Wijzigingen Officiële bron
Verordening regeling verkoop zoetwatervis 2003Verordening regeling verkoop zoetwatervis 2003Het bestuur van het Productschap Vis heeft,

gelet op de artikelen 93 en 95 van de Wet op de bedrijfsorganisatie, de artikelen 5, 6 en 7 van de Instellingsverordening Productschap Vis, op 27 maart 2003 vastgesteld de navolgende verordening.

Namens het bestuur van het Productschap,P.J.H.M.LoonenvoorzitterG.J. vanBalsfoortsecretaris

Goedgekeurd door de Bestuurskamer van de Sociaal-Economische Raad bij besluit van 22 mei 2003 en door de staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij bij beschikking van 13 mei 2003, nr. TRCJZ/2003/3305.

Voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens deze verordening wordt verstaan onder:

De vergunning wordt verleend aan degene, die ten genoegen van het productschap kan aantonen, dat hij op een rechtmatige wijze de beschikking heeft of zal krijgen over viswater, hetwelk gelet op de aard van de uit te oefenen visserij naar het oordeel van het productschap voldoende is voor de uitoefening van de visserij op zoetwatervis als uitsluitend dan wel als hoofdbedrijf of belangrijk nevenbedrijf en hij over een voor het uit te oefenen bedrijf voldoende uitrusting beschikt of zal beschikken.

Aan een aanvrager, die niet aan het bepaalde in artikel 6 voldoet, zal niettemin een vergunning worden verleend, voor zover gronden van redelijkheid en billijkheid daartoe aanleiding geven.

Een vergunning vervalt:

De bij of krachtens deze verordening gestelde regelen binden naast degene, die een onderneming drijft waarvoor het productschap is ingesteld, mede de bij een onderneming werkzame personen, alsmede andere natuurlijke of rechtspersonen, voor zover deze andere personen handelingen verrichten, die bedrijfsmatig in ondernemingen, waarvoor het productschap is ingesteld, plegen te worden verricht.

Op overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde kunnen tuchtrechtelijke maatregelen worden opgelegd.

In afwijking van het bepaalde in deze verordening worden diegenen, die op de dag voorafgaand aan het in werking treden van deze verordening, in het bezit waren van een geldige erkenning, als bedoeld in de Verordening regeling verkoop zoetwatervis 1959, geacht in het bezit te zijn van een geldige vergunning.