Wijzigingen Officiële bron
Beleidsregels Algemene wet bestuursrecht Bureau Heffingen 2003Beleidsregels Algemene wet bestuursrecht en Invorderingswet 1990 Bureau HeffingenDe Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Besluit:

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag1 december 2003De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteitovereenkomstig het door de minister genomen besluit, de Directeur-Generaal, R.M.Bergkamp

Het Voorschrift Algemene wet bestuursrecht 1997 en de Leidraad Invordering 1990 zijn van overeenkomstige toepassing op de heffing en invordering van de heffingen van Hoofdstuk IV van de Meststoffenwet waarvan de heffing en invordering aan het Bureau Heffingen zijn opgedragen.

Voor de toepassing van dit besluit wordt in het Voorschrift Algemene wet bestuursrecht 1997 en de Leidraad Invordering 1990 verstaan onder:

Voor de toepassing van dit besluit wordt, in afwijking van paragraaf 1.7, onderdeel 2, van het Voorschrift Algemene wet bestuursrecht 1997, de aangifte voorzover deze als een verzoek om verrekening als bedoeld in artikel 43, vijfde lid, van de Meststoffenwet, wordt aangemerkt, beschouwd als een aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Voor de toepassing van dit besluit wordt paragraaf 2.1 van het Voorschrift Algemene wet bestuursrecht 1997 als volgt gelezen:

De Awb is van toepassing op besluiten van bestuursorganen. De inspecteur, de ontvanger, de directeur Financieel-economische Zaken van het Ministerie van LNV en de Minister van LNV zijn bestuursorgaan in de zin van de Awb. Organen van de rechterlijke macht en de wetgevende macht zijn geen bestuursorgaan.

In artikel 3, derde lid, van de Regeling uitvoering heffingen en verrekening Meststoffenwet (Regeling van 19 december 1997, Stcrt. 247) is de directeur van het Bureau Heffingen aangewezen als inspecteur en ontvanger van het bureau. Omdat de bevoegdheidsuitoefening binnen het Bureau Heffingen veelal plaatsvindt in mandaat, wijst de directeur ambtenaren van het Bureau Heffingen aan die namens hem de bevoegdheid van inspecteur onderscheidenlijk ontvanger uitoefenen. Dit is vastgelegd in mandaatbesluiten. Deze vermelden de ambtenaren die bevoegd zijn namens de inspecteur besluiten te nemen en die bevoegd zijn namens de ontvanger besluiten te nemen. Aan dezelfde ambtenaar wordt geen algemeen mandaat verleend voor de bevoegdheden van zowel de inspecteur als de ontvanger. Wel is het mogelijk dat voor een bepaald geval hierop een uitzondering wordt gemaakt door middel van het verlenen van een bijzonder mandaat.

Bij de toepassing van dit besluit blijft de laatste volzin van paragraaf 5.5.5 van het Voorschrift Algemene wet bestuursrecht 1997 buiten toepassing.

De ontvanger is te allen tijde belast met de leiding van de invordering waarover paragraaf 1, achtste lid, van de Leidraad Invordering 1990 handelt, ook in de fase van de dwanginvordering.

Het conservatoir beslag en de versnelde invordering waarover hoofdstuk I, artikel 3, paragraaf 2, eerste lid, van de Leidraad Invordering 1990 handelt, worden uitgevoerd door de Belastingdienst vanaf het moment van terhandstelling van het dwangbevel door de ontvanger aan de ontvanger van de Belastingdienst. Voorafgaand aan de dwanginvorderingsfase kunnen handelingen ten behoeve van conservatoir beslag en versnelde invordering plaatsvinden.

Met betrekking tot de relatieve competentie waarover hoofdstuk I, artikel 5, paragraaf 1, van de Leidraad Invordering 1990 handelt, zijn voor de toepassing van de Invorderingswet in het kader van de heffingen, nadere regels gesteld in de regeling.

Verrekening van verschuldigde bedragen waarover hoofdstuk IV, artikel 24, paragraaf 1, vierde lid, van de Leidraad Invordering 1990 handelt, vindt niet plaats tussen verschuldigde bedragen aan heffingen en door de inspecteur van het Bureau Heffingen opgelegde bestuurlijke boeten met belastingschulden uit hoofde van de rijksbelastingen.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 1998.

Dit besluit kan worden aangehaald als: Beleidsregels Algemene wet bestuursrecht en Invorderingswet 1990 Bureau Heffingen.