winning daarvan door middel van boringen, op te geven per land of gebied, voor zover de technische leiding daarvan berustte bij de aanvrager of bij de rechtspersonen, die naar het oordeel van de aanvrager kunnen worden aangemerkt als diens moedermaatschappijen of als behorende tot de groep, waartoe de aanvrager behoort, onder vermelding van:

2

Het verkennings- en opsporingsonderzoek naar aardolie of aardgas, verricht voor rekening van de aanvrager of van de rechtspersonen, die naar het oordeel van de aanvrager kunnen worden aangemerkt als diens moedermaatschappijen of als behorende tot de groep, waartoe de aanvrager behoort,

3

a. De hoeveelheid aardolie, putgasbenzine daaronder begrepen, en aardgas gedurende het afgelopen kalenderjaar door de aanvrager gewonnen, uitgedrukt in 1000 m3, zowel in totaal als gesplitst per land.

b. De gegevens, bedoeld onder 3, onderdeel a, met betrekking tot de aanvrager en de rechtspersonen, die naar het oordeel van de aanvrager kunnen worden aangemerkt als diens moedermaatschappijen of als behorende tot de groep, waartoe de aanvrager behoort, gezamenlijk.

Beschrijving van de ankergebieden, aanloopgebied van Hoek van Holland en overige gebieden, bedoeld in de artikelen 1.10.1 tot en met 1.10.6 van de regeling

Bij de beschrijving van de gebieden wordt gebruik gemaakt van punten die zijn aangegeven met cijfers. Deze cijfers zijn in de tabel bij deze bijlage gedefinieerd met posities in 2 cijfers achter de komma. Achter de tabel zijn de gebieden weergegeven op een kaart.

Ankergebied 1 (Anchor Area 1) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 085, 084 (snijpunt met het continentaal plat), 317 (snijpunt met het continentaal plat), 004, 003, 085.

Ankergebied 2 (Anchor Area 2) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 081, 080, 079, 318, 081.

Ankergebied 3 Noord (Anchor Area 3 North) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 012, 011, 319, 320, 012.

Ankergebied 3 Zuid (Anchor Area 3 South) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 016, 015, 321, 322, 016.

Ankergebied 3 Oost (Anchor Area 3 East) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 323, 324, 325, 326, 323.

Ankergebied 4 West (Anchor Area 4 West) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 286, 031, 033, 053, 327, 286.

Ankergebied 4 Oost (Anchor Area 4 East) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 328, 051, 050, 329, 328.

Ankergebied 5 (Anchor Area 5) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 041, 093, 330, 094, 042, 041.

Ankergebied 6 (Anchor Area 6) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 311, 143, 142, 145, 311.

Ankergebied 7 (Anchor Area 7) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 314, 149, 152, 151, 331, 332, 333, 314.

Ankergebied 8 (Anchor Area 8) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 162, 334, 335, 336, 163, 162.

Ankergebied Schouwenbank (Anchor Area Schouwenbank) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 337, 338, 288, 339, 337.

Het noodankergebied (Emergency Anchor Area) wordt begrensd door een cirkel beginnend in punt 340 met een middelpunt in punt 341.

Ankergebied Scheveningen (Anchor Area Scheveningen) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 342, 343, 344, 345, 342.

Ankergebied havenmond Scheveningen (Anchor Area Scheveningen Harbour) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 346, 347, 348, 349, 346.

Het aanloopgebied Hoek van Holland, ook bekend onder de naam voorzorgsgebied Maas Center (Maas Centre Precautionary Area), wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 033, 032, 036, 037, 035, 034, 038, 039, 040, 041, 042, 043, 044, 045, 046, 047, 048, via de kustlijn naar 049, 050, 051, 052, 053, 033.

De overige gebieden zijn onder te verdelen in aanloopgebieden, scheepvaartroutes en restrictiegebieden

Het STZ aanloopgebied Scheldemonden wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: vanaf de landsgrens via de 12 mijlsgrens via punt 285 naar 289 (beide gelegen op de 12 mijlsgrens), 288, 287 naar 364, vervolgens langs de gemeentegrens via de landsgrens naar de 12 mijlsgrens.

Het STZ aanloopgebied Scheveningen wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 365, 366, 367, 368, 369, 365.

Het STZ aanloopgebied IJmuiden wordt begrensd door een zeewaarts gerichte cirkeldeel met een straal van 12 zeemijlen gerekend vanuit middelpunt 370.

