U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 20-09-2006.

Regeling · BWBR0015136

Rechtspositiebesluit WPO/WEC

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 27 mei 2003 onder meer houdende de vaststelling van een geactualiseerde tekst van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel (Rechtspositiebesluit WPO/WEC)Rechtspositiebesluit WPO/WECWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen van 12 februari 2002, nr. WJZ 2002/5881 (2908), directie Wetgeving en Juridische Zaken, gedaan na overleg met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

Gelet op de artikelen 33, tweede lid, 64, 120, 123 en 185 van de Wet op het primair onderwijs, de artikelen 33, tweede lid, 66, 117 en 120 van de Wet op de expertisecentra, de artikelen 38a, tweede lid, 153, tweede lid, 184, 233 en 235 van de Wet op het voortgezet onderwijs, de artikelen 3, eerste en negende lid, 5, derde lid, en 18 van de Ziekenfondswet en de artikelen 125, eerste lid, en 134 van de Ambtenarenwet;

De Raad van State gehoord (advies van 29 maart 2002, nr. WO5.02.0075/III);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen van 21 mei 2003, nr. WJZ/2003/10861 (2908);

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage27 mei 2003BeatrixDe Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,M. J. A. van der Hoevende zeventiende juni 2003De Minister van Justitie,J. P. H. Donner

In dit besluit wordt verstaan onder:

Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat een bijgewerkt exemplaar van dit besluit en de overige van toepassing zijnde rechtspositionele regelingen op een voor de betrokkene steeds toegankelijke plaats in de instelling ter inzage beschikbaar is.

Indien de betrokkene ten genoegen van de bevoegde instantie aannemelijk maakt dat de aanvang van een in dit besluit gestelde termijn waarin een aanspraak kan worden geldend gemaakt, hem niet tijdig bekend kon zijn en hij hierdoor in zijn belangen is geschaad, wordt de termijn geacht te zijn aangevangen op het tijdstip waarop de betrokkene naar het oordeel van de bevoegde instantie redelijkerwijs heeft kunnen kennis dragen van het ontstaan van zijn aanspraken.

De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de termijnen in dit besluit gesteld, met uitzondering van die, genoemd in de artikelen 214, eerste lid, 223, eerste en derde lid, en 235, eerste en derde lid.

De salarisbedragen, toelagen en tegemoetkomingen, genoemd in de bijlagen bij dit besluit, kunnen worden gewijzigd bij ministeriële regeling.

Indien personeel is benoemd voor wie de salaris- en andere kosten niet voor vergoeding van rijkswege in aanmerking komen, is ten aanzien van dit personeel dit besluit van toepassing tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald.

De verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens de Wet justitiële gegevens, die vereist is voor benoeming, is bij overlegging aan het bevoegd gezag niet ouder dan zes maanden.

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Het bevoegd gezag verleent de betrokkene gedurende een door Onze Minister te bepalen aantal dagen of uren kort buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging indien deze met toestemming van het bevoegd gezag deelneemt aan een door Onze Minister aan te wijzen nascholingscursus en voor zover zijn werkzaamheden daarmee samenvallen.

In andere dan in artikel 20, eerste en tweede lid, bedoelde gevallen kan het bevoegd gezag de betrokkene bovendien kort buitengewoon verlof verlenen voor ten hoogste vier dagen per jaar, al dan niet met behoud van bezoldiging. Ten aanzien van de instellingen, genoemd in artikel 1, onderdeel d, onder 1°, is de bevoegdheid tot het verlenen van verlof, voor zover het betreft onderwijsondersteunend personeel, niet beperkt tot vier dagen per jaar.

Het verlof, bedoeld in artikel 23, dat uitsluitend strekt in het persoonlijk belang van de betrokkene, kan voor ten hoogste 6 maanden worden verleend en kan ten hoogste tweemaal voor ten hoogste 6 maanden worden verlengd. Dit verlof wordt verleend zonder behoud van bezoldiging.

Het verlof, bedoeld in artikel 23, dat:

Het bevoegd gezag verleent aan de vrouwelijke betrokkene die een borstkind heeft en die hiervan aan hem kennis heeft gegeven behoorlijke gelegenheid haar kind te zogen.

In deze titel wordt verstaan onder:

De betrokkene die ingevolge wettelijke verplichting voor opleiding en oefening als militair in werkelijke dienst is, geniet de aan zijn betrekking verbonden burgerlijke beloning tot een bedrag, gelijk aan het op hem te verhalen gedeelte van de pensioenbijdrage en de VUT-bijdrage ingevolge de regels van het bestuur VUT-fonds met betrekking tot financiering VUT-aanspraken.

Voor zover de werkelijke dienst, niet zijnde de opleiding en oefening, wordt vervuld tijdens zijn vakantieverlof, geniet de betrokkene de volle aan zijn betrekking verbonden burgerlijke beloning.

In deze titel wordt verstaan onder:

Op de ingevolge de voorgaande artikelen berekende uitkering bij overlijden wordt in mindering gebracht de reeds vóór zijn overlijden aan de betrokkene uitbetaalde bezoldiging over een na zijn overlijden gelegen tijdvak.

Indien de overledene geen nabestaanden als bedoeld in artikel 42 nalaat, kan het bedrag, bedoeld in artikel 43, door het bevoegd gezag geheel of gedeeltelijk worden uitgekeerd voor de betaling van de kosten van de laatste ziekte en van de lijkbezorging, voor zover de nalatenschap voor de betaling van die kosten ontoereikend is.

Ontslag op grond van opheffing van de instelling of de betrekking dan wel wegens zodanige verandering in de inrichting of de dienst van de instelling dat de werkzaamheden van een of meer betrokkenen overbodig worden, geschiedt aan de hand van een afvloeiingsregeling.

Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat de regeling steeds op een voor de betrokkenen toegankelijke plaats in de instelling ter inzage beschikbaar is.

Voor het ontstaan van een standplaatsbetrekking blijven vervangingswerkzaamheden buiten beschouwing.

Degene die een geneeskundig onderzoek ondergaat in verband met benoeming of wijziging van het dienstverband, ontvangt van het bevoegd gezag een vergoeding van reis- en verblijfkosten volgens daartoe door het bevoegd gezag te stellen regels. De kosten van een geneeskundig onderzoek komen voor rekening van het bevoegd gezag.

In deze titel wordt verstaan onder:

De betrokkene heeft bij het bereiken van de jubileumdatum aanspraak op een door het bevoegd gezag uit te betalen jubileumgratificatie.

De jubileumgratificatie bedraagt bij een 25-jarig jubileum 50% en bij een 40- of 50-jarig jubileum 100% van de bezoldiging. De bedragen worden op een veelvoud van 5 euro naar boven afgerond.

Indien de betrokkene op de jubileumdatum een benoeming heeft bij meer dan een bevoegd gezag, wordt de jubileumgratificatie uitbetaald door ieder van de betrokken bevoegde gezagsorganen voor een evenredig deel.

De tijd waarin de betrokkene twee of meer betrekkingen naast elkaar vervulde, komt slechts eenmaal in aanmerking voor de berekening van de diensttijd voor de jubileumgratificatie.

De betrokkene die ter zake van zijn dienstvervulling voor een 25-, 40- of 50-jarig jubileum reeds krachtens een andere regeling een overeenkomstige gratificatie heeft ontvangen, heeft voor datzelfde jubileum geen aanspraak op een jubileumgratificatie als bedoeld in deze titel.

In deze titel wordt verstaan onder:

In deze titel wordt verstaan onder:

Vervallen

Met inachtneming van de artikelen 90 tot en met 94 en 175 wordt het salaris van de betrokkene bij zijn benoeming vastgesteld volgens salarisnummer 1 van de salarisschaal die behoort bij de functie waarin hij wordt benoemd.

Het salaris van de betrokkene van wie het dienstverband niet wordt onderbroken, wordt binnen het carrièrepatroon, onverminderd artikel 96, jaarlijks op 1 augustus verhoogd tot het naasthogere salarisbedrag.

(Vervallen.)

De betrokkene kan op zijn verzoek of met zijn instemming voor bepaalde tijd worden belast met werkzaamheden bij het bevoegd gezag van een andere instelling of instellingen dan wel buiten het onderwijs.

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Indien het bevoegd gezag met toepassing van artikel 116, tweede lid, aan de betrokkene een scholingsplicht oplegt, gelden de volgende voorwaarden:

Vervallen

Vervallen

Bij benoeming van een betrokkene in een functie als bedoeld in deze titel wordt, voor zover dat binnen de salarisschaal mogelijk is, een extra periodiek toegekend indien blijkt dat op het moment van de inschaling in die functie door de toepassing van de artikelen 89, 90, 91 en 93 in het nieuwe carrièrepatroon een salarisbedrag wordt vastgesteld dat ten opzichte van het salarisbedrag dat betrokkene op dat moment in de vorige functie zou hebben genoten indien hij niet in een andere functie zou zijn benoemd, een verschil bestaat dat kleiner is dan het in bijlage 2, onderdeel 6, genoemde bedrag. De extra periodiek geldt niet als betrokkene in zijn vorige functie werd bezoldigd volgens artikel 133 of artikel 145, of als de inschaling plaatsvindt op grond van artikel 96, tweede lid.

Vervallen

Nadat toepassing is gegeven aan artikel 151, tweede lid, verdeelt het bevoegd gezag de werkzaamheden onder de leden van de directie na overleg met de betrokkenen zodanig dat een zo veel mogelijk evenwichtige taakbelasting plaatsvindt in verhouding tot de functie en de omvang van ieders betrekking.

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

De normfuncties voor de directie die in de formatie van een instelling kunnen voorkomen zijn de normfunctie van directeur en van adjunct-directeur. In bijlage 12-1 bij dit besluit is voor deze functies een taakkarakteristiek gegeven voor onderscheidenlijk basisscholen en speciale scholen voor basisonderwijs.

De salarisschaal die voor de normfunctie van adjunct-directeur geldt, wordt afhankelijk van y vastgesteld volgens categorie 2 van bijlage 1A.

Indien ingevolge de door het bevoegd gezag vastgestelde formatie, bedoeld in artikel 110, tweede lid, onder a, niet langer een adjunct-directeur als bedoeld in artikel 135 kan zijn benoemd, blijft de betrokkene, bedoeld in artikel 157, die als adjunct-directeur was benoemd, aanspraak houden op de salarisschaal dat voor hem op de laatste dag van het voorafgaande schooljaar gold. De betrokkene behoudt deze aanspraak zolang hij aan dezelfde instelling of instellingen verbonden blijft.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

De normfuncties voor de directie die in de formatie van een instelling kunnen voorkomen zijn de normfunctie van directeur en van adjunct-directeur. In bijlage 12-2 bij dit besluit is voor deze functies een taakkarakteristiek gegeven.

De salarisschaal die voor de normfunctie van directeur geldt, wordt afhankelijk van Q vastgesteld volgens categorie 1, onderdeel A van bijlage 1A.

De salarisschaal die voor de normfunctie van adjunct-directeur geldt, wordt afhankelijk van Q vastgesteld volgens categorie 2 van bijlage 1A.

Indien ingevolge de door het bevoegd gezag vastgestelde formatie, bedoeld in artikel 110, tweede lid, onder a, niet langer een adjunct-directeur als bedoeld in artikel 146 kan zijn benoemd, blijft de betrokkene, bedoeld in artikel 164, die als adjunct-directeur was benoemd, aanspraak houden op de salarisschaal dat voor hem op de laatste dag van het voorafgaande schooljaar gold. De betrokkene behoudt deze aanspraak zolang hij aan dezelfde instelling of instellingen verbonden blijft.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

De normfuncties voor het onderwijsgevend personeel die in de formatie van een instelling kunnen voorkomen zijn:

In bijlage 13-1 bij dit besluit is voor de in de eerste volzin genoemde normfuncties een taakkarakteristiek gegeven.

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

De normfunctie van het onderwijsgevend personeel aan een instelling kan zijn opgenomen is de functie van leraar met salarisschaal LB. In bijlage 13-2 bij dit besluit is voor de in de eerste volzin genoemde normfunctie een taakkarakteristiek gegeven.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

In het navolgende schema is een aantal normfuncties vermeld die aan de instelling, bedoeld in artikel 1, onderdeel d, onder 1° of 2°, kunnen voorkomen met de daarbij behorende salarisschaal.

In bijlage 14-1 bij dit besluit zijn voor de normfuncties taakkarakteristieken en zonodig benoemingsvereisten gegeven.

Niet van toepassing op de leraar in opleiding zijn de artikelen 75, derde lid, 88 tot en met 94, 98 en 160.

In deze titel wordt verstaan onder:

Artikel 59 is niet van toepassing indien de leraar in opleiding gebruik kan maken van een reisvoorziening als bedoeld in artikel 3.7 van de Wet studiefinanciering 2000.

Het salaris van de leraar in opleiding wordt met inachtneming van de bepalingen van dit besluit vastgesteld aan de hand van bijlage IG.

De bezoldiging voor het gedeelte van de betrekkingsomvang waarvoor betrokkene verlof op grond van deze titel geniet, bedraagt voor personeel dat is benoemd in een functie met salarisschaal 8 of lager 75% en voor het overige personeel 65% van de bezoldiging die voor hem bij die betrekkingsomvang op grond van de titels 12, 13 en 14 van dit hoofdstuk of op grond van de titels 2, 3 en 4 van hoofdstuk 5 zou gelden.

Over de verrekening van extra inkomsten uit arbeid of bedrijf met de bezoldiging van de betrokkene is artikel 9 van het FPU-reglement basis- en aanvullende uitkering van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de verrekening van de extra inkomsten niet kan leiden tot een lager bedrag dan de bezoldiging van de betrokkene met een gelijke onvolledige werktijd.

De betrokkene die krachtens artikel 3 van de Wetten doorstroming onderwijspersoneel gedeeltelijk is uitgetreden, kan geen aanspraak op verlof op grond van deze titel maken.

In deze titel wordt verstaan onder:

betrokkene: de betrokkene, bedoeld in artikel 1, onderdeel e, onder 1° en 2°, voor zover deze werkzaam is aan een instelling als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, onder 1° en 2°, voor zover het een publiekrechtelijke instelling betreft.

Aanstelling geschiedt in vaste of in tijdelijke dienst.

Behoudens artikel 211 geschiedt aanstelling in vaste dienst.

(Vervallen)

Van rechtswege is geschorst de betrokkene:

De schorsing, bedoeld in artikel 217, kan door het bevoegd gezag te allen tijde worden ingetrokken.

De betrokkene die de hem opgelegde verplichtingen niet nakomt of enig voorschrift overtreedt, dan wel datgene doet of nalaat dat hij bij een goede uitoefening van zijn functie in gelijke omstandigheden behoort na te laten of te doen, maakt zich schuldig aan plichtsverzuim en kan om die reden door het bevoegd gezag met inachtneming van de artikelen 221 tot en met 225 disciplinair worden gestraft.

Het recht tot het opleggen van een disciplinaire straf of maatregel vervalt, indien meer dan 9 maanden zijn verlopen na het tijdstip waarop het plichtsverzuim aan het bevoegd gezag bekend is geworden.

De straf of maatregel, behalve die van schriftelijke berisping, wordt niet ten uitvoer gelegd zolang zij niet onherroepelijk is geworden, tenzij bij de strafoplegging onmiddellijke tenuitvoerlegging is bevolen.

Beëindiging van het dienstverband geschiedt door het bevoegd gezag al dan niet op verzoek van de betrokkene dan wel van rechtswege.

Het dienstverband van de betrokkene eindigt van rechtswege:

In het geval, bedoeld in artikel 227, eerste lid, kan van de voor de beëindiging van het dienstverband in de artikelen 230, eerste lid, en 231, eerste lid, geldende opzeggingstermijnen worden afgeweken:

In deze titel wordt onder commissie verstaan: de commissie van beroep, bedoeld in artikel 62, vijfde lid, van de Wet op het primair onderwijs, dan wel de commissie van beroep, bedoeld in artikel 65, vijfde lid, van de Wet op de expertisecentra.

Een commissie wordt ingesteld door de besturen van de bijzondere instellingen waarover zij haar werkkring zal uitstrekken. De commissie deelt Onze Minister mee, welke instellingen bij haar zijn aangesloten.

Met eenstemmig goedvinden van de commissie en partijen kan de behandeling van het geschil ook schriftelijk geschieden.

Indien de commissie zulks ter beslissing van de zaak nodig acht, kan zij al dan niet op grond van een daartoe strekkend verzoek van een partij getuigen en deskundigen ter zitting horen. Indien zij van deze bevoegdheid gebruik maakt, doet de voorzitter hiervan vooraf mededeling aan partijen.

De kosten van de commissie komen ten laste van de bij haar aangesloten instellingsbesturen.

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

Over zaken die behoren tot de competentie van het overlegorgaan, wordt overleg gevoerd dat is gericht op het bereiken van overeenstemming. Indien zulks bij wet of bij algemene maatregel van bestuur ten aanzien van een onderwerp is bepaald, neemt het bevoegd gezag uitsluitend een besluit indien daarover overeenstemming is bereikt. Het bevoegd gezag dan wel de door de bevoegde gezagsorganen aangewezen vertegenwoordigers enerzijds en de vertegenwoordigers van de tot de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid toegelaten centrales als bedoeld in artikel 255 anderzijds bepalen voor alle overlegorganen in onderling overleg wat wordt verstaan onder overeenstemming. Zolang zulks niet is bepaald, wordt in het desbetreffende overlegorgaan onder overeenstemming verstaan het geval waarin het bevoegd gezag dan wel de door de bevoegde gezagsorganen aangewezen vertegenwoordigers enerzijds en de vertegenwoordigers in dat overlegorgaan van alle tot de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid toegelaten centrales anderzijds instemmen met de uitkomst van het overleg, over een bepaald onderwerp.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Wijzigt het Besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid voor onderwijspersoneel primair en voortgezet onderwijs en educatie en beroepsonderwijspersoneel.

Wijzigt het Aanwijzingsbesluit verzekerden Zfw.

Wijzigt het Besluit tegemoetkoming ziektekosten en inkomenstoeslag onderwijs- en onderzoekpersoneel.

Wijzigt het Besluit trekkende bevolking WPO.

Wijzigt het Besluit van 8 oktober 1991, houdende vaststelling van regeling betaling IZK bij onderwijsinstellingen (gewijzigde betaalmaanden Interimregeling ziektekosten ambtenaren 1982) (Stb. 514).

Wijzigt het Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel.

Wijzigt het Formatiebesluit W.V.O..

Wijzigt het Formatiebesluit WEC.

Wijzigt het Formatiebesluit WPO.

Wijzigt het Overlegbesluit onderwijspersoneel.

Wijzigt het Verplaatsingskostenbesluit 1989.

Wijzigt het Besluit van 16 december 1997, houdende wijziging van het Aanwijzingsbesluit verplicht-verzekerden Ziekenfondswet in verband met het onder de werkingssfeer van de wettelijke werknemersverzekeringen brengen van het overheidspersoneel (Stb. 715).

Het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel wordt ingetrokken, met dien verstande dat het met de regelingen die op dat besluit berustten, van toepassing blijft voor het tijdvak waarvoor het gelding had, voor zover daarin geen wijziging zal worden aangebracht via het Rechtspositiebesluit WPO/WEC.

Dit besluit wordt aangehaald als: Rechtspositiebesluit WPO/WEC.

Verklaringen van de afkortingen

BO = basisschool (hoofdstuk 1, titel 12, paragraaf 2, van dit besluit)

SBO = speciale school voor basisonderwijs (hoofdstuk 1, titel 12, paragraaf 2, van dit besluit)

SO = speciaal onderwijs (hoofdstuk 1, titel 12, paragraaf 3, van dit besluit)

Y = aantal leerlingen (art. 130, onder e, van het dit besluit)

Q = de totale normatieve formatie (art. 142, onder f, van dit besluit)

Loonpeil 1 augustus 2005

Categorie 1

Onderdeel a. Directeuren PO

als bedoeld in artikel 133, eerste lid, en artikel 145 van dit besluit.

Onderdeel b. Meerhoofdige schoolleiding basisschool

bedoeld in artikel 133, tweede lid, van dit besluit

Onderdeel b. Meerhoofdige schoolleiding aan speciale school voor basisonderwijs

bedoeld in artikel 133, tweede lid, van dit besluit

Categorie 2

Adjunct directeuren

bedoeld in artikel 135 en artikel 146 van dit besluit

Categorie 3

Leraren

bedoeld in hoofdstuk 1, titel 13, van dit besluit

Categorie 4

Onderwijsondersteunend personeel

bedoeld in hoofdstuk 1, titel 14, van dit besluit

Categorie 5

Loonpeil 1 augustus 2005

Loonpeil 1 augustus 2005

Het salaris van de leraar in opleiding die is benoemd of aangesteld aan een:

Inhoud van de kolommen

loonpeil 1 augustus 2005

Het salaris van de leraar in opleiding die is benoemd of aangesteld aan een:

– basisschool bedraagt bij een normbetrekking 1003,18 euro;

– speciale school voor basisonderwijs, aan een school voor speciaal onderwijs, voor voortgezet speciaal onderwijs dan wel aan een school of instelling voor speciaal en voortgezet onderwijs, bedraagt bij een normbetrekking 1040,75 euro.

Onderdeel 1. Minimumloon

per maand in euro’s bij een normbetrekking, bedoeld in artikel 98 van dit besluit.

Loonpeil 1 augustus 2005

Onderdeel 2. Minimum vakantie-uitkering

per maand in euro’s bij een normbetrekking, bedoeld in artikel 75, derde lid, van dit besluit

Loonpeil 1 augustus 2005

Onderdeel 3. E.H.B.O. toelage

bedoeld in artikel 115 van dit besluit, bedraagt per maand € 9,06

Onderdeel 4. Uitlooptoeslag

per maand bij een normbetrekking, bedoeld in artikel 273 van dit besluit.

Loonpeil 1 augustus 2005

Onderdeel 5. Toelage directie bij vervanging

per maand bij een normbetrekking, bedoeld in artikel 141 van dit besluit.

Loonpeil 1 augustus 2005

Onderdeel 6. Minimumbedrag bij promotie

bedoeld in artikel 125 van dit besluit, bedraagt € 96,80.

Onderdeel 7. Bindingstoelage

bedoeld in artikel 114a van dit besluit, uitgedrukt in een jaarbedrag bij een normbetrekking.

Loonpeil 1 augustus 2005

Onderdeel 8. Inkomenstoelage

bedoeld in artikel 114b van dit besluit, bedraagt bij een normbetrekking € 30,00.

Loonpeil 1 augustus 2005

Loonpeil 1 augustus 2005

Richtlijnen als bedoeld in artikel 59, derde lid, van dit besluit.

Indien binnen 1 betrekking:

Taakkarakteristiek normfuncties directie basisonderwijs

De directie is onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag belast met:

De DIRECTEUR is verantwoordelijk voor alle tot de taak van de directie behorende werkzaamheden.

Afhankelijk van y van de instelling is voor de directeur één van de salarisschalen DA tot en met DC + uitloop van toepassing, een en ander als is aangegeven in artikel 133.

De ADJUNCT-DIRECTEUR is in eerste instantie belast met de werkzaamheden voortvloeiende uit zijn leraarsfunctie.

Verricht daarnaast de tot de taak van de directie behorende werkzaamheden onder eindverantwoordelijkheid van de directeur; vervangt de directeur bij diens afwezigheid.

Afhankelijk van y van de instelling is voor de adjunct-directeur één van de salarisschalen AA tot en met AC van toepassing, een en ander als is aangegeven in artikel 135.

Taakkarakteristiek normfuncties directie speciaal en voortgezet speciaal onderwijs

De directie is onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag belast met:

De DIRECTEUR:

– leidt de commissie van onderzoek, bedoeld in artikel 41, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra;

– is verantwoordelijk voor alle tot de taak van de directie behorende werkzaamheden.

Afhankelijk van Q van de instelling is voor de directeur één van de salarisschalen DB of DC van toepassing, een en ander als is aangegeven in artikel 145.

De ADJUNCT-DIRECTEUR is in eerste instantie belast met de werkzaamheden voortvloeiende uit zijn leraarsfunctie.

Verricht daarnaast de tot de taak van de directie behorende werkzaamheden onder eindverantwoordelijkheid van de directeur; vervangt de directeur bij diens afwezigheid.

Afhankelijk van Q van de instelling is voor de adjunct-directeur één van de salarisschalen AB of AC van toepassing, als is aangegeven in artikel 146.

Taakkarakteristiek normfunctie leraar basisonderwijs

De functie van leraar omvat:

Voor een leraar aan een basisschool geldt salarisschaal LA als aangegeven in artikel 158, eerste lid onder a.

Voor een leraar aan een speciale school voor basisonderwijs geldt salarisschaal LB als aangegeven in artikel 158, eerste lid onder b.

Taakkarakteristiek normfunctie leraar speciaal en voortgezet speciaal onderwijs (schaal 10)

De functie van leraar omvat:

Normfuncties, taakkarakteristieken, benoemingsvereisten en maximumschalen bij scholen voor speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs en instellingen voor basisonderwijs, speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs als aangegeven in paragraaf 3 van titel 14 van hoofdstuk 1.