U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 19-09-2018.
Wijzigingen Officiële bron
Wet van 6 maart 2003, houdende bepalingen met betrekking tot het toezicht op collectieve beheersorganisaties voor auteurs- en naburige rechten (Wet toezicht collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten)Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechtenWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is dat regels gesteld worden met betrekking tot het toezicht op collectieve beheersorganisaties voor auteurs- en naburige rechten;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage6 maart 2003BeatrixDe Minister van Justitie,J. P. H. Donnerde twintigste maart 2003De Minister van Justitie,J. P. H. Donner

In deze wet en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder:

Het College van Toezicht ziet erop toe dat een collectieve beheersorganisatie die geen leden heeft, maar wel een rechtstreekse band heeft met rechthebbenden bij wet of door middel van overdracht, licentieverlening of een andere overeenkomst, voldoet aan de artikelen 2b, vijfde lid, artikel 2o, artikel 5g, tweede lid en artikel 22 uit deze wet.

Het College van Toezicht ziet erop toe dat een collectieve beheersorganisatie niet discrimineert jegens een rechthebbende wiens rechten zij beheert krachtens een vertegenwoordigingsovereenkomst.

Het College van Toezicht ziet erop toe dat een collectieve beheersorganisatie aan collectieve beheersorganisaties namens wie zij rechten beheert op grond van een vertegenwoordigingsovereenkomst, tenminste eenmaal per jaar, op elektronische wijze, voor de periode waarop de informatie betrekking heeft, minimaal de volgende informatie bekendmaakt:

Onverminderd het bepaalde in artikel 5c, ziet het College van Toezicht erop toe dat een collectieve beheersorganisatie, na een gemotiveerd verzoek, op elektronische wijze en zonder onnodige vertraging, op zijn minst de volgende informatie bekendmaakt aan iedere rechthebbende of gebruiker of aan de collectieve beheersorganisatie wiens rechten zij beheert op grond van een vertegenwoordigingsovereenkomst:

Een collectieve beheersorganisatie stelt met alle collectieve beheersorganisaties aan wie een betalingsplichtige een vergoeding verschuldigd is een gezamenlijke jaarlijkse factuur op en reikt deze uit aan die betalingsplichtige.

Het College van Toezicht houdt geen toezicht op collectieve beheersorganisaties voor zover toezicht op grond van de Mededingingswet wordt uitgeoefend door de Autoriteit Consument en Markt.

Onverminderd het bepaalde in artikel 30a Auteurswet, ziet het College van Toezicht erop toe dat in Nederland gevestigde collectieve beheersorganisaties zich aan de voorschriften uit de artikelen 5b tot en met 5j houden bij de verlening van multiterritoriale licenties voor onlinerechten inzake muziekwerken.

De artikelen 5a tot en met 5i zijn niet van toepassing op collectieve beheersorganisaties die op grond van de vrijwillige samenvoeging van de vereiste rechten overeenkomstig de mededingingsregels krachtens de artikelen 101 en 102 VWEU, een multiterritoriale licentie verlenen voor de onlinerechten inzake muziekwerken die vereist zijn voor een omroep die zijn radio- of televisieprogramma’s gelijktijdig met of na de oorspronkelijke uitzending wil meedelen of openbaar wil maken.

Vervallen

De kosten van het College van Toezicht worden door Onze Minister vergoed.

Het College van Toezicht kan vertegenwoordigers van betalingsplichtigen of andere belanghebbenden in de gelegenheid stellen te worden gehoord.

In afwijking van artikel 18, eerste lid, eerste volzin, van de Kaderwet stelt het College van Toezicht voor 1 juli een jaarverslag op.

Het College van Toezicht stelt de Europese Commissie uiterlijk op 10 april 2016 een lijst met collectieve beheersorganisaties die onder haar toezicht staan ter beschikking. Het College stelt de Europese Commissie zonder onnodige vertraging in kennis van elke wijziging in de lijst.

Indien beroep wordt ingesteld tegen een besluit op grond van deze wet is, in afwijking van artikel 8:7 van de Algemene wet bestuursrecht, in eerste aanleg uitsluitend de rechtbank te ’s-Gravenhage bevoegd.

Treedt op een later tijdstip in werking.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

De rechter beslist omtrent een geschil als bedoeld in artikel 23 niet dan nadat de geschillencommissie in de gelegenheid is gesteld om hieromtrent advies uit te brengen, tenzij de geschillencommissie hierover reeds uitspraak heeft gedaan of de rechter ook zonder advies aanstonds kan beslissen.

De geschillencommissie toetst bij de beoordeling of de hoogte en de toepassing van een in rekening gebrachte vergoeding billijk zijn in ieder geval aan de criteria van artikel 2l, tweede lid.

Het College van Toezicht zorgt voor de inrichting van een procedure waarmee belanghebbenden het College in kennis kunnen stellen van signalen die volgens hen een inbreuk vormen op de bepalingen uit deze wet. Het College maakt deze procedure openbaar op zijn internetpagina.

De artikelen 2l, eerste lid, artikel 2m, artikel 2o, artikel 2p, eerste lid, onderdeel a, b, c, e, f, en g, artikel 25b zijn van overeenkomstige toepassing op onafhankelijke beheersorganisaties.

Wijzigt de Auteurswet 1912.

Deze wet wordt aangehaald als: Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten.

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit vast te stellen tijdstip.

Vervallen