Ministeriële regeling · BWBR0014984
Toezicht en opsporing Binnenschepenwet: provincie Friesland
In overeenstemming met de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Gelet op de artikelen 28, tweede lid, en 48, eerste lid, van de Binnenschepenwet;
Gezien het verzoek van gedeputeerde staten van Friesland van 6 februari 2003, (kenmerk: -511194);
Besluit:
Deze beschikking zal in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Verkeer en Waterstaat,Roelf H. de BoerDe inspecteur en adjunct-inspecteur scheepvaart, de administratief-nautisch medewerkers en de scheepvaartmeesters, die als ambtenaren werkzaam zijn bij de afdeling Vaarwegen, cluster Nautische Zaken van de sector Provinciale Waterstaat van de Provincie Friesland, worden aangewezen tot:
- a.
toezichthouder belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de hoofdstukken II en IV van de Binnenschepenwet;
- b.
ambtenaar belast met de opsporing van de bij of krachtens de hoofdstukken II en IV van de Binnenschepenwet strafbaar gestelde feiten.
Met betrekking tot hoofdstuk II van de Binnenschepenwet is het toezicht en de opsporing, bedoeld in het eerste lid, beperkt tot:
- a.
de aanwezigheid van het certificaat van onderzoek aan boord van een schip;
- b.
de geldigheid van het certificaat van onderzoek aan boord van een schip;
- c.
de zone of het vaargebied van een schip overeenkomstig het certificaat van onderzoek;
- d.
de inzinking van een schip in het water ten opzichte van de op dat schip aangebrachte inzinkingskenmerken;
- e.
bijzondere voorschriften voor het gebruik van een schip als vermeld in het certificaat van onderzoek.
Deze beschikking treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt na vijf jaar.