Wijzigingen Officiële bron
Belasting van personenauto’s en motorrijwielen, teruggaaf voor taxi’s, drie-jaarstermijnBelasting van personenauto’s en motorrijwielen, teruggaaf voor taxi’s, drie-jaarstermijnDe Directeur-Generaal Belastingdienst heeft namens de Staatssecretaris van Financiën het volgende besloten.

Op grond van artikel 16 van de Wet BPM 1992 kan voor taxi’s onder bepaalde voorwaarden, teruggaaf van de BPM worden verleend. De teruggaaf wordt verleend in drie gelijke jaarlijkse termijnen.

De aanspraak op de teruggaaf ontstaat telkens voor een derde deel nadat één, twee en drie jaren zijn verstreken, na het tijdstip dat de personenauto overeenkomstig de vergunning voor openbaar vervoer of taxivervoer in gebruik is genomen (artikel 16, lid 2 Wet BPM 1992).

In dit kader zijn de volgende vragen gesteld:

Hierna wordt antwoord op de vragen gegeven, waarbij tevens het gestelde in mijn besluit van 20 januari 1999, nr. VB98/2638 (Infobulletin 1999/106) en in § 11.6 van de Leidraad BPM is opgenomen.

Een taxi wordt door een andere taxi-ondernemer gekocht. Op de taxi zit nog een restbedrag aan BPM.

Bij de nieuwe taxi-ondernemer start weer een nieuwe, volle 3-jaarstermijn (artikel 16, lid 3, Wet BPM 1992).

De nieuwe 3-jaarstermijn start op de meest recente datum van het kentekenbewijs deel II, de RDW-taxigoedkeuring, of de WP-vergunning.

De teruggaaf wordt berekend over het restbedrag bij de start van de 3-jaarstermijn.

Voor de éénmalige teruggaaf, vóóraf, van de BPM geldt ten aanzien van de start van de (3-jaars)termijn in beginsel hetzelfde als voor de wettelijke teruggaaf achteraf zoals bedoeld in artikel 16 van de wet. Immers de éénmalige teruggaaf is daarop gebaseerd en de aanspraak op de teruggaaf van de drie wettelijke, jaarlijkse termijnen wordt voor elk van die jaren slechts naar voren geschoven.