U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 21-04-2004.
Wijzigingen Officiële bron
Mandaat- en volmachtbesluit secretaris-generaal BZK (MV-besluit secretaris-generaal BZK)Mandaat- en volmachtbesluit secretaris-generaal BZK (MV-besluit secretaris-generaal BZK)De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, in overeenstemming met de Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties,

Gelet op:

– de Algemene wet bestuursrecht;

– de Compatibiliteitswet en het Besluit privaatrechtelijke rechtshandelingen 1996;

– het koninklijk besluit van 18 oktober 1988, houdende regeling van de functie en verantwoordelijkheid van de secretaris-generaal;

Besluit:

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties , J.W. Remkes

In dit besluit wordt verstaan onder:

Het mandaat en de volmacht van de secretaris-generaal wordt uitgeoefend ten aanzien van aangelegenheden die, gelet op het koninklijk besluit van 18 oktober 1988, houdende regeling van de functie en verantwoordelijkheid van de secretaris-generaal, behoren tot het werkterrein van de secretaris-generaal overeenkomstig het Organisatiebesluit BZK 2003 en die onverminderd het bepaalde in dit besluit, redelijkerwijs niet behoren te worden voorgelegd aan de minister.

Onverminderd het bepaalde in paragraaf 4 van dit besluit heeft het mandaat en de volmacht van de secretaris-generaal in ieder geval betrekking op:

Het mandaat en de volmacht van de secretaris-generaal is niet van toepassing:

Aan de ministers is voorbehouden het nemen van besluiten en het afdoen en ondertekenen van stukken met betrekking tot:

Het mandaat van de secretaris-generaal is niet van toepassing op het nemen van besluiten en het afdoen en ondertekenen van stukken met betrekking tot beslissingen ten aanzien van de directeur-generaal voor de Algemene Bestuursdienst, voor zover deze samenhangen met de taken, genoemd in artikel 3:53, tweede lid, onder a tot en met c, van het Organisatiebesluit BZK 2003.

De secretaris-generaal kan bij de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 6:1, tevens de bevoegdheid toekennen tot het verlenen van ondermandaat en het doorverlenen van de volmacht aan een rechtstreeks onder het desbetreffende diensthoofd of de desbetreffende functionaris ressorterende functionaris of in bijzondere gevallen aan een andere functionaris, ten aanzien van aangelegenheden op het werkterrein van de functionaris overeenkomstig het Organisatiebesluit BZK 2003.

De secretaris-generaal is bevoegd om de plaatsvervangend secretaris-generaal, ten aanzien van door de secretaris-generaal met inachtneming van dit besluit en het Organisatiebesluit BZK 2003 vast te stellen aangelegenheden, in de bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de secretaris-generaal te laten treden.

De secretaris-generaal is bevoegd om de directeur-generaal Openbare Orde en Veiligheid, ten aanzien van aangelegenheden met betrekking tot het Korps Landelijke Politiediensten onderscheidenlijk het agentschap Informatie- en communicatietechnologie Organisatie, in de bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de secretaris-generaal te laten treden.

De uitoefening door de secretaris-generaal van de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 6:1 tot en met 6:4, geschiedt bij schriftelijk besluit en in overeenstemming met de ministers, en na advies van de directeur Constitutionele Zaken en Wetgeving, de directeur Financieel-Economische Zaken en de directeur Personeel en Organisatie.

De secretaris-generaal is bevoegd om in bijzondere gevallen, naast of in plaats van het bepaalde in deze paragraaf, mondeling of schriftelijk ondermandaat te verlenen onderscheidenlijk zijn volmacht door te verlenen aan een onder hem ressorterende functionaris voor een bepaald geval, met inachtneming van artikel 1, derde lid, van het Besluit privaatrechtelijke rechtshandelingen 1996.

De uitoefening door de secretaris-generaal onderscheidenlijk een op grond van of krachtens dit besluit gemandateerde en gevolmachtigde van diens mandaat en volmacht, geschiedt met inachtneming van:

De secretaris-generaal legt op verzoek van de minister mondeling of schriftelijk verantwoording af over de uitoefening van zijn mandaat en volmacht.

In gevallen waarin dit besluit niet voorziet, beslist de minister die het aangaat over het verlenen van mandaat of een volmacht.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na plaatsing van dit besluit in de Staatscourant en werkt terug tot en met 1 september 2003

Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaat- en volmachtbesluit secretaris-generaal BZK (MV-besluit secretaris-generaal BZK).

Het Mandaat- en volmachtbesluit secretaris-generaal BZK (MV-besluit secretaris-generaal BZK) van 13 december 2001, kenmerk P&O2001/U100140, wordt ingetrokken.