Het STZ aanloopgebied Den Helder wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 371, 372, 373, 374, 375, 376, 377, 371.

Het STZ aanloopgebied Brandaris wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 378, 379, 380, 381, 382, 378.

Het STZ aanloopgebied Eemsmonding wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 383, 384, 385, 386, 387, 383.

Het voorzorgsgebied Noord Hinder (North Hinder Junction precautionary area) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: het snijpunt van de lijn tussen 001 en 002 beginnend bij de grens van het continentaal plat, 002, 003, 004, 005, 006, 007, 008, 009, 010, 011, 012, 013, 014, 015, 016, 017, 018, en het snijpunt van de lijn tussen 018 en 019 eindigend bij de grens van het continentaal plat.

De oost gaande verkeersbaan van het verkeersscheidingsstelsel Maas West Buiten (Maas West Outer TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 018, 017, 020, 021, 018. De west gaande verkeersbaan van het verkeersscheidingsstelsel Maas West Buiten (Maas West Outer TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 010, 009, 022, 023, 010.

Het voorzorgsgebied Maas (Maas Junction precautionary area) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 021, 020, 024, 025, 023, 022, 026, 027, 028, 029, 030, 031, 021.

De oost gaande verkeersbaan van het verkeersscheidingsstelsel Maas West Binnen (Maas West Inner TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 031, 030, 032, 033, 031. De west gaande verkeersbaan van het verkeersscheidingsstelsel Maas West Binnen (Maas West Inner TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 027, 026, 034, 035, 027.

De diepwater route leidend naar Europoort, bestaande uit het aanloopgebied Noord Hinder, aanloopgebied Eurogeul, de Eurogeul en de Maasgeul (Eurogeul approach area, Eurogeul, Maasgeul) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 054, 055, 056, van 057 naar 059 met een cirkeldeel met middelpunt 058, 013, van 060 naar 061 met een cirkeldeel met middelpunt 062, 025, 028, 037, 063, van 064 naar 066 met een cirkeldeel met middelpunt 065, 067, 068, 069, 070, 071, van 072 naar 074 met een cirkeldeel met middelpunt 073, 036, van 075 naar 077 met een cirkeldeel met middelpunt 076, 078, 029, 024, 014, 079, 080, 081, 082, 083, 054.

De diepwater route van Noord Hinder naar Nabij Bruine Bank (DW Route from North Hinder to TSS Off Brown Ridge) op het Nederlandse deel van het continentaal plat wordt begrensd door: het snijpunt van de lijn tussen 001 en 002 beginnend bij de grens van het continentaal plat, de grens van het continentaal plat, 084 (grens continentaal plat), 085, 002 en het snijpunt van de lijn tussen 001 en 002 beginnend bij de grens van het continentaal plat.

De zuid gaande verkeersbaan van het verkeersscheidingsstelsel Noord Hinder Noord (North Hinder North TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 005, 086, 087, 006, 005. De noord gaande verkeersbaan van het verkeersscheidingsstelsel Noord Hinder Noord (North Hinder North TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 007, 088, 089, 008, 007.

De zuidoost gaande verkeersbaan van het verkeersscheidingsstelsel Maas Noord West (Maas North West TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 090, 091, 039, 038, 090. De noordwest gaande verkeersbaan van het verkeersscheidingsstelsel Maas Noord West (Maas North West TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 092, 093, 041, 040, 092.

De zuid gaande verkeersbaan van het verkeersscheidingsstelsel Maas Noord (Maas North TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 042, 094, 095, 096, 097, 098, 099, 043, 042. De noord gaande verkeersbaan van het verkeersscheidingsstelsel Maas Noord (Maas North TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 044, 100, 101, 102, 103, 045, 044.

Het voorzorgsgebied Rijnveld (Rijnveld Precautionary Area) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 104, 105, 106, 107, 108, 109, 110, 111, 112, 104.

De aanbevolen route Nabij Breeveertien (Recommended Route Off Breeveertien) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 106, 113, 114, 115, 116, 117, 118, 107, 106.

De diepwater route naar IJmuiden (DW Route Leading to IJmuiden) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 119, 120, 122, 123, 124, 125, 126, 127, 128, 129, van 130 naar 132 met een cirkeldeel met middelpunt 131, 133, 134, 135, 136, 137, 138, 139, 140, 141, 142, 143, 119.

Het voorzorgsgebied oversteek IJmuiden (IJmuiden Crossing Precautionary Area) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 144, 145, 142, 121. 122, 146, 147, 124, 139, 148, 149, 144.

De oost gaande verkeersbaan van het verkeersscheidingsstelsel IJmuiden West Buiten (IJmuiden West Outer TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 149, 148, 150, 151, 152, 149. De west gaande verkeersbaan van het verkeersscheidingsstelsel IJmuiden West Buiten (IJmuiden West Outer TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 147, 146, 153, 154, 147.

Het voorzorgsgebied IJmuiden (IJmuiden Junction Precautionary Area) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 151, 150, 138, 125, 154, 153, 155, 156, 126, 137, 157, 158, 151.

De oost gaande verkeersbaan van het verkeersscheidingsstelsel IJmuiden West Binnen (IJmuiden West Inner TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 158, 157, 159, 160, 158. De west gaande verkeersbaan van het verkeersscheidingsstelsel IJmuiden West Binnen (IJmuiden West Inner TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 156, 155, 161, 162, 163, 164, 165, 156.

De zuidoost gaande verkeersbaan van het verkeersscheidingsstelsel IJmuiden Noord (IJmuiden North TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 153, 166, 167, 168, 155, 153. De noord westgaande verkeersbaan van het verkeersscheidingsstelsel IJmuiden Noord (IJmuiden North TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 168, 167, 169, 170, 162, 161, 168.

De zuidwest gaande verkeersbaan van het verkeersscheidingsstelsel Nabij Botney Gronden VSS (Off Botney Ground TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: het snijpunt van de lijn tussen 171 en 172 beginnend bij de grens van het continentaal plat, 172, 173, 174, 175, 176, 177, tot het snijpunt van de lijn tussen 177 en 178 met het continentaal plat, via het continentaal plat, tot het snijpunt van de lijn tussen 171 en 172 beginnend bij de grens van het continentaal plat. De noordoost gaande verkeersbaan van het verkeersscheidingsstelsel Nabij Botney Gronden VSS (Off Botney Ground TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: het snijpunt van de lijn tussen 179 en 180 beginnend bij de grens van het continentaal plat, 180, 181, 182, 183, 184, 185, 186, 187, tot het snijpunt van de lijn tussen 187 en 188 met het continentaal plat, via het continentaal plat, tot het snijpunt van de lijn tussen 179 en 180 beginnend bij de grens van het continentaal plat.

De diepwater route van Nabij Botney Gronden VSS naar Voorzorgsgebied Friesland (DW Route from Off Botney Ground TSS to Precautionary Area Friesland Junction) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 184, 183, 175, 174, 189, 190, 184.

De diepwater route van Noord Hinder naar Nabij Bruine Bank VSS (DW Route from North Hinder to Off Brown Ridge TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: het snijpunt van de lijn tussen 191 en 192 beginnend bij de grens van het continentaal plat, 192, 193, 194, 195, tot het snijpunt van de lijn tussen 195 en196 met het continentaal plat, via het continentaal plat, tot het snijpunt van de lijn tussen 191 en 192 beginnend bij de grens van het continentaal plat.

De zuidwest gaande verkeersbaan van het verkeersscheidingsstelsel Nabij Bruine Bank (Off Brown Ridge TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 192, 197, 198, 193, 192. De noordoost gaande verkeersbaan van het verkeersscheidingsstelsel Nabij Bruine Bank (Off Brown Ridge TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 194, 199, 200, 195, 194.

De diepwater route van Nabij Bruine Bank VSS naar West Friesland VSS (DW Route Off Brown Ridge TSS to West Friesland TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 197, 201, 202, 203, 204, 200, 199, 198, 197.

De zuidwest gaande verkeersbaan van het verkeersscheidingsstelsel West Friesland (West Friesland TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 201, 205, 190, 206, 207, 202, 201. De noordoost gaande verkeersbaan van het verkeersscheidingsstelsel West Friesland (West Friesland TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 203, 208, 209, 210, 211, 212, 213, 214, 204, 203.

Het voorzorgsgebied Friesland (Friesland Junction Precautionary Area) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 190, 189, 215, 216, 217, 218, 219, 220, 221, 222, 223, 212, 211, 206, 190.

De west gaande verkeersbaan van het verkeersscheidingsstelsel Oost Friesland (East Friesland TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 217, 216, 224, het snijpunt van de lijn tussen 224 en 225 eindigend bij de grens van het continentaal plat, via het continentaal plat, tot het snijpunt van de lijn tussen 226 en 227 beginnend bij de grens van het continentaal plat, 227, 217. De oost gaande verkeersbaan van het verkeersscheidingsstelsel Oost Friesland (East Friesland TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 219, 218, 228, het snijpunt van de lijn tussen 228 en 229 eindigend bij de grens van het continentaal plat, via het continentaal plat, tot het snijpunt van de lijn tussen 230 en 219 beginnend bij de grens van het continentaal plat, 219.

De zuidwest gaande verkeersbaan van het verkeersscheidingsstelsel Nabij Texel (Off Texel TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 231, 232, 233, 234, 235, 236, 237, 238, 239, 240, 241, 242, 243, 231. De zuid gaande verkeersbanen van het verkeersscheidingsstelsel Nabij Texel (Off Texel TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 115, 242, 241, 116, 115 en 244, 238, 237, 245, 244. De noordoost gaande verkeersbaan van het verkeersscheidingsstelsel Nabij Texel (Off Texel TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 246, 247, 248, 249, 250, 251, 252, 253, 254, 246.

De zuidwest gaande verkeersbaan van het verkeersscheidingsstelsel Nabij Vlieland (Off Vlieland TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 235, 255, 256, 257, 258, 259, 260, 261, 262, 236, 235. De noordoost gaande verkeersbaan van het verkeersscheidingsstelsel Nabij Vlieland (Off Vlieland TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 249, 263, 264, 265, 266, 267, 268, 250, 249.

Het voorzorgsgebied Vlieland (Vlieland Junction Precautionary Area) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 264, 269, 270, 265, 264.

De zuid gaande verkeersbaan van het verkeersscheidingsstelsel Vlieland Noord (Vlieland North TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 258, 271, 272, 259, 258. De noord gaande verkeersbaan van het verkeersscheidingsstelsel Vlieland Noord (Vlieland North TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 269, 273, 274, 270, 269.

De noordoost gaande verkeersbaan van het verkeersscheidingsstelsel Terschelling – Duitse Bocht (Terschelling – German Bight TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 267, 266, 275, 276, het snijpunt van de lijn tussen 276 en 277 eindigend bij de grens van het continentaal plat, via het continentaal plat, tot het snijpunt van de lijn tussen 278 en 279 beginnend bij de grens van het continentaal plat, 279, 280, 267. De zuidwest gaande verkeersbaan van het verkeersscheidingsstelsel Terschelling – Duitse Bocht (Terschelling – German Bight TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 265, 270, 281, het snijpunt van de lijn tussen 281 en 282 eindigend bij de grens van het continentaal plat, via het continentaal plat, tot het snijpunt van de lijn tussen 283 en 284 beginnend bij de grens van het continentaal plat, 284, 265.

De vrije scheepvaartzone Nabij Schouwenbank wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: het snijpunt van de lijn over de punten 285 en 021 snijdend met de 12 mijlsgrens, 021, 031, 286, 287, 288, het snijpunt van de lijn over de punten 287, 288 en 289 eindigend op de 12 mijlsgrens, de 12 mijlsgrens volgend tot het snijpunt van de lijn over de punten 285 en 021 snijdend met de 12 mijlsgrens.

De vrije scheepvaartzone Nabij Noord Hinder wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 002, 085, 003, 002.

De vrije scheepvaartzone van nabij Texel VSS naar Noord Hinder Noord VSS wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 086, 290, 291, 231, 243, 292, 293, 294, 295, 087, 086.

De vrije scheepvaartzone nabij Rijnveld wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: het snijpunt van de lijn over de punten 296 en 290 snijdend beginnend bij de grens van het continentaal plat, via het continentaal plat naar, het snijpunt van de lijn over de punten 297 en 291 snijdend beginnend bij de grens van het continentaal plat, 291, 294, 105, 104, 295, 290, het snijpunt van de lijn over de punten 296 en 290 snijdend beginnend bij de grens van het continentaal plat.

De vrije scheepvaartzone van Noord Hinder Noord VSS naar Rijnveld wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 088, 104, 112, 089, 088.

De vrije scheepvaartzone van Voorzorgsgebied Maas naar Rijnveld wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 022, 111, 110, 026, 022.

De vrije scheepvaartzone van Maas Noord West VSS naar Rijnveld wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 110, 109, 093, 092, 091, 090, 110.

De vrije scheepvaartzone nabij De Ruyter wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 293, 292, 114, 117, 298, 299, 300, 301, 118, 113, 293.

De vrije scheepvaartzone nabij IJmuiden wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 107, 300, 299, 302, 303, 304, 305, 306, 246, 254, 307, 169, 167, 166, 308, 309, 146, 122, 121, 310, 120, 119, 143, 311, 145, 144, 312, 313, 108, 107.

De vrije scheepvaartzone van Maas Noord VSS naar Voorzorgsgebied oversteek IJmuiden wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 096, 144, 149, 314, 102, 101, 097, 096.

De vrije scheepvaartzone van nabij Texel VSS naar Vrije Scheepvaartzone nabij IJmuiden wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 303, 244, 245, 315, 316, 304, 303.

De vrije scheepvaartzone nabij Helmveld wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 305, 316, 315, 306, 305.

De zuid gaande vrije scheepvaartzone van Voorzorgsgebied Friesland naar Vlieland Noord VSS wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 271, 223, 222, 272, 271. De noord gaande vrije scheepvaartzone van Voorzorgsgebied Friesland naar Vlieland Noord VSS wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 273, 221, 220, 274, 273.

De zone voor het kustverkeer (ITZ) voor de Zeeuwse kust wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 350, 287, 286, 031, 033, 053, 052, 051, 050, 049 en vervolgens de kust volgend tot 350.

De zone voor het kustverkeer (ITZ) ten noorden van de Nederlandse Waddeneilanden wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 268, 351, 352, 353, 354, 279, tot het snijpunt van de lijn tussen 278 en 279 eindigen bij de grens van het continentaal plat, via de grens van het continentaal plat, via het Eems Dollard Verdrag gebied, via de gemeentegrens, naar 355, 268.

Het te vermijden gebied bij Maas Noord wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 356, 357, 358, 359, 356.

Het te vermijden gebied bij IJmuiden Noord Aanloop wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 360, 361, 362, 363, 360.

Kaart behorende bij bijlage 4

In deze bijlage staan de gebieden beschreven, genoemd in artikel 1.10.7 van de regeling. In de beschrijving wordt gebruik gemaakt van letters. Deze letters zijn in de tabel bij deze bijlage gedefinieerd met posities in 2 cijfers achter de komma. Achter de tabel zijn de gebieden weergegeven op een kaart.

Gebieden:

Schietgebied nabij Petten (Near Petten) wordt begrensd door een cirkelboog met een straal van 9 zeemijlen beginnend in punt A begrensd door de sector 254° tot en met 000°.

Schietgebied nabij Petten (Near Petten) wordt begrensd door een cirkelboog met een straal van 14 zeemijlen beginnend in punt B begrensd door de sector 225° tot en met 345°.

Schietgebied ten westen van Kaap Hoofd (West of Kaap Hoofd) wordt begrensd door een cirkelboog met een straal van 10 zeemijlen beginnend in punt C begrensd door de sector 260° tot en met 338°.

Marine oefengebied ten westen van Haaksgronden (West of Haaksgronden) wordt begrensd door de parallellen 53° 05’ N en 53° 13’ N en de meridianen 003° 45’ E en 004° 10’ E.

Schietgebied Vliehors (Vliehors) wordt begrensd door een cirkelboog met een straal van 4 zeemijlen beginnend in punt D begrensd door de sector 275° tot en met 005°.

Schietgebied benoorden Waddeneilanden (North of Waddeneilanden) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: E, F, G, H, I, E.

Kaart behorende bij bijlage 5

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Het eindrapport over het buiten gebruik stellen van een boorgat of put

Het eindrapport bestaat uit een statustekening van het boorgat of de put en bijlagen en bevat ten minste de volgende informatie:

Wijze van berekening:

Het gemiddelde van de geloosde gedispergeerde olie is het gewogen gemiddelde en wordt bepaald aan de hand van de volgende formule:

In deze bijlage wordt verstaan onder:

De vergoeding die jaarlijks in rekening wordt gebracht bij:

De vergoeding, bedoeld in de onderdelen B en D, wordt verhoogd met: