Ministeriële regeling · BWBR0016003

Regeling pilot AOE-hond

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken van 4 december 2003, nr. EA2003/85867, ter beproeving van de inzet van een politiehond voor de aanhoudings- en ondersteuningseenheden (Regeling pilot AOE-hond)Regeling pilot AOE-hondDe Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Justitie;

Gelet op artikel 49 van de Politiewet 1993;

Besluit:

Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlage voorlopig keuringsreglement, die op het Ministerie van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties ter inzage wordt gelegd.

Den Haag 4 december 2003De Minister van Binnenlandse Zaken en KoninkrijksrelatiesJ.W.Remkes

In deze regeling wordt verstaan onder:

De aanhoudings- en onderstersteuningseenheid van het regionaal politiekorps Rotterdam-Rijnmond beschikt gedurende de periode van 15 december 2003 tot 15 december 2004, ter beproeving van het geweldsmiddel AOE-hond, over een combinatie van geleider en AOE-hond. De ministers kunnen deze periode met maximaal 1 jaar verlengen.

Onverminderd artikel 17 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar meldt de geleider, door tussenkomst van zijn meerdere, de inzet van een AOE-hond, de feiten en omstandigheden dienaangaande, alsmede de gevolgen hiervan, onverwijld, door middel van een daartoe door de ministers ter beschikking gesteld formulier, aan de begeleidingscommissie.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 15 december 2003 en vervalt na afloop van de periode genoemd in artikel 2.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling pilot AOE-hond.

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.