Regeling · BWBR0015455
Besluit donorgegevens kunstmatige bevruchting
Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 16 december 2002, nr 5200386/02/6, gedaan mede namens de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
Gelet op artikel 2, eerste lid, onder a en b, alsmede artikel 3, achtste lid, van de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting;
De Raad van State gehoord (advies van 18 maart 2003, nr. W03.02.0565/I).
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie van 1 augustus 2003,nr 5234240/03/6, uitgebracht mede namens de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage11 augustus 2003BeatrixDe Minister van Justitie,J. P. H. DonnerDe Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,C. I. J. M. Ross-van Dorpde eenentwintigste augustus 2003De Minister van Justitie, J. P. H. DonnerVoor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder de wet: de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting.
Het maximumaantal moedercodes dat aan een donorcode wordt gekoppeld, bedoeld in artikel 1, onderdeel j, van de wet, bedraagt twaalf moedercodes.
De fysieke kenmerken, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b, van de wet, een en ander zoals bekend op het tijdstip van de terbeschikkingstelling van zaad- of eicellen, betreffen:
- a.
lichaamslengte;
- b.
gewicht;
- c.
huidskleur;
- d.
kleur van de ogen;
- e.
haarkleur en type haar.
De opleiding als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b, van de wet betreft:
opleidingen of studies die op het tijdstip van de terbeschikkingstelling van zaad- of eicellen door de donor zijn voltooid dan wel nog worden gevolgd. Het beroep als in genoemd artikelonderdeel bedoeld, betreft het beroep dat de donor op het tijdstip van de terbeschikkingstelling van zaad- of eicellen uitoefent.
De gegevens omtrent de sociale achtergrond en een aantal persoonlijke kenmerken, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b, van de wet, een en ander zoals bekend op het tijdstip van de terbeschikkingstelling van zaad- of eicellen, betreffen:
- a.
leeftijd;
- b.
burgerlijke staat;
- c.
gezinssamenstelling;
- d.
een door de donor zelf opgemaakte beschrijving van hem kenmerkende eigenschappen en karaktertrekken.
Ingeval van een verzoek tot verstrekking van gegevens van de donor als bedoeld in artikel 3, eerste of tweede lid, van de wet, verstrekt de verzoeker, indien het College daarom verzoekt:
- a.
een afschrift van zijn geboorteakte;
- b.
een kopie van zijn identiteitsbewijs;
- c.
het adres en de woonplaats van de ouder of voogd die krachtens artikel 3, zesde lid, van de wet van de verstrekking op de hoogte moet worden gesteld.
Ingeval van een verzoek tot verstrekking van persoonsidentificerende gegevens als bedoeld in artikel 3b, eerste lid, van de wet, is het eerste lid, onder a en b, van overeenkomstige toepassing.
Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 4 van de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting in werking treedt.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit donorgegevens kunstmatige bevruchting.