Wijzigingen Officiële bron
Besluit van het bestuur van het Productschap Tuinbouw, d.d. 2 december 2003, houdende de vaststelling van aan telers van en handelaren in bloembollen op te leggen heffing voor het oogstjaar 2003 (Verordening PT vakheffing bloembollen plantgoed oogstjaar 2003)Verordening PT vakheffing bloembollen plantgoed oogstjaar 2003HET BESTUUR VAN HET PRODUCTSCHAP TUINBOUW,

gelet op de artikelen 95, 100 en 126 van de Wet op de bedrijfsorganisatie, en

gelet op de artikelen 14, 15 en 19 van de Instellingsverordening Productschap Tuinbouw 1998;

gehoord de Sectorcommissie voor bollen, knollen en wortelstokken van bloemgewassen,

BESLUIT:

Deze verordening en de daarbij behorende toelichting worden gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.

Zoetermeer2 december 2003J. van derVeenvoorzitterC.Kuijvenhovensecretaris

Goedgekeurd door de Bestuurskamer van de Sociaal-Economische Raad bij besluit van 11 november 2004 en door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit bij beschikking van 23 juli 2004, nr. TRCJZ/2004/4120.

De handelskaarthouder is aan het productschap een heffing verschuldigd ter hoogte van: 4,2% over het factuurbedrag van de door hem verkochte uit eigen teelt verkregen bloembollen-plantgoed.

Degene die, anders dan in de hoedanigheid van detaillist, zonder tussenkomst van een veiling bloembollen-plantgoed verkoopt aan niet-handelskaarthouders, is verplicht 2,1% van het factuur-bedrag van de door hem aldus verkochte bollen aan de desbetreffende kopers door te berekenen.

De handelskaarthouder, die bloembollen-plantgoed leverbaar verkoopt door tussenkomst van een veiling dan wel rechtstreeks aan andere handelskaarthouders, ontvangt een restitutie van 4,2% over het factuurbedrag van het betreffende bloembollen-plantgoed.

Indien een heffingsplichtige gegevens die hem krachtens de Verordening PT Algemene bepalingen ten behoeve van de onderhavige verordening of krachtens deze verordening zijn gevraagd niet, niet tijdig of niet volledig verstrekt, wordt de heffing berekend over de dan te ramen omvang van de grondslag die op de heffingsplichtige ingevolge deze verordening van toepassing is, in welk geval de heffing wordt verhoogd met € 40,= in verband met administratiekosten.

Indien uit de ter beschikking gekomen gegevens blijkt dat de verstrekking van de gegevens of een raming, niet in overeenstemming is met de werkelijkheid, kan een opgelegde heffing aan de hand van deze gegevens worden herzien en opnieuw worden opgelegd.

Aan de heffingsplichtige, die niet of niet geheel binnen de in artikel 19 bedoelde termijn heeft betaald, kunnen:

De invorderingskosten voortvloeiend uit het niet betalen binnen de gestelde termijn als bedoeld in artikel 19 en 20, zijn voor rekening en risico van de ondernemer.

Een koper en verkoper van bloembollen wordt geacht, indien hij bloembollen door tussenkomst van een veiling verhandelt, aan zijn verplichtingen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 ten aanzien van de op vorenbedoelde wijze verhandelde producten te hebben voldaan, indien hij de desbetreffende veiling heeft gemachtigd namens hem aan het productschap de door hem verschuldigde heffing te voldoen en deze heffing door het productschap is ontvangen.

De voorzitter is belast met de oplegging en inning van de heffing en de daarmee samenhangende kosten als bedoeld in de artikelen 5 tot en met 22.

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening PT vakheffing bloembollen plantgoed oogstjaar 2003.