Ministeriële regeling · BWBR0015998

Regeling aanvullende bekostiging AOC’s en IPC’s 2003

Wijzigingen Officiële bron
Regeling aanvullende bekostiging AOC’s en IPC’s 2003Regeling aanvullende bekostiging AOC’s en IPC’s 2003 De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Gelet op artikel 2.2.3, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag 4 december 2003De Minister van Landbouw, Natuur en VoedselkwaliteitC.P.Veerman

In deze regeling wordt verstaan onder:

Het totaal beschikbare budget voor de aanvullende bekostiging, bedoeld in artikel 2, eerste lid, bedraagt voor het jaar 2003 € 500.422,–, waarvan € 328.920,– bestemd is voor de aanvullende vergoeding, bedoeld in het tweede en derde lid, en € 181.512,– voor de aanvullende vergoeding, bedoeld in artikel 4.

De instelling werkt mee aan een door de BVE-Raad op te stellen halfjaarlijkse voortgangsrapportage over de stand van zaken van de voorbereiding, ontwikkeling en invoering van integraal personeelsbeleid.

Indien het dienstverband met de zij-instromer, bedoeld in artikel 6, voortijdig wordt beëindigd, meldt het bevoegd gezag dit aan de minister onder opgave van het reeds bestede deel van de aanvullende bekostiging, bedoeld in artikel 6.

De aanvullende vergoeding, bedoeld in artikel 6, bedraagt € 10.000,– per zij-instromer. Per zij-instromer als bedoeld in artikel 6 wordt slechts aan één AOC een aanvullende bekostiging verstrekt.

Onverminderd het bepaalde in artikel 11 verleent de minister aan het bevoegd gezag van een AOC voor het jaar 2004 een aanvullende bekostiging van € 20,– per leerling ten behoeve van het gebruik van groen Kennisnet. De aanvullende bekostiging, bedoeld in de eerste volzin, wordt berekend overeenkomstig artikel 11, tweede lid.

De aanvullende bekostiging, bedoeld in de artikelen 2, 4, eerste lid, 9 en 11, wordt uiterlijk op 31 december 2003 betaald.

De aanvullende bekostiging, bedoeld in artikel 4, tweede lid, wordt uiterlijk in de maand september 2004 betaald.

De aanvullende bekostiging, bedoeld in artikel 6, wordt betaald in de maand volgend op de maand waarin het bevoegd gezag een aanvraag als bedoeld in dat artikel heeft ingediend bij de minister.

De aanvullende bekostiging, bedoeld in artikel 10, eerste lid, wordt als volgt betaald:

De instelling verantwoordt de besteding van de aanvullende bekostiging in haar jaarrekening.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 juli 2005.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanvullende bekostiging AOC’s en IPC’s 2003.