Ministeriële regeling · BWBR0015001
Regeling stankemissie veehouderijen in landbouwontwikkelings- en verwevingsgebieden
handelende in overeenstemming met de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
Gelet op de artikelen 1, vierde lid, en 4, eerste lid, van de Wet stankemissie veehouderijen in landbouwontwikkelings- en verwevingsgebieden;
Besluit:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
’s-Gravenhage22 april 2003De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en MilieubeheerP.L.B.A. vanGeelIn deze regeling wordt verstaan onder:
bijlage:bij deze regeling behorende bijlage;
wet:Wet stankemissie veehouderijen in landbouwontwikkelings- en verwevingsgebieden;
emissiepunt:punt waar de lucht buiten het geheel of gedeeltelijk overdekt dierenverblijf of buiten de mestverwerkinginstallatie treedt, dan wel naar buiten wordt gebracht; begrenzing van het niet-overdekt dierenverblijf.
De stankemissie vanuit een veehouderij is de som van de stankemissie vanuit de dieren verblijven en de stankemissie vanuit de mestverwerkinginstallaties.
De stankemissie, veroorzaakt door de dierenverblijven is de som van de voor de verschillende diercategorieën, gehouden in de onderscheiden huisvesting, berekende aantallen mestvarkeneenheden. Het aantal mestvarkeneenheden van een diercategorie is het aantal dieren dat op grond van de vergunning aanwezig mag zijn, gedeeld door de in bijlage 1 voor de betreffende categorie opgenomen omrekeningsfactor. Indien voor een diercategorie geen omrekeningsfactor is vastgesteld, wordt die categorie bij het berekenen van de stankemissie buiten beschouwing gelaten.
Voor de toepassing van het eerste lid, wordt de stankemissie veroorzaakt door de mestverwerkinginstallaties op nul mestvarkeneenheden gesteld.
De afstand, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de wet is aangegeven in bijlage 2.
De afstand, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de wet wordt gemeten vanaf de buitenzijde van het voor stank gevoelig object tot het dichtstbijzijnde emissiepunt van een mestverwerkinginstallatie of dierenverblijf waar de diercategorieën worden gehouden waarvoor een omrekeningsfactor is vastgesteld.
De afstand, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de wet wordt gemeten vanaf de buitenzijde van het voor stank gevoelig object tot het dichtstbijzijnde emissiepunt van een mestverwerkinginstallatie of dierenverblijf waar de diercategorieën worden gehouden, bedoeld in bijlage 2.
De afstand, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de wet wordt gemeten vanaf de buitenzijde van het voor stank gevoelig object tot het dichtstbijzijnde emissiepunt van een mestverwerkinginstallatie of dierenverblijf.
Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop de wet in werking treedt.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling stankemissie veehouderijen in landbouwontwikkelings- en verwevingsgebieden.
RAV-nr. | Diercategorie | Omrekeningsfactor |
A 1 | Melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar | niet vastgesteld |
A 2 | Zoogkoeien ouder dan 2 jaar | niet vastgesteld |
A 3 | Vrouwelijk jongvee tot 2 jaar | niet vastgesteld |
A 4 | Vleeskalveren tot 8 maanden - chemische luchtwasser | 0,6 0,9 |
A 5 | Vleesstierkalveren tot 6 maanden | 0,9 |
A 6 | Vleesstieren en overig vleesvee van 6 tot 24 maanden (roodvleesproductie) | 0,9 |
A 7 | Fokstieren en overig rundvee ouder dan 2 jaar | niet vastgesteld |
RAV-nr. | Diercategorie | Omrekeningsfactor |
B 1 | Schapen ouder dan één jaar, inclusief lammeren tot 45 kilo (zie eindnoten 1 en 2) | 3,0 |
RAV-nr. | Diercategorie | Omrekeningsfactor |
C 1 | Geiten ouder dan één jaar | 1,3 |
C 2 | Opfokgeiten van 61 dagen tot en met één jaar | 1,3 |
C 3 | Opfokgeiten en afmestlammeren tot en met 60 dagen | 1,3 |
RAV-nr. | Diercategorie | Omrekeningsfactor |
D 1 | Fokzeugen, inclusief biggen tot 25 kilo | |
D 1.1 | Biggenopfok (gespeende biggen) emissiearme huisvesting (a.e. ≤ 0,3 kg/dierplaats) (zie eindnoot 4) - chemische luchtwasser - biologische luchtwasser overige huisvesting - chemische luchtwasser - biologische luchtwasser | 4,3 6,1 7,7 2,9 4,3 5,4 |
D 1.2 | Kraamzeugen (inclusief biggen tot spenen) emissiearme en overige huisvesting - chemische luchtwasser - biologische luchtwasser | 0,8 1,2 1,5 |
D 1.3 | Guste en dragende zeugen emissiearme en overige huisvesting - chemische luchtwasser - biologische luchtwasser | 1,2 1,8 2,2 |
D 2 | Dekberen, 7 maanden en ouder emissiearme en overige huisvesting - chemische luchtwasser - biologische luchtwasser | 1,0 1,4 1,8 |
D 3 | Vleesvarkens, opfokberen van 25 kilo tot 7 maanden, opfokzeugen van 25 kilo tot eerste dekking (zie eindnoot 5) emissiearme huisvesting (a.e. ≤ 1,5 kg/dierplaats) - chemische luchtwasser - biologische luchtwasser overige huisvesting - chemische luchtwasser - biologische luchtwasser | 1,3 1,8 2,3 1,0 1,4 1,8 |
RAV-nr. | Diercategorie | Omrekeningsfactor |
E 1 | Opfokhennen en hanen van legrassen; jonger dan 18 weken Batterijhuisvesting emissiearme en overige huisvesting - chemische luchtwasser Niet-batterijhuisvesting emissiearme en overige huisvesting - chemische luchtwasser | 127,8 182,5 127,8 182,5 |
E 2 E 2.1 | Legkippen en (groot-)ouderdieren van legrassen Batterijhuisvesting Mestopslag onder de batterij (flat-deck, trapkooien of compactkooien voor natte mest) deeppitstal of highrise-stal, kanalenstal emissiearme en overige huisvesting - chemische luchtwasser Niet-batterijhuisvesting emissiearme en overige huisvesting - chemische luchtwasser | 33,3 62,2 88,8 76,7 109,5 |
E 3 | (Groot-)ouderdieren van vleeskuikens in opfok, jonger dan 19 weken emissiearme en overige huisvesting - chemische luchtwasser | 127,8 182,5 |
E 4 | (Groot-)ouderdieren van vleeskuikens emissiearme en overige huisvesting - chemische luchtwasser | 23,7 33,9 |
E 5 | Vleeskuikens emissiearme en overige huisvesting - chemische luchtwasser | 104,5 149,4 |
RAV-nr. | Diercategorie | Omrekeningsfactor |
F 1 | Ouderdieren van vleeskalkoenen in opfok tot 6 weken - chemische luchtwasser | 79,3 113,3 |
F 2, F 3 | Ouderdieren van vleeskalkoenen in opfok vanaf 6 weken - chemische luchtwasser | 14,8 21,2 |
F 4 | Vleeskalkoenen - chemische luchtwasser | 14,8 21,2 |
RAV-nr. | Diercategorie | Omrekeningsfactor |
G 1 | Ouderdieren van vleeseenden | 46,9 |
G 2 | Vleeseenden | 46,9 |
RAV-nr. | Diercategorie | Omrekeningsfactor |
J 1 | Parelhoenders voor de vleesproductie - chemische luchtwasser | 104,5 149,4 |
RAV-nr. | Diercategorie | Omrekeningsfactor |
M 1 | Landbouwhuisdieren die in veehouderijen worden gehouden | niet vastgesteld |
Eindnoten:
1. De stankemissie heeft betrekking op een stalperiode van maximaal drie maanden in de winter.
2. De omrekeningsfactor geldt inclusief opfok, zodat die opfok niet meetelt voor de berekening van de stankemissie.
3. Een stalsysteem met spoelgoten wordt niet gewaardeerd als emissiearme huisvesting maar als overige huisvesting.
4. a.e. is de afkorting van ammoniakemissie.
5. Voor opfokzeugen na de eerste dekking wordt de omrekeningsfactor voor fokzeugen gehanteerd.
De afstand bedraagt voor alle diercategorieën waarvoor in bijlage 1 geen omrekeningsfactoren is vastgesteld:
Omgevingscategorie I 100 meter
Omgevingscategorie II 100 meter
Omgevingscategorie III 50 meter
Omgevingscategorie IV 50 meter
Deze afstanden gelden niet voor de pelsdieren. Voor pelsdieren (nertsen en vossen) wordt de afstand als volgt bepaald.
Nertsen (fokteven): | 0-1000 | 1001-1500 | 1501-3000 | 3001-6000 | 6001-9000 |
Omgevingscategorie I | 175 meter | 200 | 225 | 250 | 275 |
Omgevingscategorie II | 150 | 175 | 200 | 225 | 250 |
Omgevingscategorie III | 100 | 125 | 150 | 175 | 200 |
Omgevingscategorie IV | 75 | 100 | 125 | 150 | 175 |
In de berekening worden jongen en reuen buiten beschouwing gelaten.
Indien zowel nertsen als vossen, dan wel uitsluitend vossen worden gehouden, worden voor het bepalen van de afstand 10 vossen (fokmoeren) gelijkgesteld met 15 nertsen (fokteven). Indien (nadat de eventueel aanwezige vossen zijn omgerekend naar nertsen) meer dan 9000 fokteven worden gehouden, wordt de afstand voor elke extra 3000 fokteven met 25 meter extra vergroot.
Indien de pelsdieren in emissiearme huisvesting (a.e. ≤ 0,25 kg/dierplaats) worden gehouden, worden de afstanden uit de tabel voor de omgevingscategorieën III en IV met 25 meter verminderd.