Wijzigingen Officiële bron
Wet van 2 juli 2003 tot uitvoering van de verordening (EG) Nr. 44/2001 van de Raad van de Europese Unie van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (PbEG L 12) (Uitvoeringswet EG-executieverordening)Uitvoeringswet EU-executieverordening en Verdrag van LuganoWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat wetgeving nodig is ter uitvoering van de verordening (EG) Nr. 44/2001 van de Raad van de Europese Unie van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (PbEG L 12);

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage2 juli 2003BeatrixDe Minister van Justitie,J. P. H. Donnerde vijftiende juli 2003De Minister van Justitie,J. P. H. Donner

Voor de toepassing van de Wet griffierechten burgerlijke zaken wordt de bij een rechtsmiddel ingestelde vordering geacht geen eis tot betaling van een bepaalde geldsom te zijn.

De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 57, vierde lid, van het verdrag, is de notaris die de authentieke akte heeft verleden of de notaris die zijn protocol heeft overgenomen.

Voor de toepassing van de Wet griffierechten burgerlijke zaken wordt de vordering bedoeld in artikel 9, eerste lid, geacht geen eis tot betaling van een bepaalde geldsom te zijn. Het in de eerste volzin bepaalde is van overeenkomstige toepassing op de rechtsmiddelen bedoeld in artikel 9, tweede en derde lid.

De autoriteit die bevoegd is tot aanpassing van een maatregel of bevel, als bedoeld in artikel 54 van de verordening, is de rechtbank die bevoegd is op grond van artikel 438 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

De autoriteit die bevoegd is om een certificaat af te geven, als bedoeld in artikel 60 van de verordening, is de notaris die de authentieke akte heeft verleden of de notaris die zijn protocol heeft overgenomen.

Afdeling 2 van deze wet is van toepassing op rechterlijke beslissingen, authentieke akten en gerechtelijke schikkingen als bedoeld in artikel 66, tweede lid, van de verordening met dien verstande dat in die afdeling voor «het verdrag» wordt gelezen de verordening (EG), nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijk en handelszaken (Pb EG L 12) laatstelijk gewijzigd 22 februari 2012 (Pb EU L 50).

Deze wet is van overeenkomstige toepassing op de rechterlijke beslissingen, bedoeld in artikel 32, eerste lid, van de verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 betreffende insolventieprocedures (PbEU 2015, L 141).

Deze wet wordt aangehaald als: Uitvoeringswet EU-executieverordening en Verdrag van Lugano.