U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 28-04-2006.
Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 24 februari 2003 tot aanwijzing van instellingen en diensten in het kader van de Wet identificatie bij dienstverlening en de Wet melding ongebruikelijke transactiesUitvoeringsbesluit Wet melding ongebruikelijke transacties en Wet identificatie bij dienstverleningWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Financiën van 10 juli 2002, FM 2002-914M, gedaan mede namens Onze Minister van Justitie;

Gelet op artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 7°, en onderdeel b, onder 9°, en artikel 6, onderdeel d, onder 9°, van de Wet identificatie bij dienstverlening en op artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 10°, en artikel 9, tweede lid, onderdeel g, van de Wet melding ongebruikelijke transacties;

De Raad van State gehoord (advies van 25 oktober 2002, no. W06.02.0317/IV);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Financiën van 18 februari 2003, no. FM 2003-085M, uitgebracht mede namens Onze Minister van Justitie;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage24 februari 2003BeatrixDe Minister van Financiën,J. F. HoogervorstDe Minister van Justitie,J. P. H. Donnerde elfde maart 2003De Minister van Justitie,J. P. H. Donner

Als instelling in de zin van artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 7°, van de Wet identificatie bij dienstverlening wordt aangewezen:

Als op de dienst betrekking hebbende gegevens als bedoeld in artikel 9, tweede lid, onderdeel g, van de Wet melding ongebruikelijke transacties worden aangewezen:

Aan de overdracht van bevoegdheden, bedoeld in artikel 5a, worden de volgende voorschriften verbonden:

De indicatoren, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet melding ongebruikelijke transacties, aan de hand waarvan wordt beoordeeld of een transactie wordt aangemerkt als een ongebruikelijke transactie, worden vastgesteld zoals opgenomen in de bijlage bij dit besluit.

Dit besluit treedt in werking met ingang 1 juni 2003, met uitzondering van artikel 1, aanhef en onderdeel g, en artikel 2, aanhef en onderdeel g, die in werking treden met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit Wet melding ongebruikelijke transacties en Wet identificatie bij dienstverlening.

Melding verplicht indien de meldingsplichtige oordeelt dat de volgende situatie van toepassing is.

Transacties waarbij aanleiding is om te veronderstellen dat ze verband kunnen houden met witwassen of financiering van terrorisme.

Melding verplicht.

Contante transacties met een waarde van € 15.000 of meer waarbij contante omwisseling in een andere valuta of van kleine naar grote coupures plaatsvindt.

Contante transacties van € 2.000 of meer waarbij de gelden ter beschikking worden gesteld in de vorm van chartaal geld of cheques of door middel van een credit- of debetcard dan wel betaalbaar worden gesteld in de vorm van chartaal geld of cheques of door storting op rekening.

Transacties met (rechts)personen die zijn gevestigd in landen of gebieden, die door de Minister van Financiën en de Minister van Justitie zijn aangewezen als onaanvaardbaar risico voor witwassen of terrorismefinanciering.

Transacties met (rechts)personen die zijn gevestigd in landen of gebieden, die door de Minister van Financiën en de Minister van Justitie zijn aangewezen als onaanvaardbaar risico voor witwassen of terrorismefinanciering.

Contante storting ten gunste van een creditcardrekening van € 15.000 of meer.

Gebruik van de creditcard in verband met een transactie van € 15.000 of meer bij een aangesloten bedrijf in Nederland.

Het in depot nemen van munten, bankbiljetten of andere waarden van € 15.000 of meer.

Girale transacties van € 15.000 of meer.

Verkoop aan een cliënt van speelpenningen met een tegenwaarde van € 15.000 of meer tegen inlevering van cheques of buitenlandse valuta.

Transacties waarbij voertuigen, schepen, kunstvoorwerpen, antiquiteiten, edelstenen, edele metalen, sieraden of juwelen verkocht worden tegen geheel of gedeeltelijke contante betaling, waarbij het contant te betalen bedrag € 15.000 of meer bedraagt.

Transacties van € 15.000 euro of meer betaald aan of door tussenkomst van de beroepsbeoefenaar in contanten, met cheques aan toonder of soortgelijke betaalmiddelen.

Voor alle indicatoren geldt dat melding verplicht is van transacties of voorgenomen transacties indien de transactie is verricht of voorgenomen bij het verlenen van een dienst in de zin van de Wet MOT.

Wat betreft de termijn waarbinnen gemeld dient te worden, wordt opgemerkt dat de transacties binnen veertien dagen nadat het ongebruikelijke karakter van de transactie is vastgesteld moeten worden gemeld (zie ook artikel 9 van de Wet MOT).

Verder ligt het in de rede dat transacties die in verband met witwassen aan politie of Openbaar Ministerie worden gemeld, ook aan het Meldpunt moeten worden gemeld; er is immers een vermoeden van witwassen. Dit vloeit overigens ook voort uit de (reeds aangehaalde) Europese richtlijnen op het gebied van de bestrijding van witwassen.

Uiteraard luiden de genoemde bedragen in euro of de tegenwaarde daarvan in een vreemde valuta.