Ministeriële regeling · BWBR0015732

Regeling gebruik van frequentieruimte zonder vergunning

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 15 oktober 2003 nr. EZT/5003907.JZ, houdende regels omtrent het gebruik van frequentieruimte zonder vergunning en de aanwijzing van categorieën radiozendapparaten, bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, onderdeel a, van de Telecommunicatiewet (Regeling gebruik van frequentieruimte zonder vergunning)Regeling gebruik van frequentieruimte zonder vergunningDe Staatssecretaris van Economische Zaken,

Gelet op artikel 3.4, eerste lid, onderdeel a, van de Telecommunicatiewet en artikel 18 van het Frequentiebesluit;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag15 oktober 2003 De Minister van Economische Zaken, L.J.Brinkhorst

De gebruiker van frequentieruimte waarvoor geen vergunning is vereist, zorgt ervoor dat door het gebruik van het gewenste signaal van het radiozendapparaat geen storing of belemmering wordt veroorzaakt in andere radiozendapparaten dan wel in overige elektrische of elektronische apparaten.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag waarop de Regeling aanvraag en toelating vergunningen voor het gebruik van frequentieruimte in werking treedt.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling gebruik van frequentieruimte zonder vergunning.

Apparatuur die onderdeel is van een besloten digitaal netwerk ten behoeve van trunking

Indien de radiozendapparaten behoren tot een digitaal radionetwerk met dynamische frequentietoewijzing ten behoeve waarvan een vergunning is verleend voor het gebruik van frequentieruimte is het toegestaan om, voor directe communicatie tussen de radiozendapparaten onderling, gebruik te maken van:

GSM basisstations aan boord van luchtvaartuigen

Categorie 1

Categorie 2

Figuur 1: Maximale magnetische veldsterkte op 10 meter meetafstand (o.a. Eurobalise).Figuur 2: Maximale magnetisch veldsterkte op 10 meter meetafstand gemeten in een 10 kHz bandbreedte (o.a. Euroloop uplink).

Categorie 3

Categorie 4

Categorie 5

Categorie 6

Categorie 7

Radiozendapparaten bestemd voor alarmering

Categorie 8

Categorie 9

Categorie 10

Categorie 11

Categorie 12

Categorie 13

Categorie 14

Radiozendapparaten bestemd voor identificatie toepassingen (RFID)

Categorie 15

Categorie 16

Categorie 17

Categorie 18

Categorie 19

Radiozendapparaten die gebruikmaken van ultrabreedbandtechnologie (UWB)

De apparatuur voldoet aan de in de tabel vermelde voorwaarden en wordt binnenshuis gebruikt. De apparatuur mag tevens buitenshuis worden gebruikt zolang zij niet is bevestigd aan een vaste installatie, een vaste infrastructuur, een vaste buitenantenne, een voertuig of een spoorwegvoertuig. Voor de definities van de begrippen ‘binnenshuis’, ‘voertuig’ en ‘spoorwegvoertuig’ zij verwezen naar artikel 2 van de beschikking van de Commissie van 21 februari 2007 inzake ultrabreedbandtechnologie (2007/131/EG).

Passende mitigatietechnieken

Een maximale gemiddelde e.i.r.p.-dichtheid van –41,3 dBm/MHz is toegestaan in de banden 3,4–4,8 GHz voor zover een ‘low duty cycle’-beperking wordt toegepast waarin de som van alle verzonden signalen elke seconde minder dan 5% en elk uur minder dan 0,5% van de tijd in beslag neemt, en voor zower elk verzonden signaal niet meer dan 5 ms in beslag neemt.

Apparatuur die gebruikmaakt van de ultrabreedbandtechnologie mag het radiospectrum ook gebruiken, voor zover andere dan de in de eerste alinea vermelde passende mitigatietechnieken, die tot gevolg hebben dat de apparatuur een beschermingsniveau bereikt dat minstens gelijkwaardig is aan het niveau dat door de beperkingen in de tabel wordt bereikt, worden toegepast.

Opmerkingen bij de tabellen

Vermogen

• e.r.p. (Effective Radiated Power) is het effectief uitgestraald vermogen van de zendinrichting ten op zichte van een halve golf dipool.

• e.i.r.p. (Equivalent Isotropically Radiated Power) is het effectief uitgestraald vermogen van de zendinrichting ten opzichte van een isotrope straler.

Kanaalraster

• Indien er een kanaalraster binnen een frequentieband van toepassing is, grenst het eerste kanaal aan de laagst genoemde frequentie. De centrale frequentie van het eerste radiokanaal bevindt zich een half raster-kanaal hoger in frequentie.

• De breedte van het kanaal is gelijk aan de gestelde waarde voor het kanaalraster.

Kanaalbreedte

• De maximale kanaalbreedte wordt gespecificeerd, kleinere kanaalbreedten zijn dus toegestaan

• Binnen de gestelde frequentieband mag de gebruiker zelf de werkfrequenties bepalen, daarbij rekening houdend met de gekozen kanaalbreedte.

Duty-cycle

De duty-cycle is gedefinieerd als de verhouding, uitgedrukt in een percentage, tussen de maximale uitzendtijd op 1 of meer frequenties relatief ten opzichte van een periode van 1 uur.

Indien erg geen duty-cycle is genoemd dan is iedere duty-cycle mogelijk.