U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 09-06-2005.

Ministeriële regeling · BWBR0016033

Uitvoeringsregeling innovatiesubsidie samenwerkingsprojecten

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Economische Zaken van 9 december 2003, nr. WJZ 3070305, tot vaststelling van regels inzake innovatiesubsidie samenwerkingsprojecten (Uitvoeringsregeling innovatiesubsidie samenwerkingsprojecten)Uitvoeringsregeling innovatiesubsidie samenwerkingsprojecten De Minister van Economische Zaken,

Gelet op de artikelen 1, tweede en vierde lid, 3, eerste tot en met vierde lid, 4, derde lid, 5, tweede lid, 7, 8, 9, eerste lid, 12, onder b, 13, derde lid, 19, derde lid, 20, tweede lid, 23, tweede lid, onder b, en vijfde lid, en 24, tweede lid, van het Besluit innovatiesubsidie samenwerkingsprojectenartikelen;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag9 december 2003De Minister van Economische ZakenL.J.Brinkhorst

In deze regeling wordt verstaan onder:

Als kennisinstelling als bedoeld in artikel 1, vierde lid, van het besluit worden aangewezen de onder c, f, g en h van de bijlage van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek genoemde instellingen voor hoger onderwijs.

Het subsidieplafond voor het in 2004 verlenen van subsidies op aanvragen op grond van artikel 8 van het besluit inzake haalbaarheidsstudies, ingediend in de periode die loopt met ingang van 1 maart 2004 tot en met 30 september 2004, uiterlijk 18.00 uur, wordt vastgesteld op € 4 000 000.

Het in de artikelen 4, derde lid, en 5, tweede lid, van het besluit bedoelde uurtarief wordt vastgesteld op € 25.

Als criteria als bedoeld in artikel 13, derde lid, van het besluit worden voor technologische innovatie, duurzaamheid, technologische samenwerking en economisch perspectief respectievelijk vastgesteld:

Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2004.

Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling innovatiesubsidie samenwerkingsprojecten.