Ministeriële regeling · BWBR0015640

Aanvullend luchthavenreglement Rotterdam

Wijzigingen Officiële bron
Aanvullend luchthavenreglement RotterdamAanvullend luchthavenreglement RotterdamDe Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat,

Gelet op artikel 132, eerste lid, van de Regeling Toezicht Luchtvaart en op de artikelen 10 tweede lid, 17 derde lid, 22, 23, 25 en 26, onder e, van het Algemeen luchthavenreglement:

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat,M.H. Schultz van Haegen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Dit reglement is van toepassing op de luchthaven.

Een ieder die zich op het luchtvaartterrein bevindt is verplicht:

Het is verboden om zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de exploitant op het luchtvaartterrein:

De exploitant of namens deze de havenmeester of de dutymanager operations hebben het recht personen die zich niet aan de bepalingen van dit reglement houden van het luchtvaartterrein te verwijderen of te laten verwijderen dan wel zaken die in strijd met de bepalingen van dit reglement zich op het luchtvaartterrein bevinden te verwijderen of laten verwijderen van het luchtvaartterrein.

Tijdens beperkt zicht omstandigheden is de vigerende regeling B.Z.O. van kracht en worden de daarin gestelde voorwaarden en beperkingen stipt opgevolgd.

Vliegtuigen met explosieven aan boord worden geparkeerd op de daartoe door de exploitant aangewezen plaatsen.

Van zich aan boord van een luchtvaartuig bevindende gevaarlijke stoffen wordt door de bezitter dan wel houder daarvan van te voren gedetailleerd melding gedaan aan de exploitant. Instructies met betrekking tot gevaarlijke stoffen van de exploitant of namens deze worden stipt opgevoerd.

Het is verboden hefschroefvliegtuigen te tanken:

Luchtvaartmaatschappijen en op de luchthaven werkzame afhandelingsmaatschappijen, of luchtvaartbedrijven die ongeregelde verkeersvluchten uitvoeren, alsmede bestuurders van luchtvaartuigen die niet-commerciële vluchten uitvoeren, verschaffen de exploitant tijdig vooraf gegevens die noodzakelijk zijn voor de inzet en planning van bedrijfsmiddelen. Deze gegevens omvatten in ieder geval:

Het uitvoeren van circuit- en oefenvluchten kan door de exploitant worden beperkt tot bepaalde delen van de dag of tot bepaalde dagen van de week.

Het in werking stellen van een vliegtuigmotor is slechts toegestaan indien:

Indien zich tijdens het opstijgen, landen, slepen of taxiën een incident of ongeval voordoet mag de gezagvoerder of de bestuurder van een voertuig, het luchtvaartuig dan wel voertuig eerst weer verplaatsen nadat daartoe toestemming is verleend door de bevoegde instanties en na verkregen toestemming van de exploitant of namens deze de havenmeester dan wel de dutymanager operations.

Vervallen

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling wordt aangehaald als: Aanvullend luchthavenreglement Rotterdam.