U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-07-2011.

Ministeriële regeling · BWBR0016021

Regeling garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Economische Zaken van 8 december 2003, nr. WJZ 3073206, tot vaststelling van uitvoeringregels voor meting en uitgifte van garanties van oorsprong ten behoeve van duurzame elektriciteit (Regeling garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit)Regeling garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit De Minister van Economische Zaken,

Gelet op de artikelen 31, achtste lid, en 77c van de Elektriciteitswet 1998;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij de garantiebeheerinstantie, Utrechtseweg 310, Arnhem.

Den Haag8 december 2003De Minister van Economische ZakenL.J.Brinkhorst

De garantiebeheerinstantie bepaalt na ontvangst van het meetrapport van de producent, bedoeld in artikel 1b, tweede lid, de nuttig aangewende warmte in GJ.

Vervallen

Indien in de productie-installatie niet naar zijn aard zuiver biogas of niet-zuiver biogas wordt verwerkt, hanteert de producent ten aanzien van de grondstof die bij het ontstaan van dit biogas gebruikt een daartoe geëigende methode om aan de hand van bemonstering per partij vast te stellen dat het materiaal waaruit de duurzame elektriciteit is opgewekt, is aan te merken als zuivere of als niet-zuivere biomassa.

Vervallen

Vervallen

De garantiebeheerinstantie deelt iedere maand aan de Minister de volgende gegevens mee:

Een producent als bedoeld in artikel 1b, derde lid, beschikt uiterlijk 1 januari 2012 over een meetprotocol, dat voldoet aan de meetvoorwaarden, opgenomen in bijlage 4, en dat is goedgekeurd door een toegelaten meetbedrijf. Indien de producent voor de kalenderjaren voor 2012 geen meetrapport als bedoeld in artikel 12, tweede lid, kan overleggen is artikel 12a van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het assurancerapport over het kalenderjaar 2010 uiterlijk 1 oktober 2011 wordt overgelegd.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2004.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit.

Meetprotocol

Administratie

Onzekerheid

Meetrapport

Storingen

Eisen aan meetinrichtingen en meters

Brandstof

Elektriciteit

Warmte

Bagatelbepaling

Met dit formulier verklaart u duurzame elektriciteit te produceren en verzoekt u de netbeheerder vast te stellen of uw productie-installatie geschikt is voor de opwekking van duurzame elektriciteit en of uw meetinrichting geschikt is voor de meting van duurzame elektriciteit en verzoekt u de netbeheerder de meetgegevens met betrekking tot de door u geproduceerde duurzame elektriciteit als zodanig mede te delen aan de garantiebeheerinstantie.

Dit formulier dient te allen tijde volledig, juist, in origineel, ondertekend en – voor zover van toepassing – voorzien van de noodzakelijke bijlage(n) te worden ingediend bij de garantiebeheerinstantie.

Indien zich meerdere productie-installaties achter één aansluiting bevinden waarvoor u garanties van oorsprong en/of WKK-certificaten heeft aangevraagd, dient u tevens een systeemgrens van de productie-installaties te bepalen. Deze systeemgrens kan meerdere productie-eenheden omvatten.

Let op!Maak een kopie van dit ingevulde aanvraagformulier voor eigen gebruik.

Ruimte voor opmerkingen producent:

Plaats:

Datum:

Naam netbeheerder:

Handtekening netbeheerder:

Ruimte voor opmerkingen netbeheerder:

Kruis aan om wat voor soort installatie het gaat bij deze aanvraag. Er is slechts één antwoord mogelijk.

Indien u de eerdere vraag 2g (zijn er meerdere installaties achter dezelfde netaansluiting waarvoor u garanties van oorsprong en/of WKK-certificaten aanvraagt) met ‘Ja’ heeft beantwoord bent u, op grond van artikel 5, derde lid, van de Regeling garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit, verplicht om vraag 4a met ‘Nee’ en vraag 4b met ‘Ja’ te beantwoorden.

Indien u een installatie heeft met een aansluitwaarde gelijk aan of kleiner dan 3X80 A is het niet verplicht om uw netto-netlevering te meten. U kunt volstaan met het installeren van een bruto-productiemeter, waardoor u de kosten voor een nieuwe meter voor het bepalen van de netto-netlevering bespaart indien uw huidige meter daarvoor niet geschikt is. De netbeheerder zal in dat geval voor de netlevering een 0-waarde insturen (deze wordt immers niet gemeten) en u ontvangt voor de volledige productie van uw installatie garanties van oorsprong voor elektriciteit die op een installatie is ingevoed. Deze elektriciteit wordt geacht door uzelf te zijn gebruikt en is niet verhandelbaar. Dit heeft geen invloed op uw eventuele recht op subsidie. Ook in dit geval beantwoord u vraag 4a met ‘Nee’ en vraag 4b met ‘Ja’

Indien u toch onderscheid wilt laten maken tussen hetgeen u aan het net levert en hetgeen u zelf verbruikt kunt u dit aangeven door in het opmerkingenveld bij punt 6 te vermelden: ‘Uitsplitsen netlevering en niet-netlevering’

Uiteraard dient de meter dan geschikt te zijn (of worden gemaakt) om de teruglevering te meten. Dit zal uw netbeheerder beoordelen.

U verklaart door het invullen en ondertekenen van dit formulier:

Plaats:

Datum:

Handtekening aanvrager:

Bijlage(n):

Vervallen

Warmte (voor producenten zoals bedoeld in artikel 1b, tweede lid)

Dit document geeft een toelichting op de controle die moet worden uitgevoerd op elektriciteit opgewekt met biomassa op grond van de Regeling garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit (verder: de regeling). Afhankelijk van het type biomassa installatie dient een assurancerapport of een meetrapport te worden ingediend.

Na afloop van ieder kalenderjaar dienen biomassa elektriciteitsproducenten een controle te laten uitvoeren op de groenpercentages die in het betreffende kalenderjaar hebben geleid tot uitgifte van Garanties van Oorsprong. Producenten die uitsluitend één soort naar zijn aard zuiver biogas verwerken met een nominaal elektrisch vermogen van ten hoogste 2 MW dienen daartoe een meetrapport in te dienen dat is goedgekeurd door een toegelaten meetbedrijf (artikel 12). De betreffende producenten dienen eenmaal in de vijf jaar voorafgaand aan de periode waarover dient te worden gemeten een meetprotocol te laten goedkeuren door een toegelaten meetbedrijf en in te dienen bij CertiQ.

De overige producenten dienen na afloop van ieder kalenderjaar een assurancerapport in te dienen dat is goedgekeurd door een accountant.

Dit document is met name bedoeld als een onderzoeksprotocol voor de uit te voeren werkzaamheden door de accountant om bij deze opgave tot een assurancerapport te komen, conform artikel 12a van de regeling voor duurzame elektriciteit.

Voor de groep van producenten die geen assurancerapport maar een meetrapport dienen te overleggen zijn de vereisten weergegeven in bijlage 4 van de regeling.

In de praktijk blijkt de regeling met betrekking tot 'biomassa' complexe materie. Dit document bevat een toelichting bij het format van de jaarlijks op te stellen opgave en de daarbij te hanteren biomassa indeling, type installaties en de vereisten waaraan het assurancerapport moet voldoen. Verder bevat dit document enkele instructies voor stortgas- en vergistingsinstallaties.

Naast de inleiding is een onderzoeksprotocol opgenomen dat de accountant conform artikel 12a van de regeling dient te hanteren bij de onderzoekswerkzaamheden ten behoeve van het af te geven assurancerapport. Het is de bedoeling dat de accountant het protocol toepast en in het assurancerapport verwijst naar het stramien voor Assurance-opdrachten en de nadere voorschriften zoals opgenomen in de controle- en overige standaard (NV COS richtlijn 3000), zoals vermeld op de website van het NIVRA1, en naar de aanvullende specifieke punten van aandacht zoals vermeld in het betreffende protocol.

Daarnaast is een voorbeeld van het assurancerapport opgenomen. Tenslotte bevat dit document ook een voorbeeld van de bij het assurancerapport behorende rapportagetabel. Dit voorbeeld is ook afzonderlijk te downloaden vanaf de website van de garantiebeheerinstantie (verder CertiQ) op www.certiq.nl.

Op basis van de regeling is biomassa ingedeeld in 'zuiver' en 'niet zuiver'. Zuivere biomassa bevat niet meer dan drie massaprocent onvermijdbare kunststoffen.

Zuivere biomassa: Een nadere indeling

Zuivere biomassa kan worden verdeeld in twee groepen: 1) 'Naar haar aard zuiver' en 2) 'niet naar haar aard zuiver'. Voor biogassen wordt gesproken over resp. 'naar zijn aard zuiver' en 'niet naar zijn aard zuiver'. De definitie van naar haar aard zuivere biomassa is opgenomen in artikel 1, eerste lid, onder j, van de regeling.

Niet zuivere biomassa

'Niet zuivere biomassa' wordt in de regeling ook wel aangeduid als 'mengstromen'. Het dient bemonsterd te worden (volgens BRL-K10016). Bepaald dient te worden in welke mate het biogene gedeelte bijdraagt in de elektriciteitsopwek. Dat betekent dat het calorische aandeel van het biogene deel dient te worden bepaald in verhouding tot de totale calorische waarde.

Biogassen

De volgende soorten biogassen worden beschouwd 'als naar zijn aard zuiver': Stortgas, rioolwaterzuiveringsgas, afvalwaterzuiveringsgas en biogas dat ontstaat door middel van vergisting.

Voor overige soorten biogas dient te worden aangetoond of het gaat om zuiver biogas. Hiertoe dient het basismateriaal waaruit het biogas ontstaat te worden bemonsterd.

Afvalverbrandingsinstallaties

De elektriciteit die wordt opgewekt in afvalverbrandingsinstallaties (AVI's), wordt deels beschouwd als duurzaam. Hoewel het dus niet-zuivere biomassa betreft, hoeven AVI's niet maandelijks een groenpercentage te bepalen. Het groenpercentage wordt jaarlijks vanuit de overheid vastgesteld en bedraagt voor bijvoorbeeld 2010 49%. AVI's hoeven dan ook geen assurancerapport of meetrapport in te dienen om de groenpercentages te onderbouwen.

Schematische weergave biomassa

Achtergrond groenpercentages

Voor iedere elektriciteitsproducent worden maandelijks meetgegevens door de regionale netbeheerder naar CertiQ gestuurd. Vervolgens stuurt de producent de groenpercentages naar CertiQ. De groenpercentages volgen uit berekeningen van de elektriciteitsproducent. Daarna maakt CertiQ garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit aan en kan AgentschapNL vervolgens eventueel subsidie uitbetalen. Voor installaties die 100% duurzame elektriciteit opwekken worden de garanties van oorsprong automatisch aangemaakt.

Bij de definitieve jaarlijkse vaststelling van de groenpercentages baseert CertiQ zich op een assurancerapport van een accountant of een meetrapport van een toegelaten meetbedrijf. Eventuele verschillen tussen het assurance-rapport en de eerder ingediende percentages dienen gecorrigeerd te worden door CertiQ.

Termijn voor het indienen

Na afloop van een kalenderjaar hebben biomassa elektriciteitsproducenten uiterlijk vier maanden de tijd (artikel 12, derde lid, van de regeling) om een meetrapport of een assurancerapport te overleggen. Voor productie over jaar t dient dus uiterlijk 30 april van jaar t+1 een assurancerapport of een meetrapport bij CertiQ te worden ingediend. Bij te laat indienen dient CertiQ (op grond van artikel 13 van de regeling) een deel van de uitgegeven garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit af te boeken: indien de opgave met assurancerapport of meetrapport binnen een maand na het verstrijken van de deadline wordt ingediend, wordt een hoeveelheid garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit afgeboekt ter grootte van de gemiddelde hoeveelheid opgewekte duurzame elektriciteit in één kalendermaand in jaar t. Indien de opgave met assurancerapport of meetrapport tussen één en twee maanden te laat wordt ingeleverd, wordt de hoeveelheid garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit van twee kalendermaanden afgeboekt, enz. Als de installatie in aanmerking komt voor subsidie, dan zal het afboeken van garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit ook leiden tot verrekeningen bij de betalingen.

Assurance-werkzaamheden accountant

In het geval van een assurancerapport dient de accountant te onderzoeken welke brandstoffen zijn ingezet en in welke (calorische) verhouding dat heeft plaatsgevonden. De accountant dient deze verhoudingen te vergelijken met de groenpercentages zoals die in de loop van het kalenderjaar naar CertiQ zijn gestuurd en te constateren of er verschillen zijn. Het is de bedoeling dat de producent de groenpercentages bepaalt op maandniveau en dat de accountant hierbij redelijke mate van zekerheid verschaft over de conformiteit van deze opgave conform artikel 12a, tweede lid, van de regeling. Om CertiQ een goede consistentiecheck te kunnen laten uitvoeren, kan CertiQ om onderliggende gegevens vragen. Daarbij moet worden gedacht aan hoeveelheden ingezette biomassa (tonnen) en bijbehorende calorische waarden.

Inleiding

In artikel 12a, derde lid, van de regeling, is bepaald dat de producent, niet zijnde een producent als bedoeld in artikel 1b, derde lid, uiterlijk binnen vier maanden na afloop van ieder kalenderjaar aan de garantiebeheerinstantie (TenneT2) een assurancerapport (conform NV COS richtlijn 3000) overlegt inzake, onder meer, de aard en de verhouding van de in de installatie verwerkte brandstoffen.

In artikel 13, tweede lid, van de regeling is bepaald dat wanneer deze termijn wordt overschreden, een hoeveelheid garanties van oorsprong wordt afgeboekt, afhankelijk van de overschrijdingstijd.

Dit onderzoeksprotocol beoogt in aanvulling op (het stramien voor Assurance-opdrachten en) de nadere voorschriften Controle- en overige standaarden richtlijn 30003(zie website NIVRA.nl) een handreiking aan de controlerend accountant te geven met specifieke aandachtspunten bij de inrichting van zijn onderzoek.

Het doel van het assurancerapport is om – met redelijke mate van zekerheid – een oordeel te verstrekken aan CertiQ over de juistheid van de door de producent (of zijn gemachtigde) opgegeven verhouding van de in de installatie verwerkte brandstoffen. In geval de opgewekte elektriciteit wordt aangemerkt als duurzame energie zullen er door CertiQ garanties van oorsprong worden aangemaakt overeenkomstig het aantal MWh duurzaam opgewekte elektriciteit. Deze vertegenwoordigen een waarde en zijn verhandelbaar.

Daarnaast kan de Minister van Economische Zaken op basis van de aangemaakte garanties van oorsprong subsidie verstrekken, waarvan de hoogte afhankelijk is van het type installatie en de aard en de verhouding van de in de installatie verwerkte brandstoffen. De accountant dient derhalve rekening te houden met een tendentie in de opgegeven verhouding.

Procedure

Na afloop van een maand wordt door de netbeheerder een meetbericht verzonden aan CertiQ waarin gerapporteerd wordt over de totale elektriciteitsproductie van die maand. Dit meetbericht bevat in ieder geval de hoeveelheid op het net geleverde elektriciteit, maar indien de producent hierom verzoekt, bevat het ook de totale opgewekte elektriciteit. Daarnaast geeft de producent de aard en de verhouding van de in de installatie verwerkte brandstoffen (de 'groenpercentages') door aan CertiQ. Na afloop van het kalenderjaar voert de producent een controleberekening uit en bepaalt hij definitief de verhouding van de in de installatie verwerkte brandstoffen.

Rol van de accountant

Als sluitstuk onderzoekt de accountant de definitieve opgave van de producent met toelichtingen op conformiteit met artikel 12a van de regeling (zie NV COS 3000 nr. 33). Dit ter onderbouwing van zijn assurance-rapport.

Hiertoe onderzoekt de accountant de door de producent verantwoorde definitieve uitkomsten van de verhouding voor wat betreft aard en verhouding van de in de productie-installatie verwerkte brandstoffen.

De accountant:

De accountant rapporteert in zijn assurancerapport over de uitkomsten van zijn werkzaamheden.

Reviewbeleid Ministerie van Economische Zaken

De Auditdienst van het ministerie van Economische Zaken kan een review uitvoeren op de uitgevoerde accountantscontrole inzake deze subsidie. De accountant, die de controle heeft uitgevoerd, verstrekt de Auditdienst desgevraagd alle inlichtingen en bescheiden4. De eventuele extra kosten van deze accountant in verband met de review zijn niet voor rekening van het ministerie.

Onderzoekstolerantie en gewenste zekerheid

De aan de individuele regels van de rapportage toegerekende onderzoekstolerantie bedraagt maximaal éénhonderdste deel van het verantwoorde percentage. Het onderzoek van de accountant dient er op gericht te zijn om redelijke mate van zekerheid te verkrijgen dat deze tolerantie niet wordt overschreden.

Minimaal uit te voeren onderzoekswerkzaamheden

Naam accountantskantoor

Aan: Opdrachtgever/producent

Opdracht

Ingevolge uw opdracht hebben wij het bijgevoegde, door ons gewaarmerkte rapportage betreffende de aard en de verhouding van de in de installatie, bekend onder EAN-code <123456789012345678>, verwerkte brandstoffen met betrekking tot de periode van <datum> t/m <datum> onderzocht op conformiteit met artikel 12a van de Regeling garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit (hierna aangeduid als de regeling),

Deze rapportage is opgesteld onder verantwoordelijkheid van <het bestuur van de vennootschap/de leiding van de huishouding>. Het is onze verantwoordelijkheid om een assurancerapport inzake deze rapportage te verstrekken.

Werkzaamheden

Wij hebben ons onderzoek verricht in overeenstemming met het Nederlands recht, waaronder Standaard 3000 assurance-opdrachten anders dan opdrachten tot controle en beoordeling van historische financiële informatie’ en het onderzoeksprotocol dat als bijlage bij de regeling is gepubliceerd.

Dienovereenkomstig dient het onderzoek zodanig te worden gepland en uitgevoerd dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de rapportage geen afwijkingen van materieel belang bevat.

Wij zijn van mening dat de door ons verkregen assurance-informatie voldoende en geschikt is voor onze conclusie.

Conclusie

Op grond van onze werkzaamheden concluderen wij dat bovengenoemde de rapportage de aard en de verhouding van de in de installatie verwerkte brandstoffen per maand juist weergeeft, in overeenstemming met de wettelijke bepalingen zoals opgenomen in de artikelen 8 tot en met 12a van de regeling.

Tevens concluderen wij dat de door de <producent/gemachtigde van de producent> op grond van artikel 11, eerste lid, van de regeling meegedeelde percentages <niet> overeenstemmen met de in bovengenoemde rapportage weergegeven verhouding van de brandstoffen ......

{Ingeval van zuivere en 'niet naar haar aard zuivere' biomassa}

<en dat de geëigende methode voor de vaststelling of het in de installatie verwerkte materiaal als zuivere biomassa kan worden aangemerkt ten behoeve van de berekening van de verhouding, op een juiste wijze is toegepast.>

{Ingeval van niet zuivere biomassa}

<en dat de geëigende methode voor de vaststelling van het gedeelte van de in de installatie verwerkte niet-zuivere biomassa dat biologisch afbreekbaar is, ten behoeve van de berekening van de verhouding, op een juiste wijze is toegepast>

Overige informatie

De accountant kan hier overige informatie en uiteenzettingen opnemen die niet als doel hebben afbreuk te doen aan zijn conclusie.

Beperking in gebruik (en verspreidingskring)

Dit assurancerapport is uitsluitend bedoeld ter onderbouwing van het jaarlijks door de directie van de onderneming te verstrekken rapportage aan de garantiebeheerinstantie (artikel 12a van de regeling) en kan derhalve niet voor andere doeleinden worden gebruikt.

Plaats en datum

Ondertekening