Ministeriële regeling · BWBR0015631
Aanwijzingsbesluit functionarissen en ambtenaren arrondissement Amsterdam
Gelet op artikel 124, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering en artikel 9, zesde lid, van de Politiewet 1993;
Besluit:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Den Haag25 september 2003De Minister van Justitienamens deze:hoofd Bureau Juridische en Beleidsondersteunende Aangelegenheden, H.Ph.MayerDe functionaris, werkzaam bij de dienst Bewaking, Beveiliging en Vervoer in het arrondissement Amsterdam, is bevoegd tot het verrichten van de volgende werkzaamheden:
- a.
de dienst bij de gerechten als bedoeld in artikel 124, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering;
- b.
de werkzaamheden, bedoeld in de artikelen 36d, derde lid, 373, 391, 541, tweede lid, en 6:1:5, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering met betrekking tot personen die zich bevinden in de gerechtsgebouwen in het arrondissement Amsterdam.
De ambtenaar, werkzaam bij de dienst Bewaking, Beveiliging en Vervoer in het arrondissement Amsterdam, is bevoegd tot het verrichten van het vervoer van rechtens van hun vrijheid beroofde personen als bedoeld in artikel 9, zesde lid, van de Politiewet 2012.
De regeling van 11 september 1995, kenmerk 514603/595/NE, wordt ingetrokken.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2003.