Ministeriële regeling · BWBR0014469
Besluit aanwijzing toezichthoudende ambtenaren Spoorwegwet 1875
Gelet op artikel 13 , vierde lid, van de Spoorwegwet en artikel 1 van het besluit van 24 oktober 2001, houdende bepalingen met betrekking tot het toezicht als bedoeld in artikel 10 van de Spoorwegwet, alsmede overige aanpassingen van besluiten samenhangende met de instelling van de Inspectie Verkeer en Waterstaat (Stb. 520);
Besluit:
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Verkeer en WaterstaatRoelf H. deBoerDe ambtenaren van de Inspectie Verkeer en Waterstaat worden aangewezen als ambtenaren belast met het toezicht, bedoeld in artikel 10, van de Spoorwegwet 1875.
De inspecteur-generaal van de Inspectie Verkeer en Waterstaat wordt aangewezen als het hoofd van het toezicht als bedoeld in artikel 13, vierde lid, van de Spoorwegwet 1875.
Het besluit van de Minister van Verkeer en Waterstaat van 12 september 2002, nr. HDJZ/AWW/2002-1859, houdende aanwijzing van ambtenaren belast met het toezicht bedoeld in artikel 10 van de Spoorwegwet (Stcrt. 184) wordt ingetrokken.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit aanwijzing toezichthoudende ambtenaren Spoorwegwet 1875.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2003.