U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2006.

Ministeriële regeling · BWBR0016221

Regeling bekostiging financieel toezicht

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Financiën van 19 december 2003, Directie Financiële Markten, FM 2003-1852, houdende regels voor de bekostiging van het toezicht ingevolge enkele financiële toezichtwetten (Regeling bekostiging financieel toezicht)Regeling bekostiging financieel toezicht De Minister van Financiën,

Gelet op de artikelen 28 van de Wet toezicht beleggingsinstellingen, 42 van de Wet toezicht effectenverkeer 1995, 186, eerste lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, 91, eerste lid, van de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf, 12 van de Wet melding zeggenschap in ter beurze genoteerde vennootschappen 1996 en 7 van de Wet inzake de geldtransactiekantoren;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag19 december 2003De Minister van FinanciënG.Zalm

In deze regeling wordt verstaan onder:

Indien in enig boekjaar een exploitatiesaldo is ontstaan en de toezichthoudende autoriteit het exploitatiesaldo wil betrekken bij de in rekening te brengen kosten als bedoeld in artikel 11, doet de toezichthoudende autoriteit daaromtrent een voorstel in de jaarrekening of de verantwoording.

De Autoriteit Financiële Markten brengt eenmalig een bedrag in rekening aan:

De Autoriteit Financiële Markten kan aan de betrokken onder toezicht staande instelling een bedrag in rekening brengen ter vergoeding van de kosten die zij maakt bij de toepassing van artikel 28, vierde lid, onderdeel a, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 of artikel 21, vierde lid, onderdeel a, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen.

De in artikel 11, derde lid, bedoelde categorieën van onder toezicht staande instellingen, voor zover het uitoefening van taken en bevoegdheden door de Autoriteit Financiële Markten betreft, zijn:

De in artikel 11, derde lid, bedoelde subcategorieën van onder toezicht staande instellingen, voor zover het uitoefening van taken en bevoegdheden door de Autoriteit Financiële Markten betreft, zijn:

De in artikel 11, derde lid, bedoelde categorieën van onder toezicht staande instellingen, voor zover het uitoefening van taken en bevoegdheden door de Nederlandsche Bank betreft, zijn:

De in artikel 11, derde lid, bedoelde subcategorieën van onder toezicht staande instellingen, voor zover het de uitoefening van taken en bevoegdheden door de Nederlandsche Bank betreft, zijn:

Als categorie van onder toezicht staande instellingen als bedoeld in artikel 11, derde lid, voor zover het uitoefening van taken en bevoegdheden door de Pensioen- & Verzekeringskamer betreft, zijn aangewezen verzekeraars.

De minister stelt jaarlijks voor 15 januari op voorstel van de toezichthoudende autoriteit de hoogte van de onderscheiden eenmalig in rekening te brengen bedragen, bedoeld in de artikelen 7 en 8, vast.

De hoogte van het bedrag, bedoeld in de artikelen 9 en 10, wordt per geval vastgesteld door de toezichthoudende autoriteit.

De minister doet onverwijld mededeling in de Staatscourant van de vastgestelde verdeelsleutels, bedoeld in de artikelen 14, tweede lid, 17, tweede lid, en 19, tweede lid, de vastgestelde bedragen, bedoeld in de artikelen 20 en 22, tweede lid, en het vastgestelde minimumbedrag, bedoeld in artikel 22, eerste lid.

Aan een onder toezicht staande instelling die niet langer onder een categorie of subcategorie valt, wordt het bedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, terugbetaald naar evenredigheid van het aantal maanden van het jaar dat de onder toezicht staande instelling niet langer onder de categorie of subcategorie valt, waarbij een gedeelte van een maand geldt als volledige maand.

Indien een onder toezicht staande instelling het vermogen heeft verkregen van een onder toezicht staande instelling die in het lopende jaar heeft opgehouden onder een categorie of subcategorie te vallen, wordt het bedrag ter vergoeding van de kosten, bedoeld in artikel 11, eerste lid, die door de toezichthoudende autoriteit ten aanzien van laatstbedoelde onder toezicht staande instelling zijn gemaakt, in rekening gebracht bij de verkrijgende onder toezicht staande instelling, voor zover deze kosten niet reeds bij de laatstbedoelde onder toezicht staande instelling in rekening zijn gebracht.

Onverminderd artikel 26 blijven bedragen, die in rekening zijn gebracht op grond van de Kostenregeling Wet toezicht beleggingsinstellingen, de Regeling toezichtskosten Wet toezicht effectenverkeer 1995, de Kostenregeling verzekeringsbedrijf 1996, de Regeling kostenverhaal Wet melding zeggenschap 1996 en de Regeling kostenverhaal inzake de geldtransactiekantoren, verschuldigd en wordt op bezwaar en beroep tegen besluiten die zijn genomen op grond van de genoemde regelingen, beslist met inachtneming van die regelingen, zoals zij luidden op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling.

Onverminderd artikel 11, vierde en vijfde lid, worden in 2005 de per categorie of subcategorie toegerekende geraamde kosten die verband houden met aan de Autoriteit Financiële Markten opgedragen taken of toegekende bevoegdheden tevens verrekend met het exploitatiesaldo over het jaar 2003.

Met betrekking tot de behandeling van aanvragen tot verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet toezicht belegginginstellingen, ingediend door aanvragers die op het tijdstip van inwerkingtreding van de wet van 16 juli 2005 tot wijziging van de Wet toezicht beleggingsinstellingen met het oog op modernisering van de wet en implementatie van richtlijn nr. 2001/107/EG en richtlijn 2001/108/EG van 21 januari 2002 (Stb. 401) over een vergunning beschikten of het beheer voerden een belegginginstelling die op dat tijdstip over een vergunning beschikte, stelt de minister op voorstel van de Autoriteit Financiële Markten een bedrag vast dat lager is dan het bedrag dat ingevolge artikel 20 wordt vastgesteld voor de handeling, bedoeld in artikel 7, eerste lid, aanhef en onderdeel a, onder 1°.

In 2005 worden de verdeelsleutels, bedoeld in artikel 14, tweede lid, en 17, tweede lid, en de minimumbedragen, bedoeld in artikel 22, eerste lid, met betrekking tot beheerders als bedoeld in artikel 13, onderdeel a, (nieuw) en artikel 16, onderdeel a, (nieuw) vastgesteld voor 1 oktober.

Degene die het beheer voert over een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel V van de wet van 16 juli 2005 tot wijziging van de Wet toezicht beleggingsinstellingen met het oog op modernisering van de wet en implementatie van richtlijn nr. 2001/107/EG en richtlijn 2001/108/EG van 21 januari 2002 (Stb. 401) wordt na het tijdstip van inwerkingtreding van die wet voor de toepassing van deze regeling aangemerkt als beheerder als bedoeld in artikel 13, onderdeel a, onder 1 of 2, of 16, onderdeel a, onder 1 of 2.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2004.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling bekostiging financieel toezicht.