U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 22-12-2009.

Ministeriële regeling · BWBR0014480

Regeling lozingen afvalwater van rookgasreiniging

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van 17 december 2002 houdende regels voor lozingen van afvalwater afkomstig van de reiniging van rookgassenRegeling lozingen afvalwater van rookgasreinigingDe Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat en de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Gelet op richtlijn nr. 2000/76/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 4 december 2000 betreffende de verbranding van afval (PbEG L 332), de artikelen 2a, 2c, tweede lid, en 2d van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren en de artikelen 8.44, 8.45 en 21.6, zesde lid, van de Wet milieubeheer;

Besluiten:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat; M.H. Schultz van Haegen.De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, P.L.B.A. van Geel.

In deze regeling wordt verstaan onder:

Deze regeling is niet van toepassing op:

Vervallen

Het Wtw-bevoegd gezag stelt in de vergunning voor het lozen operationele parameters vast voor ten minste pH, temperatuur en debiet.

Indien op het lozen de Wet milieubeheer van toepassing is, zijn de artikelen 3 tot en met 6 van overeenkomstige toepassing op het bevoegd gezag ten aanzien van een vergunning voor een inrichting waarbinnen zich een verbrandingsinstallatie bevindt.

Afvalwater wordt niet verdund om aan de in artikel 4 bedoelde grenswaarden te voldoen.

Aan de in artikel 4 bedoelde grenswaarden wordt voldaan indien:

Indien uit de verrichte metingen blijkt dat de in de vergunning gestelde grenswaarden zijn overschreden stelt de beheerder de verlener van de vergunning daarvan onverwijld in kennis.

De beheerder controleert ten minste een maal per kalenderjaar door middel van een verificatietest of de automatische apparatuur voor de bewaking van de emissies in het water goed functioneert en draagt er zorg voor dat deze apparatuur ten minste een maal per drie kalenderjaren wordt gekalibreerd overeenkomstig artikel 10, derde lid, en bijlage III, onderdeel 2, van richtlijn nr. 2000/76/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 4 december 2000 betreffende de verbranding van afval (PbEG L 332) door een instantie die blijkens accreditatie aantoonbaar voldoet aan de norm NEN-EN-ISO/IEC 17025:2000.

Een wijziging van richtlijn nr. 90/667/EEG, genoemd in artikel 2, tweede lid, onder 7°, en richtlijn 2000/76/EG, genoemd in artikel 12, gaat voor de toepassing van deze regeling gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven.

Wijzigt de Regeling verbranden gevaarlijke afvalstoffen.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 28 december 2002.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling lozingen afvalwater van rookgasreiniging.

A. Grenswaarden voor lozingen van afvalwater afkomstig van de reiniging van rookgassen als bedoeld in artikel 4 van de Regeling lozingen afvalwater van rookgasreiniging.

Bij de bepaling van de totale concentratie (TE) van dioxinen en furanen worden de massaconcentraties van de volgende dioxinen en dibenzofuranen vóór het optellen met de daarnaast genoemde equivalentiefactoren vermenigvuldigd:

Te hanteren normen voor de bemonstering en analyse van verontreinigende stoffen als bedoeld in artikel 6 van de Regeling lozingen afvalwater van rookgasreiniging.

1.

Op de bemonstering van verontreinigende stoffen is het door het Nederlands Normalisatie-instituut uitgegeven normblad NEN 6600-1 van toepassing.

2.

Opsomming per parameter van de van toepassing zijnde analysemethoden, opgenomen in de hieronder genoemde, door het Nederlands Normalisatie-instituut uitgegeven normbladen.

3.

De analyse van dioxinen en furanen wordt uitgevoerd door middel van dubbelkoloms gaschromatografie (GC) gekoppeld aan massaspectrometrie (MS).

Zowel de waterfase als het zwevende stof worden op dioxinen en furanen geanalyseerd. Voor het bepalen van de recovery van de analysetechniek wordt gebruik gemaakt van gelabelde interne standaards.

De onder 1 en 2 opgenomen verwijzingen naar een NEN-norm hebben betrekking op de laatst uitgegeven NEN-norm met de daarop uitgegeven aanvullingen en correctiebladen. Een uitgegeven norm, aanvulling respectievelijk correctieblad, wordt eerst van toepassing één jaar na de datum van uitgifte ervan.