U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-04-2010.

Ministeriële regeling · BWBR0015386

Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 15 juli 2003, nr. MJZ2003071600, Centrale Directie Juridische Zaken Afdeling Wetgeving, houdende aanpassing en samenvoeging van ministeriële regelingen als gevolg van de invoering van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte (Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte)Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimteDe Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Gelet op de artikelen 10, tweede lid, 27, tweede lid, 42, derde lid, en 47, eerste en tweede lid, onder c, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte en artikel 12, eerste lid, van het Besluit huurprijzen woonruimte;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag15 juli 2003De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en MilieubeheerP.L.B.A. vanGeel

In deze regeling wordt verstaan onder:

De maximale huurprijsgrenzen voor woonruimten welke een zelfstandige woning vormen als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van het Besluit huurprijzen woonruimte zijn voor het tijdvak 1 juli 2009 tot en met 30 juni 2010 de bedragen, genoemd in bijlage I.

De maximale huurprijsgrenzen voor woonruimten welke niet een zelfstandige woning vormen als bedoeld in artikel 1, derde lid, van het Besluit huurprijzen woonruimte zijn voor het tijdvak 1 juli 2009 tot en met 30 juni 2010 de bedragen, genoemd in bijlage II.

De maximale huurprijsgrenzen voor woonwagens als bedoeld in artikel 7:235 van het Burgerlijk Wetboek zijn voor het tijdvak 1 juli 2009 tot en met 30 juni 2010 de bedragen, genoemd in bijlage III.

De maximale huurprijsgrenzen voor standplaatsen als bedoeld in artikel 7:236 van het Burgerlijk Wetboek zijn voor het tijdvak 1 juli 2009 tot en met 30 juni 2010 de bedragen, genoemd in bijlage IV.

De voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en de zittingsvoorzitters hebben recht op een vakantie-uitkering overeenkomstig hoofdstuk IV van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984.

De voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en de zittingsvoorzitters hebben recht op een eindejaarsuitkering overeenkomstig artikel 20a van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984.

Indien de plaatsvervangend voorzitter de functie van voorzitter waarneemt, kan hem een waarnemingstoelage worden toegekend overeenkomstig artikel 14 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984.

Op het ambtsjubileum van de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en de zittingsvoorzitters is artikel 79, eerste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenregelement van overeenkomstige toepassing

Vervallen

Vrijstelling kan slechts worden verleend, indien voldaan is aan het bepaalde in artikel 11.

Vervallen

Vervallen

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 augustus 2003.

Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte.

*) De maximale huurprijsgrens behorende bij meer dan 750 punten is het bedrag dat wordt verkregen door € 0,92 (dat bedrag komt overeen met het verschil tussen de bedragen, genoemd bij 750 en 749 punten) te vermenigvuldigen met het aantal punten van de woonruimte, verminderd met 750, en bij de verkregen uitkomst € 847,11 (dat bedrag komt overeen met het bedrag genoemd bij 750 punten) op te tellen.

Vervolg

Vervolg

¹ De maximale huurprijsgrens behorende bij meer dan 750 punten is het bedrag dat wordt verkregen door € 0,94 (dat bedrag komt overeen met het verschil tussen de bedragen, genoemd bij 750 en 749 punten) te vermenigvuldigen met het aantal punten van de woonruimte, verminderd met 750, en bij de verkregen uitkomst € 868,29 (dat bedrag komt overeen met het bedrag genoemd bij 750 punten) op te tellen.

¹ De maximale huurprijsgrens behorende bij meer dan 250 punten is het bedrag dat wordt verkregen door € 4,81 (dat bedrag komt overeen met het verschil tussen de bedragen, genoemd bij 250 en 249 punten) te vermenigvuldigen met het aantal punten van de woonruimte, verminderd met 250, en bij de verkregen uitkomst € 1165,85 (dat bedrag komt overeen met het bedrag genoemd bij 250 punten) op te tellen.

Schema van redelijke huuraanpassingen per 1 juli 2009 voor woonruimte bij overgang van reguliere huurprijs naar reguliere huurprijs

¹ De maximale huurprijsgrenzen, bedoeld in artikel 12, eerste lid, van het Besluit huurprijzen woonruimte, zoals deze gelden op de dag dat dit schema in werking treedt.

² Bij woonruimte welke een zelfstandige woning vormt, met een puntentotaal van meer dan 250 en een geldende huurprijs hoger dan de maximale huurprijsgrens bij een puntentotaal van 250, kan een huurprijsverlaging plaatsvinden, indien het huurpeil van vergelijkbare woonruimte daartoe aanleiding geeft. De huurprijs van deze woonruimte kan niet worden verlaagd tot minder dan de maximale huurprijsgrens behorende bij woonruimte met een puntentotaal van 250, behoudens toepassing van artikel 6, eerste lid, van het Besluit huurprijzen woonruimte.

³ Onder inflatiepercentage wordt verstaan het inflatiepercentage, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van het Besluit huurprijzen woonruimte.

Schema van redelijke huuraanpassingen per 1 juli 2009 voor woonruimte bij overgang van reguliere huurprijs naar huurvastprijs, van huurvastprijs naar reguliere huurprijs en van huurvastprijs naar nieuwe huurvastprijs

¹ De maximale huurprijsgrenzen, bedoeld in artikel 12, eerste lid, van het Besluit huurprijzen woonruimte, zoals deze gelden op de dag dat dit schema in werking treedt.

² Bij woonruimte welke een zelfstandige woning vormt, met een puntentotaal van meer dan 250 en een geldende huurprijs hoger dan de maximale huurprijsgrens bij een puntentotaal van 250, kan een huurprijsverlaging plaatsvinden, indien het huurpeil van vergelijkbare woonruimte daartoe aanleiding geeft. De huurprijs van deze woonruimte kan niet worden verlaagd tot minder dan de maximale huurprijsgrens behorende bij woonruimte met een puntentotaal van 250, behoudens toepassing van artikel 6, eerste lid, van het Besluit huurprijzen woonruimte.

³ Onder huurvastprijs wordt verstaan de voor de gehele huurvastperiode geldende (bevroren) huurprijs.

4 Onder reguliere huurprijs wordt verstaan de huurprijs die jaarlijks kan worden verhoogd.

5 Indien de huurvastperiode eindigde op 30 juni van enig jaar dient, in afwijking van het schema, in de gecumuleerde vermenigvuldiging tevens de huurprijsontwikkeling te worden betrokken die wordt verwacht voor het tijdvak van 1 juli tot en met 30 juni daaropvolgend. Indien de huurvastperiode is begonnen op 1 juli van enig jaar dient, in afwijking van het schema, in de gecumuleerde vermenigvuldiging niet de huurprijsontwikkeling te worden betrokken die werd verwacht voor het tijdvak van die 1 juli-datum tot en met de 30 juni-datum daaropvolgend.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen