U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 21-04-2004.
Wijzigingen Officiële bron
Mandaat- en volmachtbesluit diensthoofden BZK (MV-besluit diensthoofden BZK)Mandaat- en volmachtbesluit diensthoofden BZK (MV-besluit diensthoofden BZK)De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, in overeenstemming met de Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties,

Gelet op het Mandaat- en volmachtbesluit secretaris-generaal BZK;

Gezien het advies van de Groepsondernemingsraad;

Besluit:

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, voor deze:de Secretaris-Generaal, J.W.Holtslag

In dit besluit wordt verstaan onder:

Het mandaat en de volmacht van het diensthoofd wordt uitgeoefend ten aanzien van aangelegenheden die behoren tot het werkterrein van het diensthoofd overeenkomstig het Organisatiebesluit BZK 2003 en die, onverminderd het bepaalde in het MV-besluit secretaris-generaal BZK onderscheidenlijk dit besluit, redelijkerwijs niet behoren te worden voorgelegd aan de minister of de secretaris-generaal.

Onverminderd het bepaalde in het MV-besluit secretaris-generaal BZK onderscheidenlijk dit besluit, heeft het mandaat en de volmacht van het diensthoofd in ieder geval betrekking op:

Het mandaat om te beslissen op bezwaarschriften tegen besluiten met betrekking tot een personele aangelegenheid wordt uitgeoefend door de plaatsvervangend secretaris-generaal, voor zover ten aanzien van het Korps Landelijke politiediensten en de Informatie- en communicatietechnologie Organisatie niet anders is bepaald.

Het mandaat van de directeur-generaal Management Openbare Dienst omvat tevens:

Het mandaat van de directeur-generaal Openbare Orde en Veiligheid omvat tevens:

Ten aanzien van het mandaat en de volmacht van de directeur-generaal Openbare Orde en Veiligheid met betrekking tot het beheer van het Korps Landelijke Politiediensten onderscheidenlijk de Informatie- en communicatietechnologie Organisatie, geldt het volgende:

Onverminderd artikel 5:1, onder e, omvat het mandaat van de directeur-generaal Koninkrijksrelaties en Bestuur tevens de bevoegdheid om te beslissen op bezwaarschriften tegen namens de minister genomen besluiten met betrekking tot de uitvoering van de begroting voor Koninkrijksrelaties.

Het mandaat en de volmacht van het diensthoofd is niet van toepassing:

Artikel 4:2, eerste en tweede lid, en artikel 4:3 van het MV-besluit secretaris-generaal BZK, inzake aan de ministers voorbehouden aangelegenheden, zijn van toepassing.

Aan de secretaris-generaal is, voor zover in of krachtens dit besluit niet anders is bepaald, voorbehouden het nemen van besluiten en het afdoen en ondertekenen van stukken met betrekking tot:

Het buiteninvorderingstellen of kwijtschelden van een privaatrechtelijke vordering geschiedt met medeparaaf van of namens de directeur Financieel-Economische Zaken bij een bedrag van ten minste € 5.000,– en met inachtneming van de door de Minister van Financiën gestelde voorschriften.

Artikel 7:1 is niet van toepassing op:

Het diensthoofd is bevoegd om in bijzondere gevallen, naast of in plaats van het bepaalde in artikel 7:1, mondeling of schriftelijk ondermandaat te verlenen onderscheidenlijk zijn volmacht door te verlenen aan een onder hem ressorterende functionaris voor een bepaald geval, met inachtneming van artikel 1, derde lid, van het Besluit privaatrechtelijke rechtshandelingen 1996.

De uitoefening door het diensthoofd onderscheidenlijk een op grond van of krachtens dit besluit gemandateerde en gevolmachtigde van diens mandaat en volmacht, geschiedt met inachtneming van:

De uitoefening door het diensthoofd onderscheidenlijk een op grond van of krachtens dit besluit gemandateerde en gevolmachtigde van diens mandaat en volmacht, geschiedt met inachtneming van de departementale procedures en richtlijnen met betrekking tot onder meer:

Het diensthoofd, onderscheidenlijk een op grond van of krachtens dit besluit gemandateerde en gevolmachtigde, legt op verzoek van de minister of de secretaris-generaal mondeling of schriftelijk verantwoording af over de uitoefening van zijn mandaat en volmacht.

In gevallen waarin dit besluit niet voorziet, beslist de minister die het aangaat of de secretaris-generaal over de verlening van mandaat of een volmacht.

Verlening en doorverlening van (onder)mandaat en volmacht op grond van of krachtens dit besluit wordt geregistreerd overeenkomstig het MV-besluit secretaris-generaal BZK.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na plaatsing van dit besluit in de Staatscourant en werkt terug tot en met 1 september 2003

Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaat- en volmachtbesluit diensthoofden BZK (MV-besluit diensthoofden BZK).

Het Mandaat- en volmachtbesluit diensthoofden BZK (MV-besluit diensthoofden BZK) van 13 december 2001, kenmerk P&O2001U100141, wordt ingetrokken.