U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 12-03-2003.
Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 24 februari 2003 tot aanwijzing van instellingen en diensten in het kader van de Wet identificatie bij dienstverlening en de Wet melding ongebruikelijke transactiesAanwijzingsbesluit instellingen en diensten Wet identificatie bij dienstverlening en Wet melding ongebruikelijke transactiesWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Financiën van 10 juli 2002, FM 2002-914M, gedaan mede namens Onze Minister van Justitie;

Gelet op artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 7°, en onderdeel b, onder 9°, en artikel 6, onderdeel d, onder 9°, van de Wet identificatie bij dienstverlening en op artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 10°, en artikel 9, tweede lid, onderdeel g, van de Wet melding ongebruikelijke transacties;

De Raad van State gehoord (advies van 25 oktober 2002, no. W06.02.0317/IV);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Financiën van 18 februari 2003, no. FM 2003-085M, uitgebracht mede namens Onze Minister van Justitie;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage24 februari 2003BeatrixDe Minister van Financiën,J. F. HoogervorstDe Minister van Justitie,J. P. H. Donnerde elfde maart 2003De Minister van Justitie,J. P. H. Donner

Als instelling in de zin van artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 7°, van de Wet identificatie bij dienstverlening wordt aangewezen:

Treedt op een later tijdstip in werking.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Treedt op een later tijdstip in werking.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Treedt op een later tijdstip in werking.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Treedt op een later tijdstip in werking.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Dit besluit treedt in werking met ingang 1 juni 2003, met uitzondering van artikel 1, aanhef en onderdeel g, en artikel 2, aanhef en onderdeel g, die in werking treden met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.