U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2012.

Ministeriële regeling · BWBR0014506

Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003

Wijzigingen Officiële bron
Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003De Staatssecretaris van Financiën, voorzover nodig in overeenstemming met de Minister van Justitie,

Gelet op de artikelen 2, derde lid, onderdeel b, en vierde lid, 3, tweede lid, 53, tweede lid, 56 en 84 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de artikelen 4, tweede lid, 15, tweede lid, en 18 van de Douanewet en de artikelen 2, eerste lid, onderdeel i, 5, tweede lid, en 63a van de Invorderingswet 1990;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Financiën, S.R.A. van Eijck

De directeur van het organisatieonderdeel, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdeel a2, is belastingdeurwaarder als bedoeld in artikel 1.3, onderdeel l, van de Belastingwet BES.

De directeur van de Belastingdienst/Rijnmond is inspecteur en ontvanger als bedoeld in artikel 54, onderdelen f en g, van de Mijnbouwwet.

De bevoegde functionaris, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel e, van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen is:

De directeuren van de in artikel 3, eerste lid, onderdelen a2, c1 en c2, genoemde organisatieonderdelen en de algemeen directeur van de in artikel 3, eerste lid, onderdelen b1, b2 en e, genoemde organisatieonderdelen oefenen het bestuur van 's Rijks belastingen uit. De directeuren en de algemeen directeur kunnen ambtenaren aanwijzen die namens hen de bevoegdheden van het bestuur van 's Rijks belastingen uitoefenen.

De verplichtingen die ingevolge de artikelen 47, 47a, 48, 49, 50, 53 en 55 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de artikelen 58, 59, 60 en 62 van de Invorderingswet 1990 en de artikelen 8.83, 8.84, 8.85, 8.87 en 8.91 van de Belastingwet BES bestaan jegens de inspecteur en de ontvanger, gelden mede jegens de directeur van de FIOD alsmede jegens de door deze directeur aangewezen ambtenaren van de Belastingdienst.

Met betrekking tot de heffing en invordering van rijksbelastingen, andere dan bedoeld in artikel 3, derde en vierde lid, ten aanzien van ministers en staatssecretarissen, ressorteren deze personen onder de directeur van de Belastingdienst/Haaglanden. Deze bepaling geldt vanaf het belastingjaar waarin deze bewindslieden zijn benoemd tot en met het belastingjaar waarin zij zijn ontslagen.

Voor een verzoek om te worden aangemerkt als een instelling als bedoeld in artikel 6.33, eerste lid, onderdeel b, van de Wet inkomstenbelasting 2001, en voor het niet meer aanmerken als een zodanige instelling ressorteert de instelling onder de directeur van de Belastingdienst/Oost Brabant.

Met betrekking tot de heffing en invordering van de motorrijtuigenbelasting en de belasting zware motorrijtuigen alsmede de uitvoering van artikel 35a van de Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992, zoals dit luidde op 31 december 2002, ressorteert de natuurlijk persoon, het lichaam of de entiteit onder de directeur van de B/CA dan wel wat betreft de invordering van de motorrijtuigenbelasting en de belasting zware motorrijtuigen onder de directeur van een van de in artikel 3, eerste lid, onderdeel a2, genoemde organisatieonderdelen met inachtneming van artikel 11, eerste lid.

Met betrekking tot de uitvoering van de ingetrokken Landinrichtingwet, de Wet inrichting landelijk gebied, de Reconstructiewet Midden-Delfland en de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën ressorteert de natuurlijk persoon, het lichaam of de entiteit onder de directeur van de Belastingdienst/Randmeren. Met betrekking tot de uitvoering van de Natuurschoonwet ressorteert de natuurlijke persoon, het lichaam of de entiteit, voor zover aangewezen door Onze Minister, onder de directeur van de Belastingdienst/Oost Brabant.

Met betrekking tot de heffing en invordering van rijksbelastingen, andere dan bedoeld in artikel 3, derde en vierde lid, ten aanzien van een natuurlijk persoon waarop artikel 27 van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen van toepassing is en een tot een entiteit behorende natuurlijk persoon voor de toepassing van genoemd artikel, ressorteert de natuurlijk persoon onder de directeur van de Belastingdienst/Zuidwest.

Met betrekking tot de uitvoering van het Besluit tegemoetkoming specifieke zorgkosten ressorteert de natuurlijk persoon onder de directeur van de Belastingdienst/Oost.

Vervallen

Vervallen

Artikel 3, vijfde lid, onderdeel a, is van overeenkomstige toepassing op de kindertoeslag, bedoeld in artikel 6a van de Wet op het kindgebonden budget.

De artikelen 5a, tweede lid, en 23 zijn van overeenkomstige toepassing op de uitvoering van artikel 19 van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2003.

Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003.