Wijzigingen Officiële bron
Verordening registratie en verstrekking van gegevens (PVV) 2003Verordening registratie en verstrekking van gegevens (PVV) 2003 Het bestuur van het Productschap Vee en Vlees heeft,

gelet op de artikelen 10, 12 en 14 van de lnstellingsverordening Productschap Vee en Vlees 1999-I en de artikelen 93 en 104 van de Wet op de Bedrijfsorganisatie;

op 11 juni 2003 vastgesteld de navolgende

VERORDENING

Voor het bestuur,J.J.Ramekers,voorzitter, S.B.M.Jongerius,secretaris.

Goedgekeurd door de Bestuurskamer van de Sociaal-Economische Raad bij besluit van 13 augustus 2003.

Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt verstaan onder:

De ondernemer dient bij de opheffing van zijn onderneming dan wel bij enige wijziging van de in artikel 3, lid 1, bedoelde gegevens daarvan schriftelijk mededeling te doen aan het productschap binnen 4 weken nadat het desbetreffende feit of de wijziging zich heeft voorgedaan.

De ondernemer is verplicht de door de voorzitter van het productschap krachtens deze verordening gevraagde gegevens volledig en naar waarheid, telkens, al dan niet op een daartoe bestemd formulier, voor een door het bestuur van het productschap te bepalen tijdstip aan de voorzitter te verstrekken.

Ten aanzien van de ondernemer die een onderneming drijft, zijnde een veehouderij, kan het bestuur personen of instanties aanwijzen, aan wie eveneens een mededeling dan wel gegevens als bedoeld in artikel 2, lid 2, artikel 4 onderscheidenlijk artikel 6 kan worden gedaan, respectievelijk kunnen worden verstrekt. Indien betrokkene aan zodanig aangewezen personen of instanties of meer bedoelde mededeling en gegevens naar waarheid heeft gedaan, respectievelijk heeft verstrekt, heeft hij voldaan aan de in artikel 2, lid 2, artikel 4 onderscheidenlijk artikel 6, vermelde verplichting.

De in deze verordening gestelde regels, waarbij aan ondernemers verplichtingen worden opgelegd, zijn mede bindend voor andere natuurlijke en rechtspersonen, voor zover deze handelingen verrichten die bedrijfsmatig in ondernemingen, waarin de veehouderij wordt uitgeoefend, plegen te worden verricht.

Op overtreding van het bij artikel 2, artikel 3, tweede lid, artikel 4, artikel 6, artikel 7, derde lid, en artikel 10, tweede lid, bepaalde worden tuchtrechtelijke maatregelen gesteld zoals voorzien in de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004.