Regeling · BWBR0016135
Besluit uitzonderingen rookvrije werkplek
Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 1 december 2003, kenmerk POG/GB 2.432.451;
Gelet op artikel 11a, vijfde lid, van de Tabakswet;
De Raad van State gehoord (advies van 11 december 2003, nr. W13.03.0506/III);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 12 december 2003, kenmerk POG/GB 2.440.684;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage15 december 2003BeatrixDe Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ,J. F.Hoogervorstde negenentwintigste december 2003De Minister van Justitie ,J. P. H.DonnerIn dit besluit wordt verstaan onder:
- a.
horeca-inrichtingen: inrichtingen die worden geëxploiteerd door ondernemingen die zijn ingeschreven bij het Bedrijfschap Horeca en Catering, met uitzondering van bedrijfsrestaurants;
- b.
inrichtingen voor podiumkunsten: inrichtingen die voorstellingen van podiumkunsten programmeren en die lid zijn van een bij de Federatie van Podiumverenigingen aangesloten branchevereniging;
- c.
speelautomatenhallen: inrichtingen als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onderdeel c, van de Wet op de kansspelen.
De verplichting, bedoeld in artikel 11a, eerste lid, van de Tabakswet, geldt niet:
- a.
in voor publiek bestemde delen van horeca-inrichtingen die geen deel uitmaken van gebouwen of inrichtingen die onder de werkingssfeer van het Besluit beperking verkoop en gebruik tabaksproducten vallen;
- b.
in voor publiek bestemde horecadelen van inrichtingen voor podiumkunsten die niet onder de werkingssfeer van het Besluit beperking verkoop en gebruik tabaksproducten vallen;
- c.
in voor publiek bestemde delen van speelautomatenhallen;
- d.
in voor publiek bestemde delen van tabaksspeciaalzaken;
- e.
in middelen van personenvervoer waarvan de exploitatie berust bij een internationaal samenwerkingsverband of een buitenlandse vervoerder én die enkel worden ingezet voor landgrensoverschrijdend personenvervoer;
- f.
in ruimten ten aanzien waarvan de werkgever geen zeggenschap over de gebruiksregels kan doen gelden;
- g.
in als privé aan te merken en als zodanig aangewezen ruimten;
- h.
in afgesloten, speciaal voor het roken van tabaksproducten aangewezen ruimten;
- i.
in de open lucht.
Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2004.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit uitzonderingen rookvrije werkplek.