U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-08-2008.

Wet · BWBR0016189

Wet toezicht trustkantoren

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 17 december 2003, houdende het toezicht op trustkantoren (Wet toezicht trustkantoren)Wet toezicht trustkantoren Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het, ter bevordering van de integriteit van het financiële stelsel in Nederland, wenselijk is trustkantoren onder toezicht te plaatsen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage17 december 2003BeatrixDe Minister van Financiën ,G.Zalmde vijftiende januari 2004De Minister van Justitie ,J. P. H.Donner

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

De toezichthouder verleent een vergunning tenzij:

De toezichthouder kan een vergunning intrekken:

In afwijking van artikel 8:7 van de Algemene wet bestuursrecht is voor beroepen tegen besluiten op grond van deze wet de rechtbank te Rotterdam bevoegd.

Degene jegens wie door de toezichthouder een handeling is verricht waaraan hij in redelijkheid de gevolgtrekking kan verbinden dat hem wegens een overtreding een boete zal worden opgelegd, is niet verplicht ter zake daarvan enige verklaring af te leggen. Hij wordt hiervan in kennis gesteld alvorens hem mondeling om informatie wordt gevraagd.

De werkzaamheden in verband met het opleggen van een dwangsom of van een boete worden verricht door personen die niet betrokken zijn geweest bij het vaststellen van de overtreding en het daaraan voorafgaande onderzoek.

De toezichthouder kan, in afwijking van artikel 12, teneinde de naleving van deze wet te bevorderen ter openbare kennis brengen:

Degene jegens wie door de toezichthouder een handeling is verricht waaraan hij in redelijkheid de gevolgtrekking kan verbinden dat de toezichthouder zijn handelen of nalaten op grond van artikel 31 ter openbare kennis zal brengen, is niet verplicht ter zake daarvan enige verklaring af te leggen. Hij wordt hiervan in kennis gesteld alvorens hem mondeling om informatie wordt gevraagd.

De beschikking om op grond van artikel 31 een feit ter openbare kennis te brengen vermeldt in ieder geval:

Tenzij de bevordering van de naleving van deze wet geen uitstel toelaat, wordt de werking van de beschikking om op grond van artikel 31 een feit ter openbare kennis te brengen opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist.

In afwijking van artikel 3:40 van de Algemene wet bestuursrecht treedt de beschikking om op grond van artikel 31 een feit ter openbare kennis te brengen in werking op de dag waarop het feit ter openbare kennis is gebracht zonder dat de werking voor de duur van de beroepstermijn of, indien beroep is ingesteld, van het beroep wordt opgeschort, indien van de betrokkene geen adres bekend is en het adres ook niet met een redelijke inspanning kan worden verkregen.

De werkzaamheden in verband met het op grond van artikel 31 ter openbare kennis brengen van een feit worden verricht door personen die niet betrokken zijn geweest bij het vaststellen van het feit en het daaraan voorafgaande onderzoek.

Wijzigt de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie.

Wijzigt de Wet toezicht beleggingsinstellingen.

Wijzigt de Wet toezicht effectenverkeer 1995.

Wijzigt de Wet toezicht kredietwezen 1992.

Wijzigt de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf.

Wijzigt de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993.

Wijzigt de Wet inzake de geldtransactiekantoren.

Wijzigt de Sanctiewet 1977.

Wijzigt de Wet op de economische delicten.

Wijzigt de Wet identificatie bij dienstverlening.

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Deze wet wordt aangehaald als: Wet toezicht trustkantoren.

Voor de overtredingen genoemd in tabel 1 en tabel 2, begaan na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, zijn de boetebedragen vastgesteld als volgt:

Indien het een overtreding betreft waarvoor tariefnummer 1 of 2 is vastgesteld, behoeft de betrokkene op grond van artikel 24, tweede lid, niet in de gelegenheid te worden gesteld om zijn zienswijze naar voren te brengen voordat de boete wordt opgelegd